De opa voor Europa

Terwijl de formaties zich in dit land kreunend op gang trekken, moeten er ook lastige Europese knopen worden doorgehakt. Herman Van Rompuy is informateur van dienst. Eerste opdracht: een voorzitter zoeken voor de Europese Commissie. De staats- en regeringsleiders moeten met grote meerderheid (maar geen unanimiteit) iemand voorstellen, waarna het nieuwe Europees Parlement erover stemt. Bij een parlementair njet begint alles opnieuw.

Er speelt zich een spannend politiek spel af van geven en nemen, allianties worden gesmeed en opgeblazen, blokkeringsminderheden krijgen vorm en gaan wankelen, er wordt gemikt op troostprijzen en cadeaus. Politique politicienne op zijn best, tussen hoofdsteden en tussen instellingen.

De Britse premier David Cameron stelt tegen Jean-Claude Juncker een veto waarover hij eigenlijk niet beschikt en de Duitse kanselier Angela Merkel ontpopt zich tot een Juncker-enthousiasteling, terwijl wij de voorbije jaren vooral ergernis ontwaarden telkens als ze reageerde op een van zijn gedachten.

Toch ligt de Luxemburgse oud-premier, die al dik twintig jaar verankerd zit in het Europese meubilair, nog altijd in poleposition. Hij was immers de ‘Spitzenkandidaat’ van christendemocraten en consorten die in het nieuwe parlement de grootste fractie vormen. De grote politieke groepen hadden elk zo’n kandidaat en het parlement liet weten dat het alleen zal instemmen met een commissievoorzitter die zich als dusdanig profileerde tijdens de campagne.

Als staats- en regeringsleiders met een andere naam afkomen, dan wordt dat parlement vast boos. Misschien geeft het in zo’n krachtmeting finaal toe, maar dat slaat wonden en het zal de zaken vooral vertragen. Dan is er wellicht geen voorzitter voor de zomer, en geen nieuwe Commissie in het najaar. Bij zo’n institutioneel vacuüm heeft niemand belang.

Er zijn vele redenen waarom Jean-Claude Juncker beter geen Commissievoorzitter wordt. Zijn fractie is weliswaar nog de sterkste, maar ze was ook de grootste verliezer, vorige week. Juncker is geen zestig jaar, maar hij ziet er uit- en afgeleefd uit en naar verluidt is hij dat ook. Hij rookt en drinkt zich te pletter (ook van horen zeggen). In de debatten tussen de Spitzenkandidaten was hij met ruime voorsprong de meest slaapverwekkende. Hij maakte een brij met holle woorden zoals groei en stabiliteit en innovatie. Het was van Europa dit en Europa dat, maar er leek geen sprankel enthousiasme in te zitten. Timothy Garton Ash werd er vorige week in deze krant ook niet wild van: misnoegde Europeanen zitten niet te wachten op dit verlept en cynisch mannetje (DS 27 mei) . ‘Stuur je opa naar Europa’, hoorden we tijdens een Nederlandse straatpeiling.

Toch is het belangrijk voor Europa dat Juncker net wél die voorzitter wordt. Het gaat dan niet eens om zijn ervaring, want er zijn vast kandidaten die minder versleten tonen dan de Luxemburger, die haast evenveel bagage hebben en die ook graag commissievoorzitter worden. Er is een principiële reden waarom hij het moet halen. Immers, we zeggen allang dat Europa onpersoonlijk is. Dat het geen smoel heeft en een verzameling is van anonieme technocraten, wonende onder een stolp over het Schumanplein. In theorie moet dat geen beletsel zijn om goed beleid te voeren. Maar zo werkt dat niet. We voelen er ons ongemakkelijk bij en het knaagt aan de legitimiteit van de Unie. Het is een griezelig idee om bestuurd te worden door robots waarmee we ons niet verbonden kunnen voelen, die we niet kunnen verfoeien of bejubelen. Europa heeft weinig gezichten. Of er zijn er wel, maar daar hebben we geen pak op. Wij stemmen niet op Angela Merkel of François Hollande.

Het experiment met de Spitzenkandidaten was eindelijk een poging om Europese verkiezingen Europeser te maken. Het was een begin. Het is eindeloos naïef om te verlangen dat dit van de eerste keer perfect werkt. Het Spitzenkandidaten-gedoe zal veel Europeanen vast ontgaan zijn. De debatten werden pas rond middernacht uitgezonden want het zou er toch niet veel toe doen. Ze waren bovenal saai, behalve toen als molenwiekende liberaal op dreef kwam, of de frisse groene kandidate met de komieke naam die we nog gaan horen.

De uitbouw van een democratie laat zich evenwel niet forceren, en al zeker niet als het transnationaal moet gebeuren. Gras groeit niet sneller door eraan te trekken. Markante initiatieven verdienen wel een kans. Europa is op zoek naar een eigen vorm van democratie. Dat wordt nooit een doorslag van onze nationale democratie, die overigens ook al enige tijd door de feiten is ingehaald.

Als de regeringsleiders straks Juncker niet nomineren, dan is het experiment voorbij. Dan kan de truc met de Spitzenkandidaten niet herhaald worden, wegens irrelevant. Dan hebben we bij de volgende Europese verkiezingen weer 28 nationale debatten met bijbehorend geklaag over het gebrek aan Europees karakter. Maar als het wel Juncker wordt, dan wordt de oefening de volgende keer zeer ernstig genomen. Dan komen de debatten in primetime op televisie en zullen de politieke groepen hun Spitzenkandidaten met zorg selecteren. Met opa’s zullen ze dan niet meer afkomen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s