Billy is de mol

Koppels die gelukkig en in harmonie leven, zullen in 17 procent van de gevallen zware ruzie krijgen zodra ze een Ikea-meubel ineen moeten frutselen. Dat is gebleken uit wetenschappelijk onderzoek bij 7.000 proefpersonen. Maar het meest ingewikkelde wandmeubel zit simpeler ineen dan de constructie die schuilgaat achter de meubelgigant zelf. Het gaat om een amalgaam van vestigingen, stichtingen, groepen en vennootschappen die op allerlei eigenaardige manieren aan elkaar hangen. Er zijn vertakkingen in België en Luxemburg, en vooral in Nederland, Curaçao en Liechtenstein. Dat zijn nochtans niet de grootste afzetmarkten. Het is evenmin zo dat ze in Liechtenstein hun boekenkast allemaal graag Billy noemen en zelf in elkaar willen zetten met een plannetje, enkele bouten en een inbussleutel.

Belastingen en de sport om ze te ontwijken, daar draait het om. Meerdere bedrijven bekwamen zich in deze discipline. Starbucks heeft een belangrijke zetel in Nederland en het zal niet zijn omdat de Nederlanders bekendstaan als de beste barista’s. Beter dan oploskoffie vind je er zelden. Google heeft een Europees hoofdkwartier in Dublin, en dat is niet omdat Ieren aanzienlijk liever op het internet zoeken dan andere Europeanen. Bedrijven gaan naar de plek waar ze het minst belast worden en ontplooien vandaar hun activiteiten. Uit een rapport dat de Europese groenen vorige week bekendmaakten, blijkt dat Ikea voor vele honderden miljoenen aan belastingen ontwijkt door slim in te spelen op de notionele-interestaftrek in België, door iets te regelen met royalty’s in Nederland en door een lening aan te gaan in Luxemburg. Na alle fiscale goochelarij wordt de winst uiteindelijk belast tegen een schamele 2,35 procent.

Leg dat maar eens uit aan de lokale loodgieter die ruim 30 procent moet afdokken of aan de restaurantbaas, volop bezig met de installatie van de witte kassa. In vergelijking met de allergrootste bedrijven, komen kmo’s en gewone consumenten er bekaaider vanaf, platbelast, gesuiker- en geturteltakst. Want wat verloren gaat langs de achterpoort, moet aan de voordeur worden bijeengeharkt. Daar beschikken ze over minder fiscale adviseurs en zijn de uitwijkmogelijkheden beperkter. Maar de frustratie groeit er, onbegrijpelijk is dat niet.

De belastingdruk is hoog in onze contreien. Daarmee hebben we verzorgingsstaten uitgebouwd die beschouwd kunnen worden als de prettigste en meest stabiele plekken in de wereld, met de minste sociale ellende. De laatste tijd komen veel verhalen aan het licht van achterpoortjes die eigenlijk grote sluizen zijn waarlangs miljarden euro’s stromen in de richting van illustere eilanden met veel palmbomen en weinig transparantie. Daar loopt het spoor meestal bijster, en wat er nadien met al dat geld gebeurt, is nog moeilijk te achterhalen.

Bedrijven die eraan meedoen, ondergraven ons maatschappijmodel. Het zijn de mollen van de welvaartsstaat. Vorig jaar kwam LuxLeaks, er was ook iets met Fiat en met Apple, en nu is er dus die meubelwinkel met de Zweedse balletjes. De schandalen liggen als vuile hopen op een mooi gazon.

De verontwaardiging is groot en meestal ook vrij collectief, over partijgrenzen heen. Weinigen vinden het fair dat de allergrootste bedrijven tegen 2 procent belast worden. Nochtans blijven die bedrijven binnen de lijnen van de wet. Maar de boorden ervan zijn grillig en in de uithoeken van de regelgeving zijn er stippellijntjes, waarlangs het makkelijk en legaal ontsnappen is.

Het is perfect mogelijk om op Europees vlak afspraken te maken, de regels te verscherpen en ontwijking te verbieden. Ministers van Financiën kunnen beslissen om dubieuze constructies af te schaffen en een correcte belasting in de plaats te zetten. Er liggen sinds enkele weken zelfs voorzichtige voorstellen op de vergadertafel. Het ziet er erg ingewikkeld uit en het kan in het beste geval een aarzelend begin zijn. Maar het valt te vrezen dat zelfs die schriele aanhef door het besluitvormingsproces heen nog wordt afgezwakt en op de lange baan komt.

De Europese ministers van Financiën kan nochtans geen gebrek aan vergadervlijt verweten worden. De Jeroen Dijsselbloemen, de Wolfgang Schäubles en de Johan Van Overtveldts kwamen vorig jaar voortdurend bijeen, vastberaden en tot diep in de nacht, met name over Griekenland. Bij het afdwingen en opleggen van besparingen was de ijver mateloos. Maar als het erom gaat fiscale achterpoorten dicht te timmeren, is de dadendrang begrensd.

Advertisements

Peanuts voor een vette vis

Het is niet bekend of David Cameron een goede slaper is. Wat in Europese kringen wel geweten is, is dat de Britse premier redenen heeft om wakker te liggen. Dat is zijn eigen schuld. Vorig jaar waren er verkiezingen in Groot-Brittannië. In dat land, waar de populaire pers Europese leiders blijft vergelijken met Hitler, scoor je makkelijk met kritiek op de Europese Unie. Cameron deed er goed aan mee. Hij kondigde aan dat hij in Brussel zijn gedacht zou zeggen, dat Europa zich anders moet organiseren en dat de Britse bevolking daarna in een referendum kan beslissen om wel of niet in de Unie te blijven.

Groot-Brittannië doet nu al niet mee met de euro, met Schengen, met het spreidingsplan voor vluchtelingen of met delen van de samenwerking inzake justitie en binnenlandse zaken. Valt er nog wel iets te brexiten, vraagt een mens zich misschien af. Toch wel, want het overgrote deel van de honderdduizend bladzijden met Europese regels wordt in Groot-Brittannië gevolgd, overigens consequenter en correcter dan in België. Het gaat om afspraken die de organisatie van de Europese markt regelen. Die is van cruciaal belang voor de Britse economie. Omgekeerd zou een Europese Unie zonder Groot-Brittannië dan weer een geamputeerde Unie zijn. In internationale onderhandelingen, bijvoorbeeld over handelskwesties, zou Europa minder wegen zonder Britten. En als we ooit een gezamenlijke defensie willen uitbouwen, zal dat niet lukken met slechts het Belgische of Luxemburgse leger.

Andere lidstaten willen dus wel een eindje meestappen met de Britse premier, zeker zolang het gaat om pure symboliek. Het zinnetje schrappen dat zegt dat de Unie een steeds hechter verbond is, maakt het verschil niet. De Britten willen officieel erkenning dat er in de EU meerdere munten gebruikt worden. Geen probleem. Als ze dat willen, kan in het Verdrag ook vermeld worden dat hun land omgeven is door water en dat er in hun hoofdstad een grote klok hangt, genaamd Big Ben. De meeste van de Britse eisen zijn nogal onbenullig en kunnen bijgevolg ingewilligd worden.

Het meest omstreden is de vraag om sociale voordelen, zoals huursubsidies of kindergeld, pas aan mede-Europeanen toe te kennen als die vier jaar in Groot-Brittannië werken. Maar ook daar is een compromis op Europa’s wijze in de maak met een noodrem, een protocol, een uitzondering en een overgangsperiode. Er zal nog flink over onderhandeld worden, tot diep in de nacht en goeddeels voor de show. Iedereen moet tenslotte laten zien dat het niet gemakkelijk was en er totterdood gevochten is.

De Britten zullen hun borrelnootjes wel krijgen. De truc bestaat er vervolgens in dat Cameron die in eigen land gaat verkopen als een vette vis. Of deze variant op de Bijbelse vermenigvuldiging zal aanslaan, is een andere kwestie. Zullen de Britten bijten als hun premier straks met zijn vis zwaait? Ik durf daar hard aan te twijfelen. In een referendum kan van alles gebeuren en haast alle Europa-referenda van de laatste tijd bewijzen het: mensen hebben de neiging om de Europese politiek te verwerpen.

In essentie hangt de Unie aaneen van de compromissen en de packagedeals. Verdragen zijn samengeflanst tijdens nachtelijke vergaderingen, Europese wetten staan bol van toegevingen, uitzonderingen, overgangsbepalingen en kortingen. De kortste weg tussen twee punten is in Europa altijd een slijmerige kronkellijn langs eindeloos veel staties. Het ziet er vaak ellendig uit, maar hoe kan het anders met 28 landen aan boord, met allemaal eigen prioriteiten en belangen? Steeds vaker doen politici, ook ver buiten Groot-Brittannië, achteraf in eigen land alsof ze niks meer te maken hebben met de compromissen waar ze in Brussel mee aan timmerden. Ze voeden zo de illusie dat ze het zelfstandig allemaal beter zouden regelen. Hoe ze dat dan zouden doen, leggen ze niet uit. De simpele waarheid is dat het elk apart nog veel moeilijker lukt om antwoorden te geven op uitdagingen als terreur, klimaat, werkloosheid of vluchtelingen.

In Groot-Brittannië is een groot deel van de bevolking blijven geloven dat ze buiten de Unie weer zouden metamorfoseren in het Rijk van weleer dat de wereld kneedde en de zeeën beheerste. De tijden zijn evenwel veranderd. Hun admiraal Nelson staat nu op een grote paal in het centrum van Londen, maar loop een paar huizenblokken verder, en je ziet hem niet meer staan. Zonder Europa is Groot-Brittannië vandaag slechts Klein-Brittannië. En als de pro-Europese Schotten na het verloren referendum niets meer met Londen te maken willen hebben, ook nog eens het Onverenigd Koninkrijk.