Dynamiek en dynamiet

Het ene parlement is het andere niet. Woensdag stemt het Europees Parlement over de nieuwe Commissie. Waarschijnlijk krijgt de ploeg van Jean-Claude Juncker het vertrouwen van de drie grote politieke families. De voorbije weken werd elke kandidaat-commissaris ondervraagd in dat parlement. Een na een moesten ze vooraan op een podium gaan zitten, zonder medewerkers of hulplijnen in de buurt. Drie uur lang werd er gepolst naar hun integriteit en onafhankelijkheid en vooral ook naar de kennis van de portefeuille die hen door Juncker was toegewezen. Ze moesten het helemaal zelf doen en konden geen klinkers kopen of jokers inzetten.

In het verleden deden er zich tijdens die mondelinge proeven telkens accidenten voor. Tien jaar geleden sneuvelde Rocco Buttiglione, een Italiaanse homohater die onder meer verantwoordelijk zou worden voor het non-discriminatiebeleid. In 2009 was het de beurt aan de Bulgaarse Rumiana Jeleva. In eigen land was ze bekend van het lokale Sterren op de dansvloer, maar in het Europees Parlement ging ze onderuit. Ze zou bevoegd worden voor humanitaire hulp, maar bleek nog nooit gehoord te hebben van Somalië. Congo kon ze vaagweg en met enige twijfel situeren als vermoedelijk een Afrikaans land.

Ook deze keer was er een aspirant-commissaris die het examen niet overleefde: Alenka Bratusek, de Sloveense kandidate die zich met energie zou moeten bezighouden. Ze had zichzelf in het begin van de zomer op een eigenaardige manier in naam van haar land genomineerd en wist over haar portefeuille weinig meer te vertellen dan wat in de brochures van Eandis staat. De twee grote fracties in het Europees Parlement zagen het niet zitten om haar groen licht te geven, en ook haar eigen liberale groep liet haar vallen na de hoorzitting.

Toch is die Europese aanpak ook niet alles. Er werden ‘politieke spelletjes’ gespeeld, zoals dat heet. Zodra er een rechtse kandidaat in de problemen kwam, werd gezocht naar een linkse kandidaat om lastige vragen aan te stellen. Bovendien rammelden de ondervraagden vooral ingestudeerde speeches af over hun geloof in transparantie, over hun hoop op een vlotte samenwerking met het parlement, over hun droom die was uitgekomen en over hun vastberadenheid om er wat moois van te maken. Sommigen maakten van de gelegenheid gebruik om hun talenkennis, of wat ervoor doorgaat, te etaleren. Ze bedankten elke vraagsteller uitgebreid voor de intelligente vraag. Parlementsleden lieten begaan of sukkelden in slaap. Het was vooral vreselijk saai, drie uur aan een stuk, zevenentwintig keer opnieuw.

Wat een verschil met het debat in het Belgische parlement, vorige week. Er was geroep en gehoon, gelach en geloei, geraas en gebulder. Het had alles van een slecht geregisseerde aflevering van F.C. De Kampioenen, met een hysterische Carmen en een Balthazar Boma die het reglement niet kende. Het zou trouwens kunnen dat er nog veel herhalingen van komen. De sfeer zat goed, het was interessante tv en een stevig spektakel. Als het over scherpte, dynamiek en dynamiet gaat, kunnen ze in Europa nog wat leren van onze nationale debatten. De kranten hadden alleszins voor vele dagen inspiratie. Tegelijk was het hele circus inhoudelijk vaak ondermaats en eigenlijk ook overbodig: de afloop lag op voorhand vast. De regeringspartijen gaven de ploeg van Charles Michel het vertrouwen en de oppositie deed dat niet. Ieder parlementslid deed daarmee exact wat beroepshalve van hem werd verwacht. Of had er iemand gedacht dat Michel, getroffen door de argumenten van de linkse oppositie, plots in tranen zou uitbarsten en het vertrouwen niet meer zou vragen?

Daarmee hebben we nu een regering met talrijke ministers van wie ik, ook na het getier van vorige week, niet goed weet wie ze zijn of waarvoor ze staan. Allang wordt gezegd dat we in België ook dat Europese voorbeeld moeten volgen en de aspirant-ministers in het parlement elk eens op de rooster moeten leggen: wie zijn ze? Wat doen ze? Wat drijft hen? Wie het regeerprogramma goedkeurt, moet niet noodzakelijk ook automatisch vertrouwen geven aan de mensen die verantwoordelijk zijn om het uit te voeren.

Maar het komt er niet van, zo’n examen voor ministers. Dus blijven er alleen de losse flodders. Tweets van weleer worden opgerakeld, timelines van Facebook worden uitgeplozen, gelekte e-mails worden nog een keer gelekt en toevallig gedraaide camerabeelden worden uitvergroot. Maar een ernstige ondervraging is dat niet. Met een kleine verontschuldiging en een beetje geknars over hoe gepakt men zich wel voelt, is de zaak gesloten.

Hoe zou de staatssecretaris voor Asiel en Migratie het ervan afbrengen als hij echt zou moeten uitleggen hoe hij over Afrikanen denkt? Waarom kiest een minister van Binnenlandse Zaken als hoogste medewerker iemand die het oké vindt om boetes op de grond te werpen en met verschillende nummerplaten rond te rijden? En er zijn vast nog wel meer vragen die een serener debat verdienden dan het heen-en-weergescheld en de gemompelde excuses die we gekregen hebben.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s