Grenspalen

Wat is het verschil tussen een Schot, een Catalaan en een Vlaming? De Schot mag onafhankelijk worden, maar durft niet. De Catalaan wil onafhankelijk worden, maar mag niet. De Vlaming weet het nog niet goed en vindt de timing ongelukkig. Maar overal bestaat een stroming die het bestaan van een eigen identiteit als argument gebruikt om zelfbestuur te vragen.

Regionalisten altegader verzamelden vorige week in de motregen in Edinburgh, velen gehuld in een rok met keukenhanddoekmotief. Het resultaat van het referendum viel er tegen, maar in die laatste dagen van de campagne kwam het ondenkbare toch even heel dichtbij. De mogelijke splitsing van een land werd plots reëel.

Toch is dat niet zo’n straffe politieke sciencefiction. Wie er een oude atlas bijneemt, ziet dat grenzen permanent in beweging zijn. Ze langdurig betonneren lukt nooit. Alleen in Vlaams-Brabant geloven ze dat hun taalgrens de eeuwigheid zal trotseren. Amper vijfentwintig jaar geleden bestond er op dit continent een land dat Joegoslavië heette. Tsjechië en Slowakije hingen nog aaneen, en er waren twee Duitslanden met een prikkeldraad ertussen. Leveranciers van grenspalen zijn doorheen de geschiedenis zelden langdurig zonder werk gevallen. Grenzen veranderen door oorlogen, door veroveringen of door nieuwe sociale omstandigheden. Of ze worden hertekend naar aanleiding van afspraken en beslissingen of omdat de bevolking ervoor kiest.

Advertentie

In de zoektocht naar een beter bestuur worden de slagbomen al eens verzet en regio’s willen daar het voortouw in nemen. Ze zeggen dat ze vanuit cultureel oogpunt een gemeenschap vormen, en dat dit zelfbestuur rechtvaardigt. Als ze die gemeenschap definiëren grijpen ze terug naar de geschiedenis en om het goed te onderstrepen komt er dikwijls een scheut folklore bij. Schotten spelen doedelzak, Friezen kunnen fierljeppen, in de Provence hebben ze jeu de boules, Vlamingen doen aan vendelzwaaien. Dat wordt dan gekoppeld aan een regionale selectie uit de verzameling van prettige eigenschappen: hardwerkend, verdraagzaam, bescheiden, groot hart, goed gevoel voor humor, en dies meer.

De leden van een cultuurgemeenschap zouden pas echt gelukkig zijn als ze zichzelf ook politiek besturen. Dat is betrekkelijk naïef.

1. Geografische nabijheid van het machtscentrum is geen garantie voor meer inspraak en democratie. Er is geen bestuursniveau waar het er meer dictatoriaal aan toe kan gaan dan het lokale.

2. Regionale homogeniteit is een fictie. Er zijn niet alleen de onuitwisbare sporen van allerlei migratiebewegingen, maar er zijn ook altijd wezenlijke ideologische verschillen tussen de bewoners van een regio.

3. De meest prangende problemen van het moment kunnen alleen maar worden aangepakt door gezamenlijke beslissingen, om te beginnen op Europese schaal. Regionalisten van de minder bekrompen soort zien daar geen tegenspraak in. Zij pleiten voor een Europa waarin autonome gemeenschappen hun plek hebben en gezamenlijk beslissen over wat beter grensoverschrijdend geregeld wordt. Een Europa van de regio’s klinkt harmonieuzer en gezelliger dan een Europa van de lidstaten, maar ook dat is in vele opzichten een illusie. Het Europees Parlement zal heus geen jamboree worden waar de regio’s verbroederen en streekeigen hapjes uitwisselen. Als de echte debatten starten, zullen ze eerder elkaars strot afbijten dan de tanden te zetten in elkaars specialiteiten. Als het over economie, milieu, mobiliteit of landbouw gaat, zijn de linkse Schotten het tegenbeeld van de aartsconservatieve Beieraars in hun lederhosen.

Dat alles wil niet zeggen dat de staten in hun huidige vorm per definitie meer geschikt zijn om de bouwstenen van de wereldpolitiek te vormen. Het zijn net zo goed toevallige constructies en de homogeniteit is er nog beperkter dan in regio’s. Ze worden even sterk met de noodzaak geconfronteerd om de grenzen te overstijgen in een wereld waarin de meest prangende kwesties op een hoger niveau geregeld moeten worden.

Aan grenzen morrelen is van alle tijden en wellicht onvermijdelijk. Door een gebied groter te maken, wint het potentieel aan slagkracht en relevantie. Door het kleiner te maken, wordt het trivialer, maar neemt de kans toe dat beslissingen dichter bij de eigen voorkeur liggen. Dus wordt er eindeloos geschoven. De kaart van Europa zal er binnen honderd jaar vast anders uit zien dan vandaag. Maar in een streven naar een betere wereld kan de discussie over grenspalen en slagbomen nooit de hoofdzaak zijn. Mordicus vasthouden aan de huidige grenzen is even dwaas als het kortzichtige geloof dat een nieuwe grens per definitie beter bestuur brengt.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s