We willen het niet weten

 ‘De Europese Unie heeft behoefte aan een alomvattende aanpak van migratie, met aandacht voor mensenrechten en ontwikkeling in de regio’s van herkomst.’ ‘De Europese Raad is vastbesloten om illegale migratie bij de bron aan te pakken, meer bepaald door de strijd aan te binden met diegenen die zich met mensenhandel bezighouden.’ ‘De Europese Raad wenst nauwere samenwerking tussen de lidstaten, inzonderheid wat de controle van de maritieme grenzen betreft.’ Enzovoort.

U denkt vast dat dit slaapverwekkende proza afkomstig is uit de conclusies van de Europese top van vorige week, die inderhaast georganiseerd werd nadat achthonderd vluchtelingen verdronken waren. U vergist zich. Het gaat om een verklaring van Europese leiders na een top in het Finse Tampere, ruim vijftien jaar geleden. Maar u vergist zich ook niet helemaal, want eigenlijk is de tekst uit 1999 haast identiek aan wat vorige donderdag door dezelfde club is overeengekomen. De Europese president Donald Tusk zwatelde er nog een kwartiertje over op de persconferentie, alsof hij een notariële akte voorlas. En daarmee zat de crisistop erop. Met de afspraken van Tampere zijn we niet veel opgeschoten en niets wijst erop dat het nu anders wordt.

Er is vorige week eigenlijk maar één concrete beslissing genomen: de verdrievoudiging van de middelen voor zoek- en reddingsoperaties. Het huidige Europese team beschikt over amper een handvol bootjes, een paar vliegtuigen en één helikopter. Met dat materiaal kun je zwemmers voor verdrinking behoeden op een drukke zomerdag in de Gentse Blaarmeersen, maar het is wat weinig om de Middellandse Zee te controleren. Met de extra middelen zullen er meer mensen gered worden, maar ze laten nog lang niet toe om de Afrikaanse kusten af te speuren, waar de drama’s tegenwoordig vaak al snel na afvaart beginnen.

Een tweede beslissing die uit de top kwam, is voorlopig minder concreet, maar de leiders waren er wel vastberaden over: Europa zal de boten van de mensensmokkelaars vernietigen! Dat moet zo ongeveer de overtreffende trap van symptoombestrijding zijn. Wie half Afrika doorwandelde en onderweg zijn hele hebben en houden kwijtraakte om aan de kust vast te stellen dat de boot gezonken is als gevolg van een Europese interventie, die zoekt een andere boot. Wie denkt dat de sukkelaar in kwestie gewoon terugwandelt, als stond hij voor een gesloten bakkerij, is niet goed wijs.

In essentie willen de meeste Europese landen maar één ding: migratieroutes blokkeren, zodat het ons probleem niet meer is. De miserie in de landen van oorsprong, de vlucht naar Noord-Afrika en de toestanden op de kades in Libië: we willen het niet weten. Maar we hebben tegenslag, want de brandhaarden van het moment liggen echt niet ver van de Europese grenzen. Zolang de toestand ginds hopeloos is en de repressie ongenadig, zullen er wanhopigen zijn die, alvorens ter plekke dood te gaan van ellende, de hachelijke tocht starten en op zoek gaan naar een beter leven.

Natuurlijk zijn we als Europeanen niet alléén aansprakelijk voor de ellende in de wereld en de grote ongelijkheid, maar we zijn wel mee verantwoordelijk. Een stuk van onze Europese welvaart hebben we doorheen de geschiedenis al rovend en plunderend bij elkaar geschraapt. Tot op vandaag bevorderen Europese lidstaten op verpletterende wijze de instabiliteit in de rest van de wereld door wapens te leveren daar waar er iets aan te verdienen valt, door dubieuze afspraken met malafide regimes, door het nabuurschapsbeleid schromelijk te verwaarlozen, door een handelsbeleid dat niet altijd fair in elkaar zit, door het conflict in het Midden-Oosten te laten etteren, door een ontwikkelingssamenwerking die naam niet waardig, door de gespleten tong als het gaat over mensenrechten en democratie.

Het is die hypocrisie die een duurzame aanpak van de vluchtelingencrisis in de weg staat. Natuurlijk verandert de wereld niet van vandaag op morgen in een paradijs en uiteraard hebben ook de mensen ter plekke een grote verantwoordelijkheid. Maar een Europees beleid dat consequent en eerlijk gericht is op ontwikkeling, het zou al een goed begin zijn. De meeste lidstaten willen het daarover echter liever niet hebben.

De Europese reactie op een drama in de Middellandse Zee laat zich ongeveer als volgt samenvatten: als er minder dan honderd doden zijn, gebeurt er niets. Bij tweehonderd tot vierhonderd doden, worden sommige leiders emotioneel (‘Het is verschrikkelijk!’, ‘We moeten iets doen!’). Als er vierhonderd tot achthonderd doden zijn, dan klinken dezelfde mantra’s en wordt er in de Europese instellingen een minuut stilte georganiseerd. Bij achthonderd doden zijn er de mantra’s, plus de minuut stilte, plus de organisatie van een crisistop. Hoeveel doden zijn er nodig voor er ook een echt beleid komt?

Advertisements