Australië begot

Volgens geoefende Eurosong-watchers viel het mee deze keer. Geen vrouwen met baarden, geen monsterlijke maskers, amper vuurwerkfonteinen, slechts één brandende piano. Wij blikken tevreden terug op deze editie met de vierde plek van onze Loïc en zijn ritme binnenin.

Het neemt niet weg dat het festival veel van zijn pluimen verloor. Als er nog pluimen aan te pas komen, zitten ze daar waar ze niet hoeven te zitten. Ergens in de loop van de geschiedenis liep het fout. Vroeger, in de tijd van Waterloo, Vicky Leandros en Gente di Mare, was het gezellig. Er waren glitters en confetti, doorkijkjurken en al eens een homo van wie we het niet wisten, maar dat was functioneel, ter ondersteuning van patriottische liedjes of spirituele ballades. Nadien is het ontspoord, ongeveer toen de Oost-Europeanen erbij kwamen met hun corrupte jury’s en hun vriendjespolitiek. Om nog op te vallen moest je niet speciaal goed zingen, wel zotte dingen doen. Die kermis van de wansmaak past niet meer op de publieke omroep, horen we al een tijdje. Het is meer iets voor een marginaal kanaal op de betaaltelevisie, bij voorkeur ver na middernacht. Daar mag het feestje stilaan uitdoven.Er is nog een Europees project waar de klad in zou zitten: de Europese Unie. De populariteit zit op een dieptepunt en sinds de komst van de Oost-Europese landen is de gezelligheid weg. De invoering van de euro was megalomaan, de Chinezen liggen op de loer en Poetin wacht alleen nog zijn moment af om stukken Unie in te lijven. We zijn het avondland, en het loopt stilaan op zijn einde.

Thierry Baudet en Nigel Farage zeggen het al lang, maar vandaag zijn er veel meer kenners die de degradatie van de Unie voorspellen, tenzij alles direct en drastisch anders wordt. Maar iedereen weet dat het niet drastisch anders wordt, en zeker niet direct. Ze heten Jonathan Holslag of Johan Van Overtveldt, althans vóór hij minister werd. Ze ademen pessimisme uit, schrijven er boeken over en vinden dat we niet goed bezig zijn. We pikken ze graag en gretig op, de verhalen die mismoedig maken. Ze krijgen voorpagina’s en airplay.

Intussen wil de hele wereld wel nog zaken doen met Europa. Chinese firma’s volgen onze regels omdat ze onze markt niet willen verliezen. De allergrootste bedrijven houden zich aan onze wetten. De Europese Commissie is de enige instelling ter wereld die het aandurft om Microsoft miljardenboetes op te leggen. De Unie is een magneet. Vluchtelingen riskeren hun leven op de Middellandse Zee om naar hier te komen. De zes oorspronkelijke lidstaten werden er achtentwintig en de wachtkamer blijft gevuld. Tot vijfentwintig jaar geleden kenden Oost-Europeanen geen vrije verkiezingen. Intussen nemen ze op alle vlakken onze regels over. Wellicht doen ze dat nog niet perfect, maar de evolutie blijft opmerkelijk. Als de Amerikanen normen willen verspreiden, sturen ze vliegdekschepen. Europa zwaait met de wortel van de uitbreiding en het werkt beter.

De recente Europese geschiedenis is ook een verhaal van foute keuzes en gemiste kansen. Maar de aantrekkingskracht van de Unie blijft immens en dat moet niet verwonderen. Ze is een oase van rust en stabiliteit en welvaart. Nergens anders is de koopkracht van een half miljard mensen zo hoog, leven ze zo lang of is de sociale bescherming zo goed uitgewerkt. Dat komt minstens gedeeltelijk door de samenwerking die hier zestig jaar geleden ontstond. Die integratie gaat verder, meestal traag, soms schoksgewijs. Het is nooit anders geweest. De wereld ziet er vandaag anders uit, daar houden we maar beter rekening mee. Maar de radicale omwentelingen die her en der bepleit worden, omdat het water ons aan de lippen zou staan, zullen zich niet voordoen. Tussen het conservatisme van te veel politici en de luchtkastelen van te veel waarnemers, ligt nog een heel veld aan mogelijkheden om een constructief beleid te voeren. We moeten vooral blijven uitgaan van de troeven die we hebben. De omgeving ziet ze blijkbaar eerder dan wijzelf.

Intussen zijn er de kijkcijfers van Eurosong: tweehonderd miljoen. Al het geleuter van de mopperaars ten spijt, blijft dat een succes. Australië wilde dit jaar zelfs meedoen. Australië! Van veel verder kunnen ze niet komen. Honderdduizenden kropen ginds uit hun bed, in het midden van de nacht, om naar ons festival te kijken. We onderschatten de aantrekkingskracht van vandaag, zoals we de geschiedenis wel eens te veel idealiseren. Het verleden, dat was niet alleen Sandra Kim. Dat was ook Pas de Deux en Linda Lepomme. Zoals het vandaag ook niet alleen de freakshow met het kinky kantje is. Een toonvaste jongen met een goed idee, daar raken we al ver mee. We gonna rappabab tonight! Geen idee wat het wil zeggen, maar het is vast constructiever dan eindeloos gemekker.

Advertisements

The winner takes it all

Van kromme wiskunde kennen ze wel wat, daar in Groot-Brittannië. De Conservatieven behaalden 37 procent van de stemmen, Labour hinkte met 31 procent niet eens extreem ver achterop. In het parlement hebben de Conservatieven wel een absolute meerderheid, terwijl Labour honderd zetels minder heeft. Een partij als Ukip, goed voor 13 procent, rijft amper één zeteltje binnen van de 650. De Schotse nationalisten, die nog geen 5 procent van de Britse kiezers uitmaken, hebben dan weer 56 zetels. Het is moeilijk uit te leggen, maar het is wel een bewuste keuze: het kiessysteem is er zodanig ontworpen dat coalitieregeringen meestal vermeden kunnen worden. Kleine partijen komen niet aan de bak, tenzij ze sterk staan in één regio. Het gevolg is dat een partij met 37 procent van de stemmen vijf jaar lang haar zin kan doordrijven. Die van ABBA wisten het al: the winner takes it all.

Dat is nogal wat anders dan de manier waarop de Europese Unie in elkaar zit. Die hangt aaneen van de compromissen en de packagedeals. Verdragen zijn samengeflanst tijdens nachtelijke vergaderingen en er hangen verklaringen en protocollen aan vast om iedereen toch enigszins ter wille te zijn. Europese wetten staan bol van toegevingen, uitzonderingen, overgangsbepalingen en kortingen. De kortste weg tussen twee punten is in Europa altijd een ingewikkelde, slijmerige kronkellijn langsheen eindeloos veel staties.

De Britten keren de Europese Unie straks misschien de rug toe. Er starten nu onderhandelingen en weinigen geloven dat premier David Cameron méér kan binnenhalen dan een paar symbooltrofeeën. En zelfs al wint hij over heel de lijn, dan nog is het referendum van 2017 een heikele zaak. Groot-Brittannië is het land waar Brussel een scheldwoord is en waar Europese leiders in de populaire pers voor Hitlers worden versleten. Of voor natte dweilen. Wheeling and dealing, de Britten zijn het nooit gewoon geworden. Nochtans sturen ze vaak constructieve diplomaten naar Brussel. Hun parlementsleden, ministers en zelfs premiers onderhandelen hier mee de compromissen. Maar zodra ze weer aan de andere kant van het Kanaal staan, krijgen ze het niet meer uitgelegd. Dan dragen ze weer hun bolhoeden, eten ze vis met frieten en rijden ze langs de foute kant van de baan.

In andere lidstaten begint het trouwens ook zo te gaan. Nationale beleidsmakers hebben altijd minder zin om Europese beslissingen te verdedigen. Inderdaad, vaak zien de compromissen er ellendig uit. Maar het is wel de enige manier om de zaak te laten functioneren. Het zou niet werken om één land, één strekking of één partij voor een paar jaar het monopolie op het bestuur te geven. De winnende minderheid zou natuurlijk een krachtiger politiek kunnen voeren. Maar het zou al de anderen geheel en al van het project vervreemden en een ondraaglijke spanning in het systeem brengen.

Het vermaledijde compromis is een teken van beschaving: uiteenlopende belangen en veelsoortige prioriteiten worden onder ogen gezien en met elkaar geconfronteerd. Niet op het slagveld, maar aan de onderhandelingstafel wordt er gezocht naar een vergelijk. Socialisten of liberalen, wijnboeren in de Elzas of betonboeren uit Polen, bankiers in Helsinki of party ­people op Ibiza: ze hebben allemaal goede redenen om zich blauw te ergeren aan de Europese politiek. Als ze het alleen voor het zeggen hadden, zou het Europese beleid er ongetwijfeld anders uitzien. Maar er is niet één kamp dat altijd en alleen de overwinning claimen kan. En dat is een groot geluk voor al die andere kampen.

De afkeer van het compromis in Groot-Brittannië en klaarblijkelijk ook altijd meer in andere lidstaten, is dodelijk voor Europa. Totale overeenstemming kan trouwens niet het ultieme doel zijn. Want dan treedt de verlamming in. Maar zonder betrekkelijk breed draagvlak onder lidstaten en onder politieke fracties werkt Europa niet. En dat betekent niet dat beleidsmakers zich al bij voorbaat in het grijze, modderige midden moeten nestelen. Integendeel, Europese politiek vraagt net om debatten op het scherp van de snee, en politici die met overtuiging hun gedacht verdedigen. Dat recht, en zelfs die plicht, heeft de Britse regering, net als vandaag ook de Grieken van Syriza of de Duitse kanselier. Allemaal kregen ze een mandaat van hun bevolking. Maar finaal moeten ze wel aanvaarden dat er andere meningen, visies en bekommernissen zijn, die ook bestaansrecht hebben. In tegenstelling tot bij ABBA is er in Europa dan ook zelden één winnaar en één verliezer. Het vraagt wat dapperheid om dat ook uit te leggen aan de eigen kiezers. En niet alleen in Londen.