Over komkommers, regels en Europa

De Europese Unie moet zich concentreren op haar hoofdtaken, schreef Derk Jan Eppink in deze krant (DS 10 mei) . Er zijn er nog die er zo over denken. Guy Verhofstadt, kampioen van de Europese integratie, vindt dat Europa zich moet bezighouden met de grote uitdagingen en minder met de kleine regels. Martin Schulz, kandidaat-Commissievoorzitter voor de socialisten, doet in de debatten lacherig over allerlei pietluttigheden die Europees geregeld worden. Het klinkt goed: Europa moet groot zijn in de grote dingen en wat minder triviale zaken reguleren. Van al dat klein getreiter wordt niemand beter.

Komkommerfetisjisme

De overtreffende trap onder de idiote voorschriften was lange tijd de komkommer. Niet alleen de Britse pers beleefde lang veel lol aan dit verhaal. Europa bepaalde dat er maximaal tien millimeter kromming mocht zijn per tien centimeter komkommer. Verordening 1677/88 werd het mikpunt van onbegrip en spot. Was hier een ambtenaar met een obsessie aan het werk geweest? Een komkommerfetisjist? De waarheid was prozaïscher. Verschillende Europese lidstaten hadden elk eigen regels over wat als komkommer mocht worden verkocht. Dat is hinderlijk op de eengemaakte Europese markt. Komkommers die aan de Spaanse definitie voldeden, mochten niet in Frankrijk in de winkels. Of wel in Frankrijk, maar niet in Denemarken.

Als ieder land eigen normen hanteert, dan werkt de Europese markt niet meer. Dan moeten vrachtwagens aan de grens worden gecontroleerd om na te gaan of de ingevoerde komkommers wel aan de nationale standaarden voldoen. Erg omslachtig, als het de bedoeling is om de grenzen op te ruimen en een Europese supermarkt tot stand te brengen. Dus kwam er één Europese norm, die de verschillende nationale normen verving. De Europese komkommerregel was betrekkelijk absurd. Maar de diverse nationale regels die voordien bestonden, waren nog veel dwazer.

Om het verhaal van de komkommer af te maken: verordening 1677/88 is intussen ingetrokken. De lidstaten malen er blijkbaar niet meer om, hoe recht of krom komkommers zijn. Dan wordt ook de Europese regel overbodig. Voor de liefhebbers: er bestaan wel nog Europese normen voor tomaten, kiwi’s en nectarines.

Slagbomen

Het komkommerverhaal is op het eerste gezicht stompzinnig. Maar het illustreert vooral dat één markt organiseren zo zijn gevolgen heeft. Als ieder land er eigen regels op nahoudt, moeten we toch weer beginnen met grenscontroles, slagbomen, wachtrijen, bureaucratie, tijd- en vooral veel geldverlies. Tenzij er een ideologische keuze wordt gemaakt: de wederzijdse erkenning, een ultraliberaal principe. Daarbij wordt gesteld dat als een product in één lidstaat legaal is, het ook door alle andere lidstaten zonder gezeur aanvaard moet worden. Als het over de kromming van komkommers gaat, lijkt dat niet direct een drama. Maar er staat meer op het spel. Het gaat dan ook over pesticiden, en over bewaarmiddelen in voedsel. Over veiligheid van speelgoed of over ggo’s. Met uiteenlopende normen in verschillende lidstaten is er geen enkele garantie op hoge standaarden. Integendeel, invoer uit landen met een lager beschermingsniveau zal goedkoper en dus aantrekkelijker zijn.

Wie voedselveiligheid en consumentenbescherming belangrijk vindt, moet wel op het Europese niveau aankloppen. Wie niet wil dat cosmetica op dieren zijn getest, zal dat Europees moeten regelen. Als deze kwesties aan de lidstaten afzonderlijk worden overgelaten, is er altijd wel een die het wat minder nauw neemt met veiligheid, gezondheid of dierenwelzijn. En dus is het Europa dat tot in details voorschrijft aan welke hygiënische voorwaarden een slachthuis moet voldoen en hoe de ogen aan een teddybeer bevestigd moeten worden.

Het wilde Westen

Regeldrift? Ja, gelukkig wel. Natuurlijk zijn er op de ladder van de grote uitdagingen wel zaken die wat hoger mogen staan. En er zijn vast ook regels overeengekomen die eerder zijn ingefluisterd door een slimme lobbyist dan ingegeven door sociale of milieu­bekommernissen.

Maar al de kleine Europese regels, waar ook in deze campagne weer geringschattend over wordt gedaan, maken precies de essentie uit van het Europese project: een eengemaakte vrije markt, niet het wilde Westen. De Europese Unie is een gereguleerde markt en dat is het verschil met vele plekken elders in de wereld. Er is hier een bekommernis om de veiligheid van speelgoed, het leed van dieren, hormonen in het vlees en chloor in kippen. Het voorzorgsbeginsel is een belangrijke leidraad: Europeanen willen niet te veel risico nemen als het gaat om voedsel, milieu of het gebruik van chemicaliën. Dit vraagt allemaal om regels. Omdat we één markt vormen, is het zinloos om die zaken nog op nationaal niveau te regelen. Daarom is Europa onze favoriete regelneef. Er is geen reden om daar smalend over te doen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s