Luci en Simon

Sinds vorige week is Luci online. Luci is geen nieuwe sensatie op Tinder, maar een Leuvens computerprogramma. Luci gaat na of u de basisvaardigheden hebt die nodig zijn om universitaire studies te doen. Bij ons, aan de Gentse universiteit, hebben we Simon. Simon is een interessetest en een slaagkansvoorspeller. Net als bij Tinder is het een kwestie van klikken, swipen en een paar vragen beantwoorden. Snel daarna komt er, naargelang de omstandigheden, ontgoocheling of verlossing. In het geval van Luci en Simon: het antwoord op de vraag of u klaar bent om naar de universiteit te gaan.

Simon en Luci lijken oppervlakkig, met hun relatief korte vragenlijsten. U moet er niet voor studeren, u wordt niet onderworpen aan een urenlange proef die nagaat hoe het staat met uw kennis van de algebra en of u Egyptische farao’s op een blinde kaart kan situeren. U moet niet bewijzen dat u het verschil kent tussen een onomatopee en een eenzaadlobbige, of dat u voldoende matuur bent en tegelijk toch de jaarlijkse massacantus kan verteren. Maar beide tests zitten ondanks hun eenvoud bijzonder ingenieus in elkaar, ze zijn gebaseerd op onderzoek en hun voorspellende kracht is groot.

Luci en Simon verschillen sterk van elkaar: Luci zegt of u geschikt bent voor de universiteit in het algemeen, Simon doet het meer opleidingsspecifiek. Maar als het gaat om uw kansen op falen in te schatten, zijn ze beide akelig nauwkeurig. Als u code rood krijgt, weet u dat het aan de universiteit een hele onderneming wordt en dat u statistisch gesproken ternauwernood slaagkansen hebt.

Het is zonde, al die mensen die een foute keuze maken. Ieder jaar zie ik ze weer, de jongens en de meisjes die politieke wetenschappen gaan studeren omdat ze hopen te leren hoe je premier wordt. Er zijn er die aan economie beginnen met de verwachting snel beursgenoteerd te zullen zijn. U wil niet weten wat sommige aspirant-criminologen hopen op te steken. Er zijn nog steeds studenten die met rechten starten om mama en papa blij te maken. Er wordt te vaak gekozen voor een richting waar men geen aanleg voor heeft, of op basis van gebrekkige veronderstellingen. Bij een professor denken sommigen nog aan Gobelijn; Gent en Leuven kennen ze van Vlaanderen Vakantieland.

Natuurlijk moet een tegenvallend jaar aan de universiteit geen ramp zijn. Velen leren er zichzelf kennen en ook in de Overpoortstraat valt er, zelfs ver na middernacht, vast wijsheid te rapen die later nog van pas komt. Het is soms ook charmant om met twee linkervoeten toch voetballer te willen worden, al is het maar omdat het erger is om het nooit te hebben geprobeerd. Maar voor velen wordt dat jaar op de universiteit er toch een vol ontgoocheling, tranen en gebroken dromen.

Luci en Simon helpen dit te vermijden. Alleen al daarom zijn ze uitermate nuttig, al zou het minder verwarrend zijn als beide zouden samenwerken. Maar precies omdat ze zo goed blijken in hun voorspellingen, dragen ze ook het risico in zich dat ze als feilloos worden beschouwd. En dat zijn ze niet. Gelukkig zijn de universiteiten zich daar heel erg van bewust, nuanceren ze het belang ervan en adviseren ze zo goed als kan.

Universiteiten hebben de voorbije periode sterk ingezet op onderwijskwaliteit, op evaluaties en trainingen, op de ontwikkeling van leerlijnen, waarbij de lat op het einde hoog ligt, maar waarbij de opbouw stapsgewijs gebeurt. Lage slaagcijfers hebben niet alleen te maken met onvoorbereide studenten, maar ook met onderwijs dat niet in orde is. En we zijn er nog lang niet, want ook vandaag staan er in de eerste jaren nog lesgevers van wie de syllabus vol kromme zinnen staat, die doceren in een taal die geen enkel raakpunt heeft met het jargon van achttienjarigen of die vinden dat je best leert zwemmen in het diepe bad.

Dat eerste jaar blijft in vele opleidingen een slagveld vol gebuisden. Maar als de computer orakelt dat u 98 procent kans heeft om niet te slagen, kan u nog altijd tot de 2 procent gelukkigen behoren. En na een jaar proberen, ligt uw slaagkans misschien al flink hoger. Ze bestaan wel degelijk, de ploeteraars die al sukkelend door het eerste deel van hun studies gaan, maar zich finaal overtreffen, en het beoogde eindniveau met verve halen. Ik heb ze al gezien, de studenten die op de verkeerde middelbare school zaten, een chaotische jeugd kenden in een ingewikkeld gezin, of met een taalachterstand zaten. Ze werken vandaag met hun universitair diploma als raadgever van de regering of als journalist, een enkeling werd diplomaat. Voor professoren die hun les met passie geven, willen beklijven en graag studenten begeleiden is het een onwaarschijnlijk grote bron van vreugde: hun student die de statistieken, de gemiddelden en de computertest verschalkte.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s