Een kiem van twijfel

Leidt het gebruik van veel alcohol tot hersenschade bij tieners? Een onderzoekster uitte er vorige week in enkele kranten haar twijfels over. Het was niet dat ze pubers opriep om voor de gezondheid dagelijks een paar pintjes te verzetten, maar veel graten leek ze er toch niet in te vinden. Andere wetenschappers bekritiseerden haar onderzoeksresultaten. Klinische neuropsychologen en ontwikkelingspsychopathologen struikelden niet alleen over elkaars naamkaartjes, maar ook over elkaars bevindingen.

De studie waarin alcoholschade gerelativeerd wordt, is niet het resultaat van prutsonderzoek. Het staat in een doctoraat dat verdedigd is aan een universiteit met een goede reputatie en het werd beoordeeld door wetenschappers die slim en vermaard zijn.

Toch is het niet verwonderlijk dat er vreemde of tegenstrijdige onderzoeksresultaten verschijnen. De ene proef kan immers tot andere conclusies leiden dan de andere. En er zijn zoveel variabelen die een rol kunnen spelen, maar niet allemaal in hetzelfde onderzoek geïntegreerd kunnen worden. Het is praktisch onmogelijk, of de goede methode ontbreekt of er heeft simpelweg niemand aan gedacht. Dus zijn absolute zekerheden zeldzaam.

Twijfel is ook de reden waarom we in Europa niet goed weten wat we van genetische manipulatie moeten denken. Aan mijn universiteit zijn pioniers actief die oprecht geloven in de fantastische voordelen van gentechnologie. Ze zien er de oplossing in voor het wereldvoedselprobleem, vinden het goed voor de gezondheid en hopen dat ze vergif in de landbouw overbodig maken. Er zijn ook andere wetenschappers, evenmin dommeriken, die wel bezorgd zijn. Sommigen zijn zelfs zo wantrouwig dat ze al eens een proefveld vernietigen. Ze zijn bang dat grote bedrijven te veel greep krijgen op de voedselproductie of ze vinden dat de langetermijneffecten van soortvreemde genen onvoldoende onderzocht zijn. Of ze vrezen dat gewone planten besmet worden met al dat genetisch gebricoleerd materiaal, waardoor er nooit nog een weg terug is.

Een Europese wet zegt vandaag dat de teelt van genetisch aangepaste gewassen in Europa voor alle zekerheid verboden is. Maar als er goed aangetoond wordt dat het allemaal veilig is, dan kan er bij wijze van uitzondering beslist worden om de teelt wel toe te laten. Maar hoe bewijs je die veiligheid overtuigend? Met allerlei technieken en methodes worden proeven gedaan en mensen die er veel verstand van hebben denken er diep over na. Zo af en toe komen zij tot de conclusie dat het allemaal in orde is.

Ja maar, roepen sceptici, de uitvinders van het asbest waren er met de technieken van destijds ook van overtuigd dat ze het ideale isolatiemateriaal ontworpen hadden. Pas duizenden doden later hebben ze toegegeven dat er aan hun ontdekking toch wat schortte. En Marie Curie, met haar radioactieve stralen, had ook niet in de gaten dat haar vondst enige collateral damage veroorzaakte, die ook haar eigen dood zou betekenen. Wetenschappers weten niet alles. Ze doen hun best, met de middelen, de inzichten en de technieken die er momenteel beschikbaar zijn of die ze Gobelijngewijs zelf uitvinden.

Vandaag wordt er in de Europese Unie één genetisch gemanipuleerd gewas geteeld, een maïssoort die hopelijk lekkerder is dan zijn naam ‘MON810’ doet vermoeden. Er is ook een aardappel geweest, Amflora, maar die zou intussen uit productie zijn genomen. Eigenlijk komt het er in Europa op neer dat voor- en tegenstanders elkaar in evenwicht houden. Dat betekent dat er nooit een grote meerderheid is voor het ene of voor het andere standpunt, waardoor het moeilijk is om beslissingen te nemen.

Europese parlementsleden en nationale ministers hebben er vorige week iets op bedacht: ze gaan het beleid inzake genetisch gemanipuleerde gewassen hernationaliseren. Over de toelatingen zal nog altijd Europees beslist worden, maar landen die toch bezorgd blijven, zullen de teelt op hun eigen grondgebied alsnog kunnen weigeren. Het ziet ernaar uit dat tegenstanders hun verzet nu zullen laten varen. In eigen land kunnen ze immers nog beperkingen hanteren, ook als de rest van het continent wel voor genetische manipulatie gaat.

Het is hoogst uitzonderlijk dat Europa een bevoegdheid terug naar de lidstaten laat lopen. Het botst immers met de uitbouw van de eengemaakte markt. Wat als een land dat volop inzet op genetische manipulatie gewassen wil uitvoeren naar een buurland waar men er weigerachtig tegenover staat? Is dat juridisch lang houdbaar? En praktisch? Gaan we weer grenscontroles invoeren om te controleren of er toch geen zaden vervoerd worden die in de ene lidstaat wel legaal zijn en in de andere niet? Gemanipuleerde gewassen verbouwen heeft ook grensoverschrijdende gevolgen, bijvoorbeeld omdat er in grensstreken besmetting mogelijk is, ook al stelt men bufferzones in. De keuze van de Europese besluitvormers om dit beleid te hernationaliseren, is op langere termijn dan ook onhoudbaar. Vermoedelijk althans.

Advertisements