Zo bitter, zo lomp, zo cynisch

Soms sneeuwt het in april. En altijd verdrinken er vluchtelingen in de lente. Vorig jaar waren het er vele honderden tegelijk, toen hun boot kapseisde tussen Libië en Lampedusa. De regeringsleiders van de EU-lidstaten deden wat ze altijd doen als ze officieel geschokt en verdrietig willen zijn: ze organiseerden een buitengewone top, hielden een minuut stilte, zetten hun treurigste gezicht op en zeiden dat het niet meer mag gebeuren.

Vorige week zonk er weer een boot met honderden vluchtelingen. Maar nu komt er geen extra top, geen verklaring, geen minuut stilte. Zelfs geen seconde. De voorbije maanden is duidelijk geworden dat er voor de meeste regeringsleiders maar één zaak nog erger is dan een verdronken vluchteling: een vluchteling die de overtocht overleeft. Want die komt hier aan op de stranden en daar weten ze geen blijf mee. Zelfs de meest bescheiden plannen voor hervestiging worden amper uitgevoerd. Uit miserie is de paus onlangs persoonlijk een paar vluchtelingen gaan ophalen in Griekenland.

In de meeste hoofdsteden zeggen de regeringen dat ze op hun tandvlees zitten en dat er niemand meer bij kan. Anders gezegd, Libië moet de asielzoekers maar opvangen. Of Turkije. Dat land herbergt er naar verhouding al ruim tien keer zoveel als België. Om een of andere reden vinden we Turkije een zeer geschikt land voor vluchtelingen.

Vorig weekend gingen enkele Europese leiders ginds een vluchtelingenkamp bezoeken. ‘Het beste kamp ter wereld!’, liet Europees president ­Donald Tusk vrolijk weten. Op televisie zag het er prima uit: overal frisse kleuren, lachende kindjes met propere manieren, de zon scheen, iedereen blij.

Amnesty International ziet het genuanceerder. Er zijn inderdaad kampen die uit een brochure van Club Med zijn geplukt. Daar mogen camera’s draaien en tegen het bordkarton worden toneeltjes opgevoerd waar Europese leiders met graagte in trappen. Dan kunnen ze op het thuisfront laten zien hoe goed het is om vluchteling in Turkije te zijn.

Maar er zijn ook veel kampen waar ngo’s en zelfs de VN geen toegang krijgen, laat staan cameraploegen. Van de vluchtelingen zwerft overigens 85 procent zonder rechten, zonder kansen en zonder toekomst door Turkije. Met regelmaat worden er neergekogeld door het leger. Een paar dagen geleden nog werden vrouwen en kinderen doodgeschoten toen ze Turkije binnen wilden, op de loop voor IS. Mensenrechtenorganisaties leggen akelige dossiers aan, Europa is er doof voor.

Turkije wordt steeds autoritairder. Het is een land om te wantrouwen, niet om een delicate problematiek aan uit te besteden. Kritische kranten worden er gesloten en journalisten vliegen in de gevangenis. Een Duitse komiek die president Erdogan een geitenneuker heeft genoemd, mag het voor de rechtbank gaan uitleggen. De reactie van de Turken was zo potsierlijk dat je gaat vermoeden dat er meer aan de hand is. Was ik een geitenboer, ik hield mijn beesten uit de buurt van Erdogan.

De president tast af hoe ver hij kan gaan zonder door Europa gekapitteld te worden. En dat is ver. Een buitenlandse journalist arresteren in Turkije? Check. Een buitenlandse satiricus laten vervolgen in het buitenland? Check. Een systeem van verklikking opzetten vanuit de consulaten? Pending.

Europese leiders verwachten van Turkije dat het de grens met Europa op slot houdt. Daar willen ze een extreme prijs voor betalen, elke pertinente kritiek inslikken en ziende blind zijn. Ze raakten bezeten van het idee dat er hier geen vluchtelingen meer opgevangen kunnen worden. Die obsessie neemt nu groteske vormen aan.

Waar de vluchtelingen intussen terechtkomen, maakt niet meer uit. In een autoritair land waar ze geen kans op een toekomst hebben, in een bar grensgebied waar ze worden neergeknald, in het donkere water van de Middellandse Zee, desnoods op Mars. Zolang het maar niet in Europa is.

Intussen klinkt het in de officiële brochures nog altijd dat de Europese Unie een force for the good is, die van de wereld een betere plek wil maken. In alle continenten worden landen de les gelezen als ze een loopje nemen met fundamentele waarden en rechten. Tenzij ze op vluchtelingenvlak een vuile klus willen opknappen.

Zo bitter, zo bijtend, zo lomp allemaal. Nooit eerder in de geschiedenis van de Unie lieten zoveel leiders zich tegelijk van zo’n cynische kant zien. Het is eigenlijk maar goed dat er geen extra top komt naar aanleiding van de gezonken boot, met een minuut stilte en bedroefde leiders. Zoveel hoerentranen, daar kan geen mens meer tegen.

Advertisements

Een spagaat van formaat

‘De democratische revolutie is begonnen en de bar is open!’ Zo klonk het toen bleek dat de neen-stemmers het gehaald hadden in het Nederlandse referendum over Oekraïne. Of ze het feest van de democratie even jolig zouden inzetten als pakweg de Maltezen een Europese deal onderuithalen waar Nederland goed aan verdient, daar dachten ze aan hun bar niet over na.

Als het past in de eigen kraam, bedient men zich graag en gretig van het democratische argument. Toen Syriza de Griekse verkiezingen won, moest voor sommigen ter linkerzijde het besparingsbeleid in heel Europa in naam van de democratie de schop op. Dat Angela Merkel met evenveel overtuiging de Duitse verkiezingen won, deed dan niet ter zake. En als Viktor Orban in Hongarije de stembusgang wint met een score waarbij die van Syriza verbleekt, dan is het de vijand die ineens over de kracht van de democratie jubelt. Apostelen van de democratie vind je overal, ze oordelen selectief en ze zijn zelden consequent.

De ellende van de Europese Unie is niet dat ze ondemocratisch is, maar hyperdemocratisch. Daar weet de Nederlandse premier Mark Rutte alles van. Europa luistert naar alle stemmen, en niet alleen naar die van hem. Aan de onderhandelingstafels in Brussel komen standpunten van 28 lidstaten en allerhande strekkingen in een grote brij bijeen. Daar komt onvermijdelijk een compromis uit. Rutte werkt daar knarsetandend, maar wel actief aan mee. Nederland heeft Europa namelijk nodig. Als kleine handelsnatie is het sterk afhankelijk van akkoorden met andere Europese landen en met de rest van de wereld. Als je als blok onderhandelt met Chinezen, Amerikanen of Indiërs, beschik je over eindeloos veel meer macht dan wanneer het ieder voor zich is, in verspreide slagorde. Bovendien zijn er de talloze uitdagingen die een land apart simpelweg niet kan aanpakken, van klimaatverandering tot terreur. Zelfs Nederland niet. Er moet worden samengewerkt en de partners hebben uiteraard eigen belangen en prioriteiten, en die zijn allemaal even legitiem. Dus wordt er onderhandeld, gepraat en gesjacherd alvorens uit te komen bij het ultieme compromis. Dat is zelden een bron van reusachtig enthousiasme. Maar tegelijk beseft ieder land dat samenwerking te verkiezen valt boven elk-voor-zich, een strategie waarmee je op de pechstrook van de geschiedenis belandt, machteloos, triviaal en speelbal van de groten.

Eenmaal terug in Den Haag verandert Rutte evenwel in Geert-Wilders-in-het-klein. Dan sakkert hij: de Unie kost te veel, maakt nutteloze regels, legt de verkeerde prioriteiten. Europa houdt te weinig rekening met de wil van de mensen, meer bepaald de Nederlandse mensen.

Als een volwassen man in een spagaat verkeert, loopt dat gewoonlijk verkeerd af. Rutte doet het al jaren. Aan de Europese onderhandelingstafels is hij constructief, maar in Den Haag vertelt hij dat het allemaal niet deugt. Hij verdedigt de compromissen niet, hij legt ze zelfs niet uit. Na al die tijd is er in zijn geval geen sprake meer van een spagaat, maar van een volledig split. Daar is zijn broek nu van gescheurd. Wie scepsis zaait, oogst scepsis. Uiteraard moeten de Nederlanders niet weten van zo’n typisch Europese Oekraïne-deal, van de soort die door de eigen premier altijd wordt gehekeld. Ofwel luistert Rutte nu naar zijn kiezers en is hij de risee voor zijn Europese collega’s, ofwel omgekeerd. De komende periode mogen we dus flikflaks en achterwaartse salto’s verwachten, knullig en half uitgevoerd. Het is echt geen zicht meer. Iemand moet hem dat dringend eens vertellen.

Rutte is de kampioen van de spreidstand, maar hij is niet de enige Europese leider die in eigen land doet alsof hij niets te maken heeft met de compromissen die hij zelf sloot. In vele landen heb je politici die hetzelfde doen. België is er lang van gespaard gebleven, hoewel er recent tekenen van verandering zijn. N-VA-voorzitter Bart De Wever foetert geregeld op de Europese aanpak van de vluchtelingen, terwijl zijn partijgenoten tegelijk deals maken met hun collega’s in de Unie. Daarbij houden zij uiteraard rekening met de Europeanen die niet op de N-VA gestemd hebben, en dat zijn er circa 507 miljoen. Overigens moet De Wever niet klagen. Met uitzondering van de Duitsers willen de meeste regeringen ongeveer hetzelfde als wat hij voor ogen heeft: een fort met een grote prikkeldraad er rond. Het beleid gaat bijgevolg die richting uit.

En er is nog iemand die al jaren in een spagaat verkeert: de Britse premier David Cameron. Of die er ook zijn broek aan scheurt, ontdekken we op 23 juni, als de Britten naar de stembus gaan.