Losse eindjes

Marcherende soldaten in de hoofdstad, een gesloten metro, afgelaste concerten, scholen die toe zijn. In sommige delen van de wereld mag het dagelijkse kost zijn, voor ons is het buitengewoon bevreemdend en beangstigend. Als de dreiging nabij is en het alarm reëel, dan zijn dit de maatregelen. Een soort staat van beleg, die niet te lang mag duren.

Terreur slaat wild en meedogenloos toe en vraagt om alle hens aan dek. Het is in alle omstandigheden moeilijk opboksen tegen een geschifte moordmachine met de slechtste bedoelingen. Het beste beleid is er natuurlijk een dat vermijdt dat mensen radicaliseren. Goed onderwijs, racisme bestrijden, een zinvolle baan voor iedereen. Wie veel te verliezen heeft in het ondermaanse, zal minder vatbaar zijn voor het waanzinnige geloof in een hiernamaals met 72 maagden.

Maar voor sommigen is het te laat. Of ze zijn te krankzinnig. Ze heten Anders Breivik of Abdelhamid Abaaoud. Dus is er ook een antiterreurbeleid en dat brengt kosten mee, voor veiligheidsdiensten, leger en politie. Maar de prijs ligt hoger. Want als we straks weer overgaan tot de orde van de dag, zal die niet meer helemaal dezelfde zijn. Er zal meer wantrouwen zijn en meer controle, minder privacy en minder vrijheid. En – zo valt te vrezen – minder aandacht voor andere zaken die ook belangrijk zijn en om een goed beleid vragen.

Beleidsmakers moeten bijgevolg zorgvuldig zijn: ze moeten investeren in maatregelen die effect hebben, niet in achterhoedegevechten. Tot die laatste categorie behoren de pleidooien om landen weer elk apart voor hun veiligheid te laten instaan. Forse taal over eigen grenzen valt daar ook onder. Het was de eerste maatregel die de Franse president François Hollande aankondigde, enkele uren na de aanslag: de fermeture des frontières. Het was praat voor de galerij. De waarheid is dat de Franse grenzen geen seconde zijn gesloten. Er zijn een paar filterblokkades aan de grote snelwegen, die files veroorzaken en de grenseconomie pijn doen. Maar honderden kleine wegen, paden, velden, straten en rivieren waar Frankrijk stopt en een ander land begint, worden amper in de gaten gehouden. Dat is vandaag ook simpelweg onmogelijk, tenzij met een veelvoud aan soldaten, duizenden kilometers prikkeldraad, antitankgrachten en mijnenvelden. Grenzen verloren in Europa hun vanzelfsprekendheid, het zijn nog slechts stippellijnen op een kaart en in tijden van Google Maps raakt iemand met slechte intenties er altijd door of over.

Effectieve maatregelen zijn vandaag maatregelen die gezamenlijk worden genomen. Een probleem dat geen grenzen kent, kan alleen over grenzen heen worden aangepakt. In Groot-Brittannië daalt dat besef niet in – daar willen ze Europa weer in achteruit zetten. Maar ook veel andere landen hebben het er moeilijk mee. Het is onthutsend dat nationale inlichtingendiensten hun informatie ook vandaag nog slechts mondjesmaat delen, bilateraal en selectief, al naargelang of ze er zin in hebben. Ieder werkt met losse eindjes. De puzzelstukken verplicht delen zou een hele stap vooruit zijn, idealiter komt er een Europese CIA. Maar dan moeten landen soevereiniteit afstaan. Dat ligt klaarblijkelijk moeilijk, zelfs al zijn gevolgen van alleenheerschappij over de eigen inlichtingen dramatisch.

Toch lieten landen in Europa de voorbije halve eeuw al veel van hun soevereiniteit los: over de eengemaakte markt en de honderden regels die er gelden, wordt beslist in Brussel en Straatsburg. Op vele vlakken zijn nationale politici nog slechts ambtenaren van Europa, uitvoerders van wat gezamenlijk beslist werd. Nationale banken verloren met de invoering van de euro zelfs de greep op hun geld. Goedgemikte devaluaties in het eigen belang, het kan niet meer. Landen legden er zich bij neer dat hun begrotingen door Europa worden aangestuurd. Al dat verlies aan macht gebeurde nooit uit enthousiasme, maar omdat er economisch profijt aan vast hing. Als het evenwel gaat om de strijd tegen blinde terreur, dan blijven velen krampachtig vasthouden aan hun soevereiniteit, hoe hol die doos ook geworden is.

Als we niet willen wennen aan gepantserde wagens in de straten, aan dreigingsniveau vier, aan lessen die niet doorgaan en winkels die vroeger sluiten dan normaal, dan moet de energie gaan naar gezamenlijk beleid. Niet naar de illusie dat we er geraken via losse, vrijwillige samenwerking, al naargelang hoe het uitkomt. Die losse eindjes kunnen we ons niet meer permitteren. Omdat we niet mogen wennen aan bommen en kalasjnikovs die ramen breken, levens verwoesten en dromen stukslaan. We mogen dat niet gewoon worden, dat blauwe politielint, het bloed op de straten, de kaarsen en de bloemen achteraf, de lieve woorden op een stuk karton, en iemand die nadien op straat een treurig liedje op zijn piano speelt.

Advertisements

De schaal van volheid

Ik moet maar eens in mijn pen kruipen, dacht de burgemeester van Antwerpen. Dat had minder te maken met de Boekenbeurs in zijn stad dan met de aanwezigheid van vluchtelingen. Hij schreef een brief aan Europese politici ter rechterzijde. De boodschap liet zich samenvatten in vier woorden: het land is vol. We bereikten de limiet, voegde hij daar in elk interview aan toe.

De staatssecretaris voor Asiel en Migratie deed er in een interview met De Morgen nog een schep bovenop: ‘de situatie is on-houd-baar’, met klemtoon op elke lettergreep. België dreigt het putje van Europa te worden, zo voegde hij er nog aan toe. Een rake metafoor zal onze staatssecretaris nooit laten liggen. In het putje stinkt het en stroomt de vuiligheid samen. Vluchtelingen en drek, voor sommigen is het allemaal hetzelfde.

Ook Jan Becaus, senator voor de N-VA, liet de voorbije dagen van zich horen: in een column op doorbraak.be vroeg hij om cijfers. Er is te veel onduidelijkheid, te veel vaagheid. Dan denken mensen snel van alles, en niet noodzakelijk het juiste, zo schreef hij. De Senaat houdt politici alert. In een ingewikkeld debat is er behoefte aan gegevens die concreet en helder zijn, niet aan intuïtie of insinuatie.

Dus hoe zit dat nu met het land dat vol zou zijn? Wat is vol? Heeft iemand dat becijferd? Bestaat er een formule voor? Is er een schaal van volheid? Staan wij dan helemaal van boven? Is Antwerpen vol? Is Herstappe vol? Zou Aalter al vol zijn? En hoe zit het met Libanon of Turkije? Die landen zijn blijkbaar nog niet vol, zo begrijpen we uit de brief van de burgemeester. Zij moeten namelijk nog meer vluchtelingen opvangen. Naar verhouding vangen ze er nochtans al vele keren meer op dan wij. Ingewikkelde formule moet dat zijn.

Wat kost ons deze volheid, vraagt ­Becaus zich nog af. Zoveel als de subsidiëring van bedrijfswagens? Evenveel als een Joint Strike Fighter? En ‘on-houd-baar’, hoe moeten we dat zien? Wat als we voorbij ‘on-houd-baar’ gaan? Volgende week dus, of anders volgende maand. Is de Apocalyps dan nabij? Halen we kerst nog? Moeten we straks zelf op de loop? Gelukkig is er volgens de berekeningen van de burgemeester nog plaats in Turkije en in Libanon.

Goed beleid gaat uit van strakke analyse, niet van buikgevoel. Dat neemt niet weg dat de uitdaging er een van formaat is. Laten we daar niet onnozel over doen, dit wordt een hele klus, en al zeker voor de grote steden.

Diversiteit is prettig als ze zich beperkt tot een Congolees die goed kan voetballen, een Chinees met culinaire plannen in een leegstaand pand of een paar genaturaliseerde Afrikanen die onze medaillekansen op de volgende Olympische Spelen fors doen stijgen. Maar de realiteit is complexer, en bij de asielzoekers zitten niet alleen Syrische gezinnetjes met een papa die alles kent van computers, een mama die iets in de zorgsector doet, en een dochtertje met ­bambi-ogen dat al weet dat Hanne de nieuwe rosse is, en Klaasje de blonde.

Niet iedereen die hier aanspoelt, is van het type knuffelvluchteling. Er zijn ook Bulgaarse bedelaars waar we liever niet van weten, kerels uit het Midden-Oosten die een eigenaardige kijk hebben op vrouwenrechten, fanatieke homohaters van Noord-Afrikaanse oorsprong die minder problemen hebben met onverdoofd slachten dan met het Nederlands.

Laat dat allemaal maar eens samenleven in eenzelfde stad. Dat geeft problemen op het vlak van onderwijs, veiligheid en huisvesting, sociaal en cultureel. Het vraagt vooral om creatief beleid, niet om gore metaforen of om bangmakerij. Ideaal wordt het nooit. Maar niemand heeft ooit gezegd dat het gemakkelijk zou worden, burgemeester zijn van een grote stad of staatssecretaris voor Asiel.

Het zou natuurlijk minder ingewikkeld zijn zonder vluchtelingen, zonder oorlogen in de omgeving, als rijkdom eerlijker verspreid was en alleman van goede wil. Maar de wereld is geen roze wolk en er is behoorlijk wat ellende. In moeilijke omstandigheden moeten we een en ander zien te managen. Van alle wolken wonen wij, in West-Europa, wel op de meest rozige. Onze draagkracht is niet eindeloos, maar wel groter dan elders. Dat geeft ons extra verantwoordelijkheid. We kunnen die niet van ons afschuiven met een bordje ‘volzet’. We zaaien zo de kiemen van nog meer ellende en lossen er geen probleem mee op. We scoren er wel hoog mee op de schaal van het politiek opportunisme.