Engelse pletwals

Een Erasmusstudent vroeg mij vorige week oewaar hij het bibliosiek kon vinden. Ik antwoordde in het Nederlands en hoop nu erg hard dat er geen hongerige buitenlander met holle ogen door Gentse straten dwaalt, al dagen zoekend naar een hoge toren vol met boeken.

Ik volgde de raad van minister van Inburgering Geert Bourgeois, die vorige week een taalonderwijscampagne opstartte. Hij vindt dat we buitenlanders die moeite doen om Nederlands te spreken in onze taal moeten antwoorden. We schakelen te snel over op het Engels, uit compassie of omdat we dat chic vinden van onszelf. De minister heeft gelijk. Ik antwoordde laatst nog een West-Vlaming in het Engels, ervan overtuigd dat ik te doen had met een verstekeling uit een koud en Scandinavisch land.

Aan onze universiteiten wordt graag en gretig Engels gesproken. In de wandelgangen, en ook in auditoria. Steeds meer lessen worden in het Engels gedoceerd. Soms is dat knullig, maar we stand our little man. In het heetst van het betoog loopt het soms een beetje fout. Dat is niet zo erg.

Advertentie

Er is een ander probleem. Professoren staan voor auditoria om te begeesteren. Om de dingen uit te leggen zodat ze blijven plakken, tot aan het examen en graag ook nadien. Taal is daarbij het wapen. Lesgeven gaat niet zozeer om de correcte woorden. Die staan al in de handboeken. Als onderwijs gelijkstaat aan handboeken aflezen, dan stoppen we er beter mee. Dat spaart iedereen tijd en de moeite van de verplaatsing. Een handboek leest nog zo vlot op kot of op het terras bij twee pintjes.

Lesgeven, zeker in de menswetenschappen, is zoeken naar de fraaie formulering, naar de zin die mooi valt en perfect raakt. De anekdote komt omdat het er het goede moment voor is, en niet omdat ze de avond voordien is ingeoefend met Google Translate. De woorden moeten de juiste kleur hebben en de juiste klank, op dat moment en voor dat publiek. En het mag nijg zijn, en ook chill of cool. Het Nederlands is rekbaar. Als het verhaal daarmee aan kracht wint, mogen er vele woorden in de zinnen worden gesmokkeld.

Schreef Hugo Claus zijn boeken in het Nederlands omdat hij in het Engels niet verder raakte dan live, laugh, love? Zou het kunnen dat Tom Lanoye het Engels niet machtig is? Of zouden zij in het Nederlands schrijven omdat je een verhaal met al zijn gedoe en emoties het best brengt in de taal die je het meest beheerst? En is dat nu per se verspilling van talent?

Aan de universiteiten is de trend anders. Daar wordt het betoog, waarin nuance nochtans erg belangrijk is, steeds vaker gebracht in een taal die we minder goed onder de knie hebben. Een taal waarvan we het woordenrepertoire per definitie minder goed beheersen, taaltesten ten spijt. Dat is dapper en we doppen onze boontjes. Maar de verhalen worden schraler, het onderwijs banaler.

De voorbije jaren fnuikte een bepaalde onderzoekscultuur veel creativiteit, althans in de disciplines die ik het best ken. Met het Engels onderwijs is de volgende pletwals vertrokken. Geen honderd jaar na de vernederlandsing van mijn universiteit vordert de verengelsing hier snel. Ieder jaar groeit de lijst met vakken die niet meer in het Nederlands worden aangeboden. Internationalisering is een boot die we niet mogen missen.

Wie hem wel mist, zijn studenten die minder vertrouwd zijn met andere talen. Degenen die nog geen buitenlandse reizen maakten omdat dit buiten het gezinsbudget viel. Jongens en meisjes die niet al citytrippend met de mama en de papa van de ene plek naar de andere hopten of wiens ouders geen Amerikaanse vrienden hebben die Engelse kranten laten slingeren.

Natuurlijk is internationalisering geweldig. Taalkennis is ontzettend belangrijk en als het beste handboek in het Engels is geschreven, moeten we dat vooral gebruiken. Ik wens het iedereen toe om een semester in Berlijn te studeren, Zweeds te leren in Göteborg of een jaar te feesten op de Ramblas. Iedereen pikt er wel iets op wat de moeite waard is, al is het een lief of wat meer inzicht in het leven.

Wie echt bekommerd is om internationalisering wil iedereen die ervaring gunnen en niet alleen wie het vandaag kan betalen. Het Nederlands als onderwijstaal loslaten, heeft daar weinig mee te maken. Lesgeven in het Nederlands heeft ook niets te maken met vendelgezwaai of nationalistische kramp. Het heeft alles te maken met goed, geëngageerd en democratisch onderwijs.

De tribunes van Sotsji

Onze bobsleemeisjes hebben tegenslag. Ze moeten hun rit sleeën zonder premier in de tribune. En Seppe Smits met zijn halsbrekende toeren heeft het ook al moeten doen zonder applaus van de regering.

Politici zijn zelden veraf als er iemand hard loopt of hoog springt, maar in Sotsji ligt het ingewikkelder. Dat komt omdat Sotsji in Rusland ligt en de Olympische Spelen ook de Grote Vladimir Poetinshow zijn. En daar doen wij niet aan mee.

Toen Poetin in januari ontvangen werd door Herman Van Rompuy voor de EU-Rusland-top, stond die laatste er fronsend bij. Hij schrapte het diner en deed hard zijn best om onvriendelijk te kijken. Hij kon niet uitsluiten dat zijn gast op een dag ook officieel een schurk zou zijn, en misschien wel voor een internationaal tribunaal zou moeten verschijnen. Met dat soort volk ga je niet lachend op de foto, dacht Van Rompuy bij zichzelf. Hij was niet vergeten dat Moammar Kadhafi hem ooit goed liggen had. Op een ontmoeting die niet te vermijden was, trok die plots Van Rompuys arm omhoog en deed met onze verbouwereerde president een soort high five. Toen Kadhafi even later allemans vijand werd, waren die foto’s erg beschamend. Met Poetin was er gelukkig geen high five. Tijdens de ontmoeting werd er niet zoveel gezegd omdat er niet zoveel te zeggen viel. Europa heeft geen standpunt over wat er in Rusland gebeurt. Om de diplomatieke meubelen te redden, is er af en toe een top, en dat is het dan.

Twintig jaar geleden waren er nochtans andere plannen. In het Verdrag van Maastricht beloofden Europese leiders om voortaan een Gemeenschappelijk Buitenlands Beleid te voeren, met hoofdletters en al. Het was een goed moment. De Muur was net gevallen, en Europa kon onder Amerika’s paraplu uit. Het was tijd voor eigen accenten in de wereld, te beginnen bij onze buren. Rusland hing op dat moment knock-out in de touwen. De Sovjet-Unie spatte uiteen en Russische leiders werden bijna nooit in nuchtere toestand gesignaleerd. Maar met Poetin veranderde alles en de Europese lidstaten hadden de kans verknald om een beleid te ontwikkelen. In plaats van een gezamenlijke aanpak had ieder zijn eigen projectjes en besognes en dat is vandaag niet anders.

De een wil een goede deal met Gazprom, of rolt graag de rode loper uit voor oligarchen met veel geld. De ander heeft oude rekeningen te vereffenen, moet zijn verleden nog een beetje verwerken of wil het geweten van de wereld spelen. En iedereen heeft zijn argumenten en zijn goede redenen.

De tribunes in Sotsji tijdens de openingsceremonie, ziedaar het resultaat van twintig jaar Gemeenschappelijk Buitenlands Beleid. De Britse premier en de Franse president waren er niet, maar de Italiaanse premier wel. De Nederlandse minister-president ging ook naar Sotsji, maar de Duitse kanselier haakte op het laatst af. Di Rupo was er evenmin, maar veel van zijn Oost-Europese collega’s waren er wel, net als staatshoofden uit Griekenland en Finland. En iedereen had zijn uitleg klaar. Wie figureerde in het Poetinspektakel, deed dat wegens een sterke interesse in de wintersport, uit sympathie voor een bevriend staatshoofd, of omdat hij niet tijdig een excuus kon verzinnen. Wie er niet was, had officieel ineens een agendaprobleem ontdekt, of wilde een statement maken, al naargelang het geval ten voordele van de homo’s, Pussy Riot, de dierenrechten of zakenlui achter tralies. Achtentwintig landen verzonnen achtentwintig redenen om wel of niet naar Sotsji te gaan.

Het resultaat van de kakofonie is dat niemand een goede energiedeal sluit, dat oligarchen hier belastingen ontduiken, dat geen homo er beter van wordt en dat Europa voor geen gram weegt op Rusland. En dat Poetin zijn slag thuishaalt in Oekraïne, de macho kan uithangen en op zijn gemak op tijgerjacht kan gaan. Als het ‘fuck the EU’ van Amerika één ding wil zeggen, dan moet het wel minachting zijn.

Het is het één of het ander voor Europa. Ofwel worden posities gezamenlijk bepaald en komt er een werkelijk gemeenschappelijk beleid. Dat zal op korte termijn nooit iedereen plezieren – daarvoor zijn de belangen te uiteenlopend. Maar Europa zal wel meespelen in de wereld. En als de Amerikanen nog eens vieze woorden gebruiken, zal het zijn omdat we assertief in hun weg staan, niet uit misprijzen. Ofwel houden achtentwintig landen vast aan hun eigen buitenlands beleidje en wint Europa op een dag de Nobelprijs voor de irrelevantie.