Te laat voor het klimaat

Vlaams minister van Bedrijventerreinen Joke Schauvliege (CD&V), luidens haar website ook bevoegd voor Milieu en Natuur, is al jaren een trouwe bezoekster van de grote klimaatconferenties. Meestal staat ze achteraf te pruilen. Ze vindt dat er te weinig ambitie is: de aarde warmt maar op en de wereld laat het allemaal gebeuren.

Een tijdje geleden liet ze het volgende optekenen: ‘Ik heb nu de conferenties in Kopenhagen, Cancun en Durban meegemaakt, en ik heb vooral het gevoel dat we rondjes draaien. Misschien moet we ons daar eens over bezinnen: kan het zo wel verder? Zullen we er op deze manier wel geraken?’ De vraag is misschien wat aan de suggestieve kant, maar daarom niet minder pertinent.

Vorige week evalueerde het Europese Milieuagentschap de klimaatvooruitgang in de Europese Unie. De lidstaten spraken af om tegen 2020 de uitstoot van broeikasgassen met 20 procent te verminderen tegenover 1990. Er moet ook 20 procent energie bespaard worden en 20 procent van de energie hoort uit hernieuwbare bronnen te komen.

In het rapport valt er goed en slecht nieuws te rapen. Om te beginnen met het goede: de Unie zal haar doelstellingen realiseren, vooral omdat sommige landen meer doen dan afgesproken. En ook wel omdat de doelstellingen niet zo bijster ambitieus waren. Het slechte nieuws dan: een viertal landen presteert belabberd, en het onze is erbij.

De uitstoot van broeikasgassen daalt hier onvoldoende en we schieten tekort inzake energiebesparing. De enige doelstelling die België haalt, heeft te maken met hernieuwbare energie. Dat komt omdat de lat voor ons land erg laag ligt: tegen 2020 moet hier maar 13 procent van de energie uit hernieuwbare bronnen komen. In alle windstreken van dit continent zijn lidstaten te vinden die meer indrukwekkende plannen realiseren.

Joke Schauvliege is dezer dagen natuurlijk druk in de weer met instaan voor bossen, grapjassen terechtwijzen en Bart Schols coachen. Maar het blijft toch spijtig dat uitgerekend het land met een minister van Milieu die na elke klimaattop moppert over het lage ambitieniveau, zelf zo zwak presteert. Misschien moeten we ons daar ook eens over bezinnen, mevrouw de minister: kan het zo wel verder? Zullen we er op deze manier wel geraken?

Het is uiteraard niet alleen een Vlaamse verantwoordelijkheid, ook de federale overheid en de andere gewesten schieten tekort. Dit land is niet goed bezig, met zijn schimmige energiebeleid, zijn bedrijfswagens, zijn files, zijn dalende premies voor woningisolatie, zijn intensieve landbouw, zijn gebrek aan bomen en zijn grote bedrijven die overal een ontsnappingsroute vinden. Vorig weekend werd een akkoord bereikt over de verdeling van de klimaatinspanningen over alle bestuursniveaus. De regeringen wilden dat als een succes verkopen. Maar het akkoord dat er geen blijkt te zijn komt hoe dan ook een jaar of zes te laat. Als de afspraken eerder waren gemaakt, hadden we vandaag misschien niet zo’n treurig figuur geslagen.

Dit land behoort tot de rijkste ter wereld, het gaat prat op zijn creativiteit en zijn vermogen tot innovatie. Als er een plek is die het voortouw kan nemen bij de aanpak van problemen van planetaire omvang, is het deze wel. Vorige maand lanceerden onze ministers van Klimaat bijgevolg een website met foto’s van ijsberen, pinguïns en windmolens bij een ondergaande zon en met een klok die aftelt tot de start van de klimaatconferentie in Parijs, dat alles in twee talen. ‘Klik voor het klimaat’, heet het initiatief. Burgers die vinden dat de wereld meer ambitie moet tonen, worden opgeroepen om te klikken. Het komt meteen ook op Twitter en Facebook – zeg niet dat de uitvinders van ons klimaatbeleid niet mee zijn met de digitale tijd.

Maar als het erop aankomt echte maatregelen te nemen, dan kijken we naar de buitenwereld. Andere landen mogen de grote problemen oplossen, wij zullen wel klikken. Laat de Portugezen en de Litouwers maar investeren in hernieuwbare energie, laat de Denen en de Britten hun emissies maar beperken en laat vooral de Chinezen maar eens een tandje bijsteken. Als klimaatvluchtelingen op de loop gaan omdat hun land onder water loopt, woestijn wordt of op een andere manier verzwolgen raakt, laat de Turken en de Libiërs hen dan maar opvangen. En wij? Wij klikken en bezinnen. Tot daar onze klimaatambitie.

Advertisements

De Grote Guy-Verhofstadt-show

‘Nog in geen duizend jaar zal Groot-Brittannië instemmen met een eenheidsmunt’, riep de toenmalige Britse premier Margaret Thatcher tijdens een discussie over de invoering van de euro. Michel Rocard, haar Franse collega, reageerde opgetogen: ‘Het is dus geen principiële zaak meer, maar slechts een kwestie van goede timing?’ Een geduldig en pragmatisch politicus ziet overal een opening.

Guy Verhofstadt zou er wanhopig van worden. Voor hem moet alles nu gebeuren. Heute godverdomme. In het Europees Parlement pleit hij al jaren onvermoeibaar voor de onmiddellijke oprichting van de Verenigde Staten van Europa, met onder meer een leger, een fatsoenlijk budget, een buitenlandse politiek en gezamenlijk schuldbeheer. In iets wat het midden houdt tussen Engels, Nederlands en gebarentaal gaat hij als liberale fractieleider briesend en bulderend tekeer tegen het getreuzel van de Europese leiders. Elke maand opnieuw voert hij in het halfrond de Grote Guy-Verhofstadt-show op. Hij zwaait met zijn armen, als was hij een windmolen die Straatsburg en omstreken van stroom moet voorzien.

Verhofstadt staat op de kaart en in het parlement krijgt hij veel applaus, voornamelijk ter linkerzijde. Dankzij hem speelt de liberale fractie stevig boven haar electorale gewicht en dat kan ze verzilveren in concrete dossiers. In het echte centrum van de macht zit Verhofstadt evenwel allang niet meer. Een Europese topfunctie zal hij nooit vervullen, niet het minst omdat hij de premiers en presidenten die daarover beslissen, blijft wegzetten als een bende imbecielen die niet weten waarmee ze bezig zijn. Gisteren stelde hij zijn nieuwste boek voor, De ziekte van Europa. Het is opnieuw een lange tirade aan het adres van de huidige generatie leiders die de problemen verkeerd aanpakt. Slechts een Europese federatie biedt de oplossing voor de ellende waarin we zitten en die nog op ons afkomt.

Is het de vlucht vooruit of de klucht vooruit, vraagt een groot deel van de publieke opinie zich intussen af. Velen denken dat er in het hoofd van Verhofstadt een of meerdere vijzen loszitten. Met zijn pleidooi voor een sterker Europa roeit hij tegen de tijdgeest in. Het zijn de eurosceptici die de wind in de zeilen hebben, zoals Geert Wilders en Thierry Baudet. Zij maken verdrietige analyses van de crisissen waarin Europa verkeert en hebben een diep verlangen naar het verleden en het herstel van de natiestaat. De meeste van die sceptici zijn overigens redelijk optimistisch: de Europese Unie zal nu wel snel aan de eigen spanningen ten onder gaan.

Verhofstadt begint zijn nieuwe boek ook met een langgerekt gezeur over alles wat niet werkt. Het verschil met de eurosceptici is dat Verhofstadt geen heimwee heeft naar het verleden, maar naar de toekomst, die niet rap genoeg kan beginnen. In 2005, in zijn eerste pamflet voor een sterk Europa, riep hij op tot een economisch bestuur voor de eurozone. Hij wilde toen ook dat asielbeleid en defensie gemeenschappelijk werden.

Vandaag zijn we tien jaar verder en in tegenstelling tot de voorspellingen van Baudet en soortgenoten is de ­euro niet verdwenen – er kwamen zelfs nog landen bij. De binnengrenzen worden niet opnieuw bewaakt – er zijn hooguit enkele lukrake controles, tijdens de kantooruren. Het is integendeel het programma van Verhofstadt dat intussen, zij het met tien jaar vertraging, geleidelijk wordt uitgevoerd. Lidstaten moeten deze week hun begroting indienen bij de Europese Commissie. Pas nadat ze daar groen licht hebben gekregen, kan er in de nationale parlementen over gestemd worden. Er worden volop hotspots uitgebouwd en Frontex krijgt extra middelen, het begin van een gezamenlijke grenswacht en dito asielstelsel. Een embryonaal Europees leger is actief in de Golf van Aden en straks ook in de Middellandse Zee.

De geschiedenis keert dus niet op haar stappen terug en de problemen van de 21ste eeuw zullen niet worden opgelost door organisatievormen uit de 19de eeuw. Maar de instellingen en structuren van vroeger zijn taai en geven zich niet snel gewonnen. Ze bieden houvast aan een twijfelende publieke opinie, veel langer dan Verhofstadt lief is. Europese integratie verloopt bijgevolg met horten en stoten, met schudden en schokken, en vooral als het echt niet anders kan. Tijdens crisissen bijvoorbeeld. Die grondstroom is er al zestig jaar, en ze gaat in de richting van wat Verhofstadt predikt: steeds méér Europa. Maar gras groeit niet sneller door eraan te trekken. Of het tactisch verstandig is om enkele decennia voor de troepen uit te gaan lopen, valt nog te bezien. In vele opzichten heeft Verhofstadt zich buiten het debat geplaatst. Maar als hij niet als een groot politiek strateeg de geschiedenis ingaat, dan doet hij het allicht wel als de Nostradamus van de Europese integratie.