The winner takes it all

Van kromme wiskunde kennen ze wel wat, daar in Groot-Brittannië. De Conservatieven behaalden 37 procent van de stemmen, Labour hinkte met 31 procent niet eens extreem ver achterop. In het parlement hebben de Conservatieven wel een absolute meerderheid, terwijl Labour honderd zetels minder heeft. Een partij als Ukip, goed voor 13 procent, rijft amper één zeteltje binnen van de 650. De Schotse nationalisten, die nog geen 5 procent van de Britse kiezers uitmaken, hebben dan weer 56 zetels. Het is moeilijk uit te leggen, maar het is wel een bewuste keuze: het kiessysteem is er zodanig ontworpen dat coalitieregeringen meestal vermeden kunnen worden. Kleine partijen komen niet aan de bak, tenzij ze sterk staan in één regio. Het gevolg is dat een partij met 37 procent van de stemmen vijf jaar lang haar zin kan doordrijven. Die van ABBA wisten het al: the winner takes it all.

Dat is nogal wat anders dan de manier waarop de Europese Unie in elkaar zit. Die hangt aaneen van de compromissen en de packagedeals. Verdragen zijn samengeflanst tijdens nachtelijke vergaderingen en er hangen verklaringen en protocollen aan vast om iedereen toch enigszins ter wille te zijn. Europese wetten staan bol van toegevingen, uitzonderingen, overgangsbepalingen en kortingen. De kortste weg tussen twee punten is in Europa altijd een ingewikkelde, slijmerige kronkellijn langsheen eindeloos veel staties.

De Britten keren de Europese Unie straks misschien de rug toe. Er starten nu onderhandelingen en weinigen geloven dat premier David Cameron méér kan binnenhalen dan een paar symbooltrofeeën. En zelfs al wint hij over heel de lijn, dan nog is het referendum van 2017 een heikele zaak. Groot-Brittannië is het land waar Brussel een scheldwoord is en waar Europese leiders in de populaire pers voor Hitlers worden versleten. Of voor natte dweilen. Wheeling and dealing, de Britten zijn het nooit gewoon geworden. Nochtans sturen ze vaak constructieve diplomaten naar Brussel. Hun parlementsleden, ministers en zelfs premiers onderhandelen hier mee de compromissen. Maar zodra ze weer aan de andere kant van het Kanaal staan, krijgen ze het niet meer uitgelegd. Dan dragen ze weer hun bolhoeden, eten ze vis met frieten en rijden ze langs de foute kant van de baan.

In andere lidstaten begint het trouwens ook zo te gaan. Nationale beleidsmakers hebben altijd minder zin om Europese beslissingen te verdedigen. Inderdaad, vaak zien de compromissen er ellendig uit. Maar het is wel de enige manier om de zaak te laten functioneren. Het zou niet werken om één land, één strekking of één partij voor een paar jaar het monopolie op het bestuur te geven. De winnende minderheid zou natuurlijk een krachtiger politiek kunnen voeren. Maar het zou al de anderen geheel en al van het project vervreemden en een ondraaglijke spanning in het systeem brengen.

Het vermaledijde compromis is een teken van beschaving: uiteenlopende belangen en veelsoortige prioriteiten worden onder ogen gezien en met elkaar geconfronteerd. Niet op het slagveld, maar aan de onderhandelingstafel wordt er gezocht naar een vergelijk. Socialisten of liberalen, wijnboeren in de Elzas of betonboeren uit Polen, bankiers in Helsinki of party ­people op Ibiza: ze hebben allemaal goede redenen om zich blauw te ergeren aan de Europese politiek. Als ze het alleen voor het zeggen hadden, zou het Europese beleid er ongetwijfeld anders uitzien. Maar er is niet één kamp dat altijd en alleen de overwinning claimen kan. En dat is een groot geluk voor al die andere kampen.

De afkeer van het compromis in Groot-Brittannië en klaarblijkelijk ook altijd meer in andere lidstaten, is dodelijk voor Europa. Totale overeenstemming kan trouwens niet het ultieme doel zijn. Want dan treedt de verlamming in. Maar zonder betrekkelijk breed draagvlak onder lidstaten en onder politieke fracties werkt Europa niet. En dat betekent niet dat beleidsmakers zich al bij voorbaat in het grijze, modderige midden moeten nestelen. Integendeel, Europese politiek vraagt net om debatten op het scherp van de snee, en politici die met overtuiging hun gedacht verdedigen. Dat recht, en zelfs die plicht, heeft de Britse regering, net als vandaag ook de Grieken van Syriza of de Duitse kanselier. Allemaal kregen ze een mandaat van hun bevolking. Maar finaal moeten ze wel aanvaarden dat er andere meningen, visies en bekommernissen zijn, die ook bestaansrecht hebben. In tegenstelling tot bij ABBA is er in Europa dan ook zelden één winnaar en één verliezer. Het vraagt wat dapperheid om dat ook uit te leggen aan de eigen kiezers. En niet alleen in Londen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s