Ritselen

De Franse rijkentaks is afgevoerd. Wie jaarlijks meer dan een miljoen euro verdient, wordt niet meer voor 75 procent belast. In 2012 maakte François Hollande er nochtans een verkiezingsthema van. Het is crisis en ook wie schatrijk is, mag het voelen, zo redeneerden Hollande en zijn kiezers. Dat ze hun helikopter maar wat vaker aan de grond laten, het zwembadwater op het dek van het jacht een graadje kouder zetten en met de overschot van de truffels de volgende dag eens een restjesmaaltijd bereiden.

Maar nu hoeven die ontberingen niet meer. Superrijken mogen weer zot uit hun dak gaan. De opbrengsten van de taks vielen namelijk tegen, er waren ontwijkingsmogelijkheden en juridische bezwaren. Er was ook de rijkenvlucht, met Gérard Depardieu als grootste vaandeldrager. Hij verhuisde naar België en dat was waarschijnlijk niet omdat hij hier een rol in F.C. De Kampioenen ambieerde.

In Europa is het erg gemakkelijk geworden om met kapitaal en al te verkassen. Tussen de lidstaten bestaan er grote verschillen in de manier waarop vermogens belast worden, en dus zal de pientere boekhouder aan de grootverdiener al wel eens een verhuizing suggereren. Of, in het geval van Marc Coucke, géén verhuizing.

Er was recent ook de commotie over LuxLeaks: ruim driehonderd internationale bedrijven die op hun winsten 0,25 procent belastingen betalen, geholpen door vindingrijke Luxemburgers. Er zijn geen Europese regels over vennootschapsbelastingen, dus probeert elk land op eigen wijze grote bedrijven aan te trekken. In Luxemburg gebeurde dat misschien wat grootschaliger en minder transparant dan elders, maar in essentie doet iedereen hetzelfde. Waarom zit Ikea met zijn hoofdzetel in Liechtenstein? Omdat de Finnen daar massaal hun keukenkast graag Billy noemen en zelfstandig met een inbussleutel in elkaar steken? Waarom zit Starbucks in Nederland? Omdat Nederlanders verstand hebben van goede koffie? Waarom zit Google in Ierland? Omdat surfen op internet teruggaat op een oude Keltische traditie?

Door fiscale concurrentie proberen landen elkaar bedrijven af te vangen. Dat houdt de economie scherp, de overheid slank en het land creatief, zo luidt de redenering. De vraag is of die argumentatie nog telt in een eurozone waarbinnen de lidstaten zo sterk aaneengeklonterd zitten dat elke beslissing onmiddellijk consequenties heeft voor de andere landen. De eurocrisis verplichtte ons ertoe om een gezamenlijk begrotingstoezicht uit te werken: de ontsporing van één nationale begroting heeft namelijk gevolgen voor de andere landen in dezelfde euroboot. Maar dit geldt ook voor fiscaliteit: als het ene land een ontwijkingsroute organiseert, dan staan andere landen onder druk om een even ontwijkende route te verzinnen. In de eurozone zijn de mogelijkheden voor mobiliteit van mensen, bedrijven en hun kapitaal immers groot en de obstakels miniem. Fiscale concurrentie leidt in dit geval tot een race omlaag. Dat geldt althans voor de belastingen op vermogens en bedrijven die zich snel en makkelijk uit de voeten kunnen maken.

Belastingen gebruiken we om de welvaartsstaat te financieren. In essentie gaat het om herverdeling. Als de meest vermogenden buiten schot blijven, komt het op den duur neer op het rondpompen van geld tussen de minst vermogenden. Of – nog erger – op transfers van de minst naar de meest vermogenden, die immers meegenieten van publieke voorzieningen. Dan begint het systeem zijn doel wel ver voorbij te schieten.

Vermogensbelasting is ook hier een actueel thema. De moeilijkdoenerij van onze regering heeft niet alleen met ideologie te maken, maar ook met praktische overwegingen. Als het simpel was, hadden de socialisten het de voorbije periode al kunnen regelen.

Een fair en doeltreffend belastingregime vraagt vandaag om Europese afspraken. Maar het is een van die laatste terreinen waarop pas regels kunnen worden afgesproken als er unanimiteit is onder de lidstaten. Om iets in beweging te krijgen, moet een groep gemotiveerde landen het voortouw nemen. De vorige Belgische regering sloot zich aan bij een clubje dat werk wil maken van een taks op kapitaaltransacties, maar het is onzeker of hier overeenstemming over komt.

Het is nog de vraag of onze huidige regering mee aan de Europese fiscale kar zal trekken. Een zeldzame Europese belastingafspraak dateert uit het begin van de jaren 2000: voor de taks op spaargelden werd toen een gezamenlijke regeling getroffen die deels het einde van het bankgeheim inluidde. Tot op het laatst verzette België zich en pleitte het voor uitstel, achterpoortjes en uitzonderingen. Als het over de grote Europese gedachte gaat, staan we vooraan op de barricaden. Tot het over belastingen gaat. Dan ritselen we graag en gretig mee. LuxLeaks en de publieke verontwaardiging hebben vandaag in Europa het window of opportunity voor een meer gezamenlijke aanpak geopend. Afwachten of deze Belgische regering die kans benut.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s