Jolien

Vorige woensdag verjaarde Jolien. Er was een soort feestje met haar zus en een paar vrienden van toen. Ze zijn haar niet vergeten, ook al is Jolien dood, al meer dan zeven jaar. Op een zaterdag in december werd ze binnengebracht in het ziekenhuis. Ze was erg toegetakeld. Haar hart werkte nog een beetje, haar hersenstam was aangetast. Die laatste uren hing ze aan draden en buisjes, haar hoofd was dik en ingepakt. Jolien was negentien en ze droeg een jurk met sterren op. Ze studeerde politieke wetenschappen bij ons, wilde veel reizen en zou later die middag gaan helpen in de Wereldwinkel. Het ging allemaal niet door. Een hardrijder ramde een bushokje, en maaide en passant Jolien weg. Een verhakkelde fiets, een hoop scherven en gebroken dromen, dat waren de dingen die overbleven. En waanzinnig veel verdriet dat nooit meer overgaat. Er is nu een steen op die plek, met een mooie foto, een zon en altijd bloemen.

Vorige week, de dag na haar verjaardag, was er de veelbesproken flitsmarathon. Even voordien was Vlaams parlementslid Ivan Sabbe in Reyers Laat komen uitleggen dat hij het maar niks vond, dat mensen aan de politie konden melden waar er geflitst moest worden. Verklikkerij, noemde hij het. Dat apps op de smartphone elke dag verklikken waar er snelheidscontroles zijn, vond hij klaarblijkelijk minder een probleem. Op de vraag van Kathleen Cools of hij zelf geregeld geflitst wordt, antwoordde hij dat hij trouw zijn bijdragen betaalt.

Te hard rijden is hier stoer. Daar af en toe beboet voor worden, verhoogt kennelijk ook de street credibility. Op een of andere manier is het sociaal aanvaard dat je met een auto sneller rijdt dan toegelaten. Flitspalen zijn pestpalen. Gelukkig zijn hun locaties goed in kaart gebracht. Even afremmen, en dan weer vol gas. Voor het overige valt het in de meeste politiezones goed mee met de controles, die voor alle zekerheid ook een grote tolerantiemarge hebben. Geen probleem dus in dit land, om sneller te rijden dan de verkeersborden wat lullig suggereren.

We vinden onszelf eersterangschauffeurs, en schatten de gepaste snelheid zelf wel in. Want dertig in zo’n zone dertig gaat toch maar traag. ’s Nachts op de snelweg kan het ook rapper, net als op die kaarsrechte strook, of op de weg naar huis die we blindelings kennen, zelfs met een paar glazen op. En haast altijd gaat het goed, jaren aan een stuk. Tot die seconde van onoplettendheid, tot dat dwaze obstakel op de weg, tot die tegenligger die niet op zijn rijstrook blijft, tot er plots eendjes oversteken, of een kleuter die daar niet had moeten zijn. Of tot we zelf van de weg afwijken, net als daar dat meisje op de fiets is, in een jurk met sterren op. Dan gaan we ineens in de remmen. Doorgaans net op tijd, die ene keer toch te laat.

Doodrijders zijn soms laffe klootzakken die vluchtmisdrijf plegen. Maar veel vaker zijn het gewone mensen, net te stoer, net te gehaast, net te overmoedig, net te veel vertrouwen in het eigen doorzicht. Vorig jaar vielen er meer dan zevenhonderd doden op de Belgische wegen, dat is de rauwe realiteit. Het zijn er haast twee per dag, en overdreven snelheid is een hoofdoorzaak. Maar voor mijnheer Sabbe is te snel rijden geen probleem – hij bekende het letterlijk met de glimlach. Hij zou zich dood moeten schamen. Maar dat deed hij niet, omdat het algemeen aanvaard is. Dus hij lachte het onnozel weg.

Sociale gewoonten kunnen veranderen en dat geeft hoop. Het zal evenwel niet lukken met alleen maar affiches langs de snelwegen en filmpjes op YouTube van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid. Eén dag flitsen en dat een marathon noemen, zal ook niet volstaan. Natuurlijk is het belangrijk dat de infrastructuur beter wordt en minder uitnodigt tot hard rijden. Maar vooral een drastische verhoging van de pakkans doet gewoontes veranderen. Welke politici durven vandaag, in de aanloop naar 25 mei, beloven dat zij de snelheidscontroles ferm willen opdrijven? Dat het hier elke dag flitsmarathon moet zijn? Verbijsterend genoeg is dat een belofte die we niet graag horen.

We blijven het onthutsend normaal vinden dat we snel rijden. We verjagen het idee dat er dan onvermijdelijk meisjes van negentien doodgaan. We verdringen de levens die aan flarden liggen, opzij langs de weg en in een plas met bloed. De vrienden en families die achterblijven met de gescheurde jurk en de kapotte dromen, we willen het allemaal niet weten. En toch hoort het onlosmakelijk bij het snelle rijden. De tranen voor Jolien in het mortuarium, het afscheid met gedichten en met trieste liedjes, de urne die nog warm aanvoelt. Elke dag, een keer of twee.

Advertisements

Van vijand vergist

De vakbondsbetoging in Brussel eindigde vorige vrijdag een beetje in mineur. Er kwamen projectielen aan te pas en bijgevolg ook het waterkanon en de pepperspray. Het grootste slachtoffer was een politieman die tevens vakbondslid was en graag wilde bemiddelen. Maar een steen die vanuit de manifestanten kwam, week van zijn koers af en plots lag de bemiddelaar geveld op het asfalt. Er kwam bloed uit zijn hoofd en hij keek nogal beduusd.

Het was de droevige ontsporing van een grote betoging die voor de rest ordentelijk verlopen was. Ze was georganiseerd door de vakbonden en gericht tegen het beleid van de Europese Unie. Europa is niet sociaal, zo klonk het. Europa legt massa’s besparingen op en organiseert sociale dumping.

Vorige week werd ook het VRT-onderzoek De foto van Vlaanderen toegelicht. Vlamingen zijn in hoofdzaak bangerds, zo leerden we. In de top vijf van de grote angsten zat ook diezelfde schrik voor goedkope arbeidskrachten uit andere Europese landen. Amper 8 procent van de Vlamingen maakt zich daar geen zorgen over. We willen klaarblijkelijk minder Litouwse camions op onze wegen, minder Poolse loodgieters en minder Bulgaren in de fruitpluk. Dat is in vele gevallen nogal hypocriet. Alsof er hier ook maar één Litouwse camion zou rijden als de Vlamingen niet in groten getale zouden uitwijken naar supermarkten waar het een paar cent goedkoper is omdat ze op het transport bespaard hebben. Alsof er hier ook maar één Poolse loodgieter zou werken als wij hem niet zouden aannemen omdat hij voor geen geld een badkamer wil installeren. Wat zouden we dan willen? Dat onze fermettes uitsluitend verbouwd worden door stoere Vlaamse jongens met een plaatselijk accent, zonder dat er bestelwagens met een buitenlandse nummerplaat voor de deur staan? En dat allemaal in het wit en voor de prijs van een Bulgaar?

Als het gaat over de vrees voor goedkope buitenlandse arbeidskrachten, dan zijn er delen van de bevolking die objectief gesproken meer recht van klagen hebben dan anderen. Zij worden vertegenwoordigd door de vakbonden. Ruwe bolsters, terecht bange pitten.

Terwijl de bewuste steen de verkeerde richting uit ging, werd even verderop Olli Rehn in brand gestoken. Of althans een lookalike in karton. Europees commissaris Rehn is het symbool geworden van het hardvochtige, asociale Europa. Hij zou de lidstaten dwingen om zich kapot te besparen en hij zwaait met boetes als landen te weinig begrotingsdiscipline aan de dag leggen. Eigenlijk was de bewuste steen voor Rehn bedoeld, maar die hield zich ver weg van de Friese ruiters. Als het op bangheid aankomt, moet hij niet onderdoen voor de modale Vlaming.

Maar eigenlijk doet de commissaris gewoon wat hij moet doen en hij doet dat nog met veel compassie. Hij heeft die besparingen alleszins niet zelf uitgevonden. Hij voert simpelweg een Europese wet uit en dat is nu precies zijn taak. Die wet uit 2011 zegt dat begrotingen niet mogen ontsporen en dat landen die over de schreef gaan een sanctie moeten krijgen. Ze is er slechts gekomen omdat er zowel in het Europees Parlement als in de Raad van ministers een meerderheid voor was. In het parlement was het nog vrij nipt. De groenen en de meeste sociaal-democraten verzetten zich, maar een centrum-rechts blok keurde de zaak goed. Wie het daar niet mee eens is, kan er op 25 mei consequenties aan verbinden.

In de Raad van ministers, waar elke nationale regering deel van uitmaakt, ging het vlotter: alle lidstaten spraken zich expliciet uit voor meer discipline en harde sancties. Ook België verzette zich niet. Net zomin als andere landen waar sociaal-democraten in de regering zitten.

Over Europese beslissingen laten nationale politici graag een waas hangen. Daarmee wordt iedereen op het verkeerde been gezet, inclusief de vakbonden. Europese wetten worden ons zogezegd van bovenaf opgelegd. Of het is Angela Merkel die ze ons door de strot duwt. En Olli Rehn is het gezicht van het kwaad. Het is klaarblijkelijk comfortabel om altijd een zondebok achter de hand te hebben. Bij onpopulaire beslissingen verschuilen nationale politici zich achter een commissaris met nul charisma die zich amper verdedigt. Dat diezelfde politici een ferme vinger in de Europese pap hebben, verzwijgen ze. De moed om zich tegen Europese beslissingen te verzetten, is er klaarblijkelijk niet. De moed om ze te verdedigen nog veel minder. Het democratisch deficit van Europa zit niet zozeer in de procedures van Europa. Het zit veel meer in de nevel die er in de lidstaten opzettelijk wordt rond gehangen.