Niveau drie

We vonden troost in de betogingen, we liketen de vrije mening op het internet, we zijn Charlie geweest en we stonden in de rij voor een krantje. We hadden de beste bedoelingen en deden wat we konden. Toen werd het tijd voor het beleid en voor maatregelen van bovenaf. Tot ver buiten Parijs vergaderden ministers en werden de experts erbij geroepen. Er kwamen lijsten met maatregelen, veiligheidsniveaus werden aangepast en het leger mocht uit de kazernes.

Terreur is schokkend. Mensen werden doodgeschoten omdat ze een tekening maakten, een tekenaar bewaakten of op het verkeerde moment naar de winkel gingen. Er moet gehandeld worden, want we willen niet dat het opnieuw gebeurt. Natuurlijk spelen ook emoties mee en onvermijdelijk verliezen we het perspectief wat uit het oog. Veel statistiek is er niet nodig om te bewijzen dat paracommando’s inzetten om dronken chauffeurs uit het verkeer te halen, meer levens redt dan ze inzetten tegen terreur. Terroristen komen brutaal en onverwacht en treffen onschuldigen. Doodrijders ook, maar daar raakten we aan gewoon en ze bedoelden het niet zo.

De strijd tegen terreur rechtvaardigt bijgevolg meer de inzet van buitengewone maatregelen dan andere kwalen van de tijd. De voxpop zegt het trouwens ook. Het televisienieuws toonde de man in de straat die vond dat er weer grenscontroles moeten komen. Dat het toch niet kan dat een terrorist in Brussel zijn wapens komt kopen en er dan Allah akbar prevelend mee naar Frankrijk reist zonder dat iemand even in zijn wagen kijkt. Her en der duiken Europese politici op die laten verstaan dat de binnengrenzen scherper in de gaten moeten worden gehouden.

Laten we ons even verplaatsen in het hoofd van de jihadi met slechte bedoelingen. Die tikte zonet in Brussel een kalasjnikov op de kop en wil nu via Luxemburg naar Frankrijk. Als die weet dat de controles zijn opgevoerd, rijdt hij vermoedelijk niet in een camionette met spreuken van de Profeet op de zijdeuren en een gepersonaliseerde nummerplaat van IS. Hij zal de grenspolitie trachten te misleiden, toch? Misschien doet hij zich voor als vakantieganger op weg naar de Côte d’Azur, met strooien hoed in plaats van bivakmuts en met een hawaïhemd. De automatische wapens liggen in de koffer onder de opblaasboot. Als we kans willen maken om onze jihadi te onderscheppen, moeten de controles grondig zijn. Elke wagen moet aan de kant. De grensbewakers moeten met spiegels onder de carrosserie kijken. Achter het bed van de mobilhome ligt mogelijk een raketwerper en in de grote valies zit misschien een bommengordel. Openmaken! Na een halfuur is het aan de volgende auto, en het is er verdorie weer een met een caravan. De file op de E411 reikt intussen tot in Namen.

Ook een jihadi heeft weinig zin in files en zoekt naar de kleinere wegen, of hij maakt een omtrekkende beweging via Nederland of Duitsland. Die overgangen moeten dus ook bewaakt worden en minstens even streng. En waarom zouden malafide kerels die gevochten hebben in Syrië hun plan niet kunnen trekken in de vallei van de Semois? Zouden die via de bossen van Orval niet over de grens raken?

Als we het menen met die grenscontroles, dan moeten we het direct serieus doen. Wachttorens dus en zoeklichten, bunkers ook en patrouilles met barse soldaten in een kaki uniform, een mijnenveld en prikkeldraad rond het land, met stroom erop in hoog voltage. Het budget voor het leger moet niet naar omlaag, het moet minimaal verdubbeld worden. In het andere geval maken we het alleen onszelf lastig, en niet de goed getrainde terrorist die zelden oliedom is.

Als politiemensen hun dienstwapen meenemen naar huis, wordt het risico op een accident dan niet groter dan de kans dat de agent met zijn pistool de wilde plannen kan verijdelen van een getrainde strijder met een diep geloof en een kalasjnikov?

We moeten Amerika niet achterna, waar de war on terror op te veel fronten faalde en vreselijk contraproductief werd. Vele maatregelen die genomen zijn of nu op stapel staan, hier en elders in Europa, wakkeren onvermijdelijk angst aan. Sommige missen bovendien nog elk effect. In onze regering zijn er stemmen die de vrees oppoken. Er zijn er gelukkig ook die het nog hebben over onze vrijheden en rechten, en dat we die niet te grabbel mogen gooien. Veiligheidsniveau drie mag geen alibi zijn voor beleidsmakers om er het hoofd bij te verliezen.

Advertisements

Ritselen

De Franse rijkentaks is afgevoerd. Wie jaarlijks meer dan een miljoen euro verdient, wordt niet meer voor 75 procent belast. In 2012 maakte François Hollande er nochtans een verkiezingsthema van. Het is crisis en ook wie schatrijk is, mag het voelen, zo redeneerden Hollande en zijn kiezers. Dat ze hun helikopter maar wat vaker aan de grond laten, het zwembadwater op het dek van het jacht een graadje kouder zetten en met de overschot van de truffels de volgende dag eens een restjesmaaltijd bereiden.

Maar nu hoeven die ontberingen niet meer. Superrijken mogen weer zot uit hun dak gaan. De opbrengsten van de taks vielen namelijk tegen, er waren ontwijkingsmogelijkheden en juridische bezwaren. Er was ook de rijkenvlucht, met Gérard Depardieu als grootste vaandeldrager. Hij verhuisde naar België en dat was waarschijnlijk niet omdat hij hier een rol in F.C. De Kampioenen ambieerde.

In Europa is het erg gemakkelijk geworden om met kapitaal en al te verkassen. Tussen de lidstaten bestaan er grote verschillen in de manier waarop vermogens belast worden, en dus zal de pientere boekhouder aan de grootverdiener al wel eens een verhuizing suggereren. Of, in het geval van Marc Coucke, géén verhuizing.

Er was recent ook de commotie over LuxLeaks: ruim driehonderd internationale bedrijven die op hun winsten 0,25 procent belastingen betalen, geholpen door vindingrijke Luxemburgers. Er zijn geen Europese regels over vennootschapsbelastingen, dus probeert elk land op eigen wijze grote bedrijven aan te trekken. In Luxemburg gebeurde dat misschien wat grootschaliger en minder transparant dan elders, maar in essentie doet iedereen hetzelfde. Waarom zit Ikea met zijn hoofdzetel in Liechtenstein? Omdat de Finnen daar massaal hun keukenkast graag Billy noemen en zelfstandig met een inbussleutel in elkaar steken? Waarom zit Starbucks in Nederland? Omdat Nederlanders verstand hebben van goede koffie? Waarom zit Google in Ierland? Omdat surfen op internet teruggaat op een oude Keltische traditie?

Door fiscale concurrentie proberen landen elkaar bedrijven af te vangen. Dat houdt de economie scherp, de overheid slank en het land creatief, zo luidt de redenering. De vraag is of die argumentatie nog telt in een eurozone waarbinnen de lidstaten zo sterk aaneengeklonterd zitten dat elke beslissing onmiddellijk consequenties heeft voor de andere landen. De eurocrisis verplichtte ons ertoe om een gezamenlijk begrotingstoezicht uit te werken: de ontsporing van één nationale begroting heeft namelijk gevolgen voor de andere landen in dezelfde euroboot. Maar dit geldt ook voor fiscaliteit: als het ene land een ontwijkingsroute organiseert, dan staan andere landen onder druk om een even ontwijkende route te verzinnen. In de eurozone zijn de mogelijkheden voor mobiliteit van mensen, bedrijven en hun kapitaal immers groot en de obstakels miniem. Fiscale concurrentie leidt in dit geval tot een race omlaag. Dat geldt althans voor de belastingen op vermogens en bedrijven die zich snel en makkelijk uit de voeten kunnen maken.

Belastingen gebruiken we om de welvaartsstaat te financieren. In essentie gaat het om herverdeling. Als de meest vermogenden buiten schot blijven, komt het op den duur neer op het rondpompen van geld tussen de minst vermogenden. Of – nog erger – op transfers van de minst naar de meest vermogenden, die immers meegenieten van publieke voorzieningen. Dan begint het systeem zijn doel wel ver voorbij te schieten.

Vermogensbelasting is ook hier een actueel thema. De moeilijkdoenerij van onze regering heeft niet alleen met ideologie te maken, maar ook met praktische overwegingen. Als het simpel was, hadden de socialisten het de voorbije periode al kunnen regelen.

Een fair en doeltreffend belastingregime vraagt vandaag om Europese afspraken. Maar het is een van die laatste terreinen waarop pas regels kunnen worden afgesproken als er unanimiteit is onder de lidstaten. Om iets in beweging te krijgen, moet een groep gemotiveerde landen het voortouw nemen. De vorige Belgische regering sloot zich aan bij een clubje dat werk wil maken van een taks op kapitaaltransacties, maar het is onzeker of hier overeenstemming over komt.

Het is nog de vraag of onze huidige regering mee aan de Europese fiscale kar zal trekken. Een zeldzame Europese belastingafspraak dateert uit het begin van de jaren 2000: voor de taks op spaargelden werd toen een gezamenlijke regeling getroffen die deels het einde van het bankgeheim inluidde. Tot op het laatst verzette België zich en pleitte het voor uitstel, achterpoortjes en uitzonderingen. Als het over de grote Europese gedachte gaat, staan we vooraan op de barricaden. Tot het over belastingen gaat. Dan ritselen we graag en gretig mee. LuxLeaks en de publieke verontwaardiging hebben vandaag in Europa het window of opportunity voor een meer gezamenlijke aanpak geopend. Afwachten of deze Belgische regering die kans benut.