Morsig met waarden

Je kan als vluchteling maar beter getrouwd zijn, je hebben en houden beleggen in goud en dat vervolgens versmelten in een trouwring. In Denemarken riskeer je anders dat de autoriteiten je bezittingen in beslag nemen. Voor trouwringen wordt een uitzondering gemaakt, zo groothartig zijn ze wel. Voor het overige moet een vluchteling er letterlijk zonder bagage aan zijn culturele en economische inburgering beginnen. De overheid helpt een handje door alles af te pakken. De maatregel wordt tegelijk gebagatelliseerd: vluchtelingen raakten toch al alles kwijt aan mensensmokkelaars. Vooral de eigenlijke boodschap achter zoveel cynisme telt: kom niet naar hier.

Het Verdrag van de Europese Unie bevat meer dan 400 pagina’s en eindeloos veel artikels, paragrafen, streepjes en protocollen. Maar helemaal vooraan, in het tweede artikel staat het volgende: ‘De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van minderheden. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving, gekenmerkt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen.’

Het zijn niet alleen de Denen die er een aparte interpretatie van menselijke waardigheid en solidariteit op nahouden. In Frankrijk is het niet de overheid die met de bezittingen van vluchtelingen gaat lopen, daar worden ze verzwolgen door de modder van Duinkerke. In Hongarije, waar vluchtelingen ook al met de voeten vooruit getackeld worden, pleit premier Viktor Orban voor de illiberale staat. Die is in ongeveer alles het tegenovergestelde van de rechtsstaat. En de Polen zijn sinds kort ook goed bezig om artikel twee te vergeten. Tegen hen is er nu een sanctieprocedure opgestart, omdat de regering de onafhankelijkheid van de openbare omroep en het grondwettelijk hof muilkorft. Een echte bestraffing zal er niet van komen, maar zich ophouden in het gezelschap van de Poolse regering is nu even niet oké.

De Poolse premier komt vandaag naar het Europees Parlement en ze zal er goed van langs krijgen. Vooral Guy Verhofstadt, uitgegroeid tot het geweten van de Unie, zal in eigenaardig Engels weer een hele tirade afsteken. Over Denemarken zal hij zwijgen, want de Deense premier is een partijgenoot. Partijbanden verklaren ook waarom Viktor Orban de sanctiedans ontspringt: hij is lid van de grote Europese Volkspartij, die weliswaar verveeld zit met dit naargeestige gezelschap, maar hem uiteindelijk de hand boven het hoofd houdt. Hij is tenslotte familie, ook van onze CD&V. Op dat gebied heeft de Poolse regering tegenslag – zij heeft minder machtige vrienden. Sterker: Poolse diplomaten en ook Europees president Donald Tusk hebben een viscerale afkeer van hun landgenoten die momenteel de regering bemannen.

De één moet even met pek en veren paraderen, de ander komt er zonder rimpeling mee weg. Er wordt geminimaliseerd, gefutiliseerd en weggekeken. Maar het valt niet meer te negeren: in heel Europa, en niet alleen in het oosten, zijn er politieke partijen met brede publieke steun voor wie artikel twee zich in de dode hoek bevindt. Economische samenwerking, subsidies, de eengemaakte Europese markt: zolang het niet te betuttelend is, is dat allemaal prima. Maar solidariteit, pluralisme of de rechtsstaat, dat hoeft niet zo meteen.

Het zou gevaarlijk zijn daar licht over te gaan. Het gaat namelijk om de lijm die de lidstaten bindt. In een Unie die zich uitstrekt van Lapland tot Ibiza is er geen culturele essentie, gedeelde geschiedenis of eenzelfde taal. Wat Europa doet verschillen van andere plekken in de wereld zijn politieke keuzes: een verbod op de doodstraf, aandacht voor sociale bescherming en dus solidariteit, vrije media, scheiding tussen kerk en staat, gelijke rechten voor mannen, vrouwen en ook minderheden. Dat soort dingen. Het gaat terug op wat er staat in artikel twee.

Wie morsig omgaat met waarden, morrelt aan het wezen van de Unie. Daarom vraagt die kwestie een eerlijk debat. Niet eentje waar politieke vrienden elkaar de hand boven het hoofd houden, spelletjes gespeeld worden of ranzige maatregelen worden gebagatelliseerd. De fundamenten van de Unie zijn relatief broos. Artikel twee staat niet gebeiteld in een stenen tafel. Het kan gewoon geschrapt worden. Als grote delen van de bevolking een autoritair bestuur willen, dan wordt er een streep getrokken door datgene wat we ooit belangrijk genoeg vonden om vooraan in het Verdrag te zetten. We moeten wel weten dat landen die deze waarden onbelangrijk vinden, over het algemeen veel vijanden hebben, vaker in oorlogen belanden, gekenmerkt worden door grote ongelijkheid, door angst, door veel volk in de gevangenissen en door instabiliteit.

Europa wordt volwassen

Uit het jaaroverzicht van 2015 onthouden we slechts twee lichtpunten. België staat nummer één op de ranglijst van de Fifa, helaas ook de meest corrupte organisatie van het jaar. En de Nasa vond water op Mars. Ook hier een minpuntje: de rode planeet blijft voorlopig onbewoonbaar. We moeten dus nog even verder met de uitdagingen die het ondermaanse ons te bieden heeft.

Spijtig, want niet alleen de terugblikken, ook de voorspellingen zijn gedrenkt in tristesse. Het was een jaar van kommer en kwel en het ergste moet nog komen. Met afgeschaft vuurwerk zijn we begonnen aan een 2016 waarin we verse terreur en skigebieden zonder sneeuw mogen verwachten. Kerncentrales worden beurtelings stilgelegd en weer opgestart en de buren maken zich zorgen. Een economisch jubeljaar wordt het allerminst. Er zullen vluchtelingen verdrinken en er zullen vluchtelingen aankomen – naargelang van uw politieke voorkeur vindt u het ene al akeliger dan het andere.

Vroeger, als ons een ramp ten deel viel of we zaten met een complexe affaire, verwezen we naar Europa. Ergens aan de verre einder waren er gemeenschappelijke instellingen die ooit, als ze volwassen zouden zijn, wel de oplossing zouden leveren.

De volwassenwording van de Europese Unie is nu volop bezig. Dat gebeurt niet met een paukenslag, een plechtige communie of een heidens ritueel. Het voltrekt zich Echternachgewijs met twee passen vooruit en eentje naar achteren. Al haalt die laatste het vaakst de media, het nettoresultaat is een stap vooruit.

Regeringsleiders die elkaar tot voor kort maar enkele keren per jaar ontmoetten en daarbij dromerig in de verte staarden, komen nu haast elke maand bijeen. Nationale begrotingen kunnen pas goedgekeurd worden na groen licht vanuit Europa – vóór de eurocrisis was zoiets ondenkbaar. Er komen hotspots met gezamenlijk vluchtelingenonthaal en er circuleert een voorstel om de buitengrensbewaking te versterken en in noodgevallen over te nemen van de lidstaten. Er wordt vast nog veel over gepalaverd en de uitvoering zal kramakkelig zijn, maar zaken die voor de zomer onbespreekbaar waren, liggen nu op tafel. Inlichtingendiensten wisselen meer info over Syriëstrijders uit dan ooit tevoren en er wordt ge sproken over belastingen, in de nasleep van LuxLeaks. Er gelden kloeke sancties tegenover Rusland, du jamais vu. Het gebeurt met horten en stoten, te weinig en ook vaak te laat. Uiteraard, want lidstaten hebben de meest uiteenlopende prioriteiten en belangen. Maar het is niet zo dat het in het verleden vlotter liep. Toen stopten de debatten na een toespraak met gevoileerde romantiek. Nu begint het dan pas.

Niet dat er wonderoplossingen zijn, maar een gezamenlijke aanpak heeft alvast meer effect dan elk voor zich. Tegelijk keldert het geloof in Europa. Timothy Garton Ash vreest de ontbinding van de Unie (DS 29 december) , niet zozeer een apocalyptisch einde in een zee van vuur, maar een geleidelijke ontrafeling. Voor Bart Sturtewagen is de vluchtelingenkwestie de crisis te veel (DS 26 december) . Ook bij de Europese Commissie lopen ze te sippen. Wellicht komt die angst voort uit de steeds vaker gehoorde dreigementen van nationale politici, samen te vatten als: ‘Krijg ik mijn zin niet, dan stap ik eruit!’

Maar uiteindelijk blijft iedereen meedoen. Viktor Orban, bijvoorbeeld, de Hongaarse premier die na een sessie stampvoeten tevreden vaststelt dat de grootste prioriteit van de Unie in het vluchtelingendebat nu ligt in het bewaken van de buitengrenzen. Maar ook wie het onderspit moest delven, blijft aan boord. Zelfs de Griekse premier Alexis Tsipras voert de opgelegde besparingen tegenwoordig braaf uit, al staan ze haaks op zijn politieke overtuiging.

Aan Europese ontrafeling hangt een hoge prijs. Wat vandaag evident lijkt, is onlosmakelijk met de eenmaking verweven: exportmogelijkheden op de ene markt, subsidiestromen, garanties voor landbouwers, de baten van het vrij verkeer, de voorspelbaarheid van een muntunie, geopolitieke waarborgen en zoveel meer. Voor het ene land speelt het ene al sterker dan het andere, maar overal is er een krachtige cocktail van elementen die Europees lidmaatschap de moeite waard maken.

De uitdagingen van 2016 zullen bijgevolg vooral door Europa worden aangepakt. Het is daar dat de prioriteiten bepaald worden, de keuzes gemaakt. Het beleid kan links of rechts zijn, progressief of conservatief, rood of groen of blauw of zwart. Het gaat over vluchtelingen, over genereuze Zweden, bange Hongaren, Duitse bankiers of Griekse gepensioneerden, en net zo goed over jongens uit Molenbeek of omwonenden van Doel. Het zal vooral aan de Europese tafels zijn dat beslist wordt voor wie het een goed jaar wordt, en wie het ergste mag verwachten.