Het eindspel dat er geen is

Ik studeerde politieke wetenschappen omdat ik de dynamiek achter de politiek wilde begrijpen. Dat viel tegen: politicologen spraken elkaar nogal tegen met hun theorieën en verklaringen. Ik raakte meermaals de kluts kwijt, tot ik de speltheorie ontdekte en daar uiteindelijk ook mijn eindverhandeling over schreef. Ik vulde mijn dagen en nachten met oplossingen zoeken voor ingewikkelde problemen door ze in modellen te gieten.

Vandaag hebben de Griekenlandwatchers het allemaal over speltheorie en meer bepaald het chicken game. Dat spel is makkelijkst uit te leggen met de hulp van James Dean. In Rebel without a cause gaat die een uitdaging aan met een haantje uit de wijk. In gestolen auto’s zullen ze naast elkaar tegen hoge snelheid op een klif afrijden. Wie het eerst uit zijn auto springt, is het chicken, de lafaard. Op dat moment zal de ander nog snel uit zijn auto springen en de trofee opeisen, in dit geval het buurmeisje, zijnde Natalie Wood. Ze kunnen ook op het allerlaatste moment tegelijk uit hun auto’s springen. Dan is er niet echt een winnaar. Maar als ze dat beiden koppig weigeren, dan storten ze te pletter in de zee diep onder de klif, die er in de film betrekkelijk onheilspellend uitzag.

De parallel met Griekenland is simpel. De laatste maanden verbeuzelden we onze tijd met altijd weer verhalen over vijf voor twaalf, de laatste kans, het moment van de waarheid, alweer een deadline en het geduld dat op was. Het kon de voorbije periode onmogelijk tot een akkoord komen, zo leert James Dean ons. We reden namelijk nog niet dicht genoeg bij de afgrond. Als de Griekse regering toegevingen deed, zou ze laf zijn. Op het Syntagmaplein zou er tegen Alexis Tsipras betoogd worden en zijn partij zou uiteenscheuren. Tsipras moet bewijzen dat hij vecht, bij voorkeur nét niet tot de dood.

Hetzelfde geldt voor de Duitsers, de Finnen, de Nederlanders en tutti quanti. Noodhulp ter beschikking stellen zonder daar pijnlijke voorwaarden aan te koppelen, is niet te verkopen aan de eigen bevolking. Grote delen van de publieke opinie blijven denken dat de Grieken grote sier maken met de steun van de voorbije jaren en weinig politici hebben de moed om uit te leggen dat het geld diende om onze banken te redden. Dus spelen zij het spel even hard.

Maar de klif is nu echt nabij. Bestaande hulpprogramma’s bereiken hun vervaldag, er moeten schulden worden terugbetaald, er zit geen cent meer in de Griekse schatkist en al de wisseltrucs zijn uitgeput. De finale van het chicken game is nu volop bezig. De leiders van de eurolanden waren gisteren al in Brussel en gaapten naar de afgrond. Donderdag en vrijdag komen ze opnieuw bijeen. Speltheoretici zitten op het puntje van hun stoel en kijken wie de lafaard wordt. Of hoe ieder zich te pletter rijdt, laat op de avond of diep in de nacht.

Terug naar het pleistoceen

Zelf had ik het na vier jaar studeren wat gehad met die speltheorie. De modellen hebben namelijk een paar mankementen.

1. De inzet van het spel is bij James Dean nog duidelijk. Er is een trofee (Natalie Wood – voor wie in de jaren vijftig nog niet geboren was, zie Google afbeeldingen).

Maar wat valt er in het politieke spel van vandaag eigenlijk te winnen? En hoe hoog is de prijs als het misloopt? Als Griekenland straks zijn schulden niet betaalt en failliet gaat, zal het niet rap nog aan verse euro’s raken. Dan moet het wellicht een eigen minderwaardige munt slaan. De bevolking zou daardoor nog eens flink verarmen. Volgens sommige economen wordt Griekenland dan naar het pleistoceen gekatapulteerd. Maar er zijn er ook die zeggen dat het ginds niet slechter kan worden dan vandaag. Een Grexit kan het begin zijn van een wonderlijke wederopstanding.

Als het gaat over de gevolgen voor de schuldeisers lopen de meningen even fel uiteen. Er zijn economen die orakelen dat de eurozone vandaag vlotjes bestand is tegen het vertrek van Griekenland, maar er zijn er ook die een domino-effect voorspellen en het einde van de munt die zo voordelig is voor exportlanden als Duitsland. Als er nog schulden worden terugbetaald, zal het in feta zijn, maar nooit meer in euro.

De waarheid is dat we het allemaal niet weten. Economen hebben eigen schema’s, tabellen en grafieken die zogezegd hun gelijk bewijzen, maar ze spreken elkaar in volle ernst in alles tegen. Wat dat betreft, overtreffen ze zelfs de politicologen. Over de gevolgen van winst of verlies bestaat dus extreme onzekerheid.

2.Het chicken game kent normaal een einde, met een winnaar en een verliezer, met gedeeld verlies, of met een catastrofe. Politici hebben evenwel de gave om het spel te rekken met juridische gymnastiek en financiële hocus pocus. Eigenlijk doen ze dat al ruim vijf jaar – ze verschuiven de afgrond steeds naar wat verderop. Kan dat lang doorgaan? Eigenlijk wel. Het is bijlange niet uitgesloten dat we het over vijf jaar nog altijd hebben over de laatste kans, het moment van de waarheid en de cruciale dag. En dat we het weer zullen horen: ‘Nu echt. Nee, maar écht.’

Al sinds de start van de crisis houden de partijen elkaar in een houdgreep. De lijm die hen bindt, is de angst voor chaos. Griekenland vreest een zot avontuur. De schuldeisers leggen in ruil voor steun extreme voorwaarden op. Het enige wat ze nog niet eisten, is de annulatie van de verkiezingen die Syriza aan de macht brachten. In de praktijk komt het daar evenwel op neer. Maar bij een etterend land, daar in het zuiden, hebben ze dan ook weer geen baat, en al zeker niet als de Grieken met de Russen gaan flirten.

Ernstig hulppakket

3. De obsessie om het chicken game vooral niet te verliezen, leidt ertoe dat er ook tijdens dit zogezegde eindspel maar twee mogelijkheden op tafel liggen: de chaos met bijbehorend spektakel, of voortdoen zoals we bezig zijn. Dus steun, mondjesmaat verleend, onder voorwaarden die net niet neerkomen op wurging. En alle partijen die hun achterban wijsmaken dat het nu echt anders wordt. Het hoort bij het spel en de angel gaat er dan voor even uit. Een paar weken, een paar maanden, wie zal het zeggen. Door het spel zo te spelen, komt een oplossing niet veel dichterbij. Sterker, het zicht op wat er werkelijk aan de hand is, raakt fel vertroebeld.

Griekenland bengelde voor de crisis al onderaan op de Europese welvaartsladder. Intussen verdween nog eens een kwart van het bbp, ruim een derde van de Grieken leeft op of onder de armoedegrens, meer dan een kwart is werkloos, bij jongeren gaat het om haast 60 procent en het gemiddeld gezinsinkomen kelderde de voorbije jaren met tientallen procenten. De kindersterfte stijgt, de zelfmoordcijfers pieken als nooit voorheen. Wat politici ook mogen insinueren, dit is geen land dat boven zijn stand leeft. Dat is een land dat moet worden geholpen. En niet met boekhoudtrucs vol bittere voorwaarden en kleine letters, maar met een ernstig en omvattend hulppakket en met een plan om er de economie weer op de rails te krijgen. Of willen we na de Syriërs, de Eritreeërs en de Afghanen straks ook Grieken in onze opvangcentra?

Advertisements

Door het stof

In januari werd Syriza de grootste partij in Griekenland. Veel plezier hebben ze daar nog niet beleefd aan hun linkse regering. De groei, die net weer aantrok, is stilgevallen. De werkloosheid blijft gruwelijk hoog en de armoede is allesbehalve aan het verdwijnen. Een premier met een franke muil en een minister van Financiën met een leren vest brengen rock-’n-roll in de politiek, maar geen ommezwaai in het beleid. Griekenland is er slechter aan toe dan een halfjaar geleden en veel links gejubel over de kracht van de democratie horen we niet meer.

Natuurlijk had Syriza de Grieken een rad voor de ogen gedraaid. Elke koerswijziging aan de besparingspolitiek moet het akkoord krijgen van allerlei andere landen en instellingen. Met een lege schatkist en te weinig betrouwbaarheid om op de markten te lenen, blijft Griekenland afhankelijk van hulp. Die komt in belangrijke mate uit Duitsland, waar Angela Merkel in 2013 herkozen werd met indrukwekkender cijfers dan Alexis Tsipras. Toegeeflijkheid ten aanzien van Griekenland stond niet in haar verkiezingsprogramma. Wie het over democratie heeft, moet ook dit aspect in rekening brengen: als de Grieken recht van spreken hebben, dan de Duitsers ook.

Het was van in het begin dus duidelijk dat Syriza amper een fractie van de verkiezingsbeloftes zou kunnen realiseren. Maar zelfs dat blijkt nu te veel. Lage pensioenen moeten verder omlaag, de btw op medicamenten moet fors omhoog. Er wordt de Griekse regering zelfs geen borrelnoot gegund. Het lijkt er stilaan op dat enkele Europese ministers van Financiën, waaronder ook de onze, vooral met Syriza willen afrekenen. De Grieken moeten door het stof, op handen en voeten, achterstevoren en zonder kleren aan. Geen vernedering mag hen bespaard blijven.

Uiteraard staat Griekenland zwak in de onderhandelingen. Als er geen euro meer uit de schatkist valt te schrapen en er geen zicht is op vers geld, zijn er gauw ook geen centen meer om gepensioneerden of ambtenaren te betalen. Dan zit er weinig anders op dan weer een eigen munt te slaan. Die zal natuurlijk niet veel waard zijn. In theorie wordt zo de export gestimuleerd, maar de economie is ginds zo belabberd dat er weinig uit te voeren valt. Met schapenkaas en olijfolie raakt geen land uit het moeras. We gaan hier per slot van rekening geen olijfolie beginnen drinken. Griekenland importeert vooral veel, en al die import wordt bij een Grexit plots fors duurder. Na alle drama’s van de voorbije periode komt er dan nog eens een collectieve verarming bij. Een mens stelt zich wat anders voor bij een extreem-links programma.

Maar er is ook de andere kant. De kosten van een Grexit voor de rest van de eurozone en bij uitbreiding de wereldeconomie, zijn onbecijferbaar. Elke econoom heeft er zijn gedacht over, maar er zijn er geen twee die hetzelfde denken. Voor de ene kan de eurozone proper gesplitst worden en volstaan vijf minuten politieke moed. Voor de andere is het de start van een jarenlange wereldwijde recessie. Geen mens kan precies inschatten wat er te gebeuren staat, maar als Barack Obama er zich zorgen over maakt, is het toch geen kwestie om licht over te gaan. En dan is er nog de politieke prijs die we betalen als Griekenland in de armen van Rusland of China wordt gedreven.

Empathie helpt om de Griekse stem voor extreem-links te begrijpen. Van de noodfondsen die de voorbije jaren zijn opgezet, heeft de modale Griek niet veel gezien. Het geld dat Griekenland werd toegeschoven, moest gebruikt worden om eerdere schulden af te lossen en zo allerlei banken overal in Europa voor ondergang te behoeden. Met sympathie of compassie had het nooit te maken, wel met eigenbelang – een nieuwe bankencrisis zou ons immers meer kosten. De Grieken moesten wel spectaculair besparen en verarmden dag na dag. Natuurlijk had het land zich jarenlang onverstandig diep in de schulden gewerkt, maar in essentie gebeurde dat om er gerief in de rest van Europa mee te kopen. Het is een beetje simpel samengevat, maar het komt hier wel op neer: vele jaren hebben wij, en vooral Franse en Duitse bedrijven, geweldig goed verdiend aan de Grieken en hun schuldenput. Er was ook wanbeheer en corruptie, maar de verantwoordelijkheid is gedeeld.

Sommige Europese onderhandelaars lijken zich nu te verkneukelen in de eigen onwrikbaarheid. Als er zelfs geen symbolische toegevingen inzitten, moeten ze niet verbaasd zijn als Griekenland zich straks zelf in alle heftigheid en bitterheid uit de euro flikkert. Het zou dom zijn en daarom nog altijd onwaarschijnlijk. Maar wie aanstuurt op de totale vernedering van Syriza is unfair en vooral erg gevaarlijk bezig.