Een bende drama queens

We zitten in de perfecte storm, legde N-VA-voorzitter Bart De Wever in De afspraak uit aan Ivan De Vadder. Veel zaken moeten op hetzelfde moment opgelost worden. De omstandigheden zitten tegen en de problemen zijn groter dan ooit. Frans Timmermans, vicevoorzitter van de Europese Commissie en van socialistische signatuur, had het eerder al gezegd, met dezelfde woorden.

Economen, met Nouriel Roubini op kop, waarschuwen al langer voor een perfecte storm. In 2013 zou die alles en iedereen wegvagen, zo orakelde Doctor Doom tot diep in 2012. We zouden het einde meemaken van het financiële en economische systeem zoals we het tot dan toe kenden. 2013 bleek uiteindelijk geen boerenjaar, maar apocalyptisch was het nog veel minder. Het weerhoudt er Roubini niet van om stormen te blijven voorspellen.

De metafoor maakt nu dus opgang in de politiek. Het is typisch voor stormen dat ze hoog in de atmosfeer ontstaan. We hebben daar geen grip op, ze overkomen ons. Wie de beeldspraak gebruikt, zegt meteen dat hij niks met de oorzaak te maken heeft. Al naargelang van het probleem, kan de oorsprong liggen bij vorige regeringen, de Conventie van Genève, de Grieken, Angela Merkel of Europa in het algemeen. Eigen verantwoordelijkheid speelt in geen geval.

Maar wat er ook de aanleiding toe is, de storm raast nu. Hij beukt tegen onze maatschappij. Drama en overdrijving droppelen binnen in het politieke debat. Dat is overal in Europa zo. In Groot-Brittannië vergeleek Boris Johnson, het boegbeeld van de Brexit-campagne, de Europese leiders met Adolf Hitler. Van de weeromstuit waarschuwde premier David Cameron, die het land in de Europese Unie wil houden, voor Wereldoorlog III. Alle perspectief is zoek.

Er zitten nogal wat drama queens onder de Europese politici. Ieder doet het in zijn stijl, maar gillen doen ze collectief. De vluchtelingen zijn het thema van het moment. ‘Oh my god! Dit kunnen we niet aan! Het land is vol! En – say what?! – er zitten al Berbers in de stad! Seriously!

Het terrorisme, de organisatie van justitie, de begroting op koers houden, de competitiviteit op niveau krijgen: elke uitdaging wordt voorgesteld als een tragedie zonder voorgaande. Als de situatie dramatisch is, dan moet de oplossing wel drastisch zijn. Maar dan rijden de beleidsverantwoordelijken zich vast. Want hoe organiseer je de schoonmaak van Molenbeek? Een begroting met overschot? Een ordentelijke gevangenis? Minimale dienstverlening bij elke staking? Dat is klaarblijkelijk allemaal niet eenvoudig, ook niet voor wie de verandering beloofde.

Intussen raakt de bevolking wel doordrongen van het idee dat we in zwaar weer zitten en voor ongeziene calamiteiten staan. Er zijn uitdagingen, daar is geen twijfel over. Maar waren die er vroeger niet? Zitten we nu in de perfecte storm, terwijl we de voorbije decennia alleen maar flauwe briesjes kenden? Zijn we de Bende van Nijvel vergeten? De CCC? De begrotings­tekorten van destijds? Betogingen van boeren of mijnwerkers? Piekende werkloosheid? Dutroux, zegt het iemand nog iets?

Tussen 1985 en 2001 vielen er in West-Europa veel meer terreurslachtoffers dan in de periode 2001 tot vandaag. De vluchtelingenstromen uit de Balkan waren groter dan die van tegenwoordig. Toch wordt paniekerig geïnsinueerd dat alles nu erger is, dat de atmosfeer veel woeliger is en dat we nooit eerder met zoveel miserie zijn geconfronteerd.

In de meeste opzichten hebben we het nochtans beter dan een paar decennia geleden. We leven langer, we wonen comfortabeler, we zijn beter geschoold, medische en andere wetenschappen gaan er met sprongen op vooruit, man en vrouw zijn meer gelijk dan ooit voorheen. We zijn vandaag steviger dan weleer gewapend om met complexe problemen om te gaan.

Toch zijn er overal politici die in een kramp schieten. Wie elke uitdaging als het onderdeel van een storm ziet, plaatst zich wel heel erg in het defensief. Angst en paniek worden alleen maar opgepookt. In Oostenrijk begonnen ze de Brennerpas al dicht te timmeren. Moet het dan verbazing wekken dat extreemrechts er nu de helft van de stemmen binnenrijft?

Als de storm wordt aangekondigd, dan doen mensen hun deur op slot, de luiken toe. Ze kruipen in een hoekje. De politieke vertaling daarvan heet bij ons Vlaams Belang. Geen wonder dat die partij flink vooruitgaat in de peilingen. Wie storm zaait, oogst radicaal rechts.

Advertisements

We missen Karel

Turken kunnen straks allicht zonder visum naar Europa. Ze moeten daarvoor voldoen aan 72 voorwaarden. Sommige zijn erg technisch, andere louter politiek: slechts volwaardige democratieën krijgen visumvrije toegang. In principe.

Maar het is een slecht moment om met principes af te komen. Iedereen weet dat Turkije de criteria niet vervult, maar zolang het land vluchtelingen de pas naar Europa afsnijdt, doen we voor het gemak alsof het ginds een democratisch paradijs is.

De Turken moeten nog een kleine inspanning doen, piepte de Commissie vorige week. De regering zou een woordje van voorzichtige kritiek op het regime niet moeten interpreteren als een daad van terrorisme. President Recep Erdogan liet terstond weten dat hij niet van plan is om de wetgeving aan te passen. Zijn immer glimlachende premier, die weleens luisterde naar Europese bekommernissen, werd dezelfde dag nog de steppe van Centraal-Anatolië ingestuurd.

De visumregeling moet nog worden goedgekeurd door een meerderheid van de lidstaten, maar die zullen er vermoedelijk allemaal mee instemmen. Alles liever dan vluchtelingen, is vandaag de leuze. Ook het Europees Parlement moet het licht op groen zetten. Daar is meer gemor te horen. Parlementsleden van de N-VA en Open VLD ventileerden vorige week hun ongenoegen in driftige persberichten. Guy Verhofstadt foeterde dat kritische journalisten in Turkije gemuilkorfd worden en dat hij in deze omstandigheden geen visumliberalisering wil. Bij de N-VA waren ze nog bozer: een corrupt land zonder vrije meningsuiting verdient geen visumvrijstelling.

Prima zo. Natuurlijk hebben ze gelijk. Maar of ze ook moeite zullen doen om er hun partijgenoten in de Belgische regering van te overtuigen om de deal te blokkeren, is een andere kwestie. En of ze straks, tijdens de stemming in het Europees Parlement even verbolgen zullen zijn als in hun persberichten, valt nog af te wachten. Maar het is al goed dat er althans in de communiqués nog vurige verdedigers zijn van de vrije meningsuiting.

Alhoewel. Europajournalist Rob Heirbaut twitterde fijntjes dat hij zich een stemming herinnerde uit december. Toen moest het Europees Parlement beslissen over visumvrijstelling voor de Verenigde Arabische Emiraten: een wezenlijk corrupt land, waar opposanten spoorloos verdwijnen of in het beste geval in de gevangenis belanden. Martelen is er gebruikelijk, rechters zijn niet onafhankelijk, vrouwen worden ernstig gediscrimineerd. Zegt Amnesty International. Resultaat van de stemming: een overweldigende meerderheid, met inbegrip van alle verkozenen van de N-VA en Open VLD, koos voor de afschaffing van de visumplicht. Geen enkel nijdig persbericht vonden we terug. Laat de sjeiks maar komen! Tot daar de definitie van rechtlijnigheid.

Vorige week verscheen een biografie van Karel Van Miert, samengesteld door historicus Bart Hellinck. Er wordt dikwijls gezegd dat Europa vandaag politieke leiders mist. Dat het vroeger allemaal beter was. Je moet daarmee oppassen, de helden van weleer werden in hun tijd ook niet altijd op handen gedragen. Maar Van Miert wel. Als partijvoorzitter stuwde hij de Vlaamse socialisten naar 28 procent, als Europees commissaris werd hij de machtigste man van Europa genoemd. Het was het tijdperk van Helmut Kohl, François Mitterrand en Jacques Delors, dus het is niet dat er geen concurrentie was.

Van Miert was niet de man van de grote dogma’s. Als socialist had hij er weinig problemen mee dat Europa een supermarkt werd. Als vrijhandel groei en banen bracht, was het niet nodig om dat in naam van het socialisme mordicus te blokkeren. Maar op de eengemaakte markt golden er wel regels en die moesten worden gerespecteerd. Bernie Ecclestone, Boeing, Bertelsmann: allemaal kregen ze miserie met Van Miert omdat ze fundamentele afspraken aan hun laars lapten.

Uit de biografie blijkt hoe Van Miert zijn gevechten uitkoos. Hij maakte zich boos, goot er een scheut drama over en bracht rock-’n-roll in de debatten. Hij bracht politiek bij de mensen, door te zeggen waarop het stond, niet door dronken op een podium te staan tijdens een televisiefeest. Hij kon zich die oprechte felheid permitteren omdat hij dossierkennis had en bovenal omdat hij consequent en koppig bleef tot het einde. Dat gaf hem geloofwaardigheid.

Maar hoe authentiek is het nu om in naam van de mensenrechten kolerig te worden over een visumdeal met Turkije, als je een halfjaar geleden instemde met een visumvrijstelling voor de Verenigde Arabische Emiraten?

In 2009 werd Van Miert gevonden in zijn boomgaard, onder aan de ladder. Zijn dood kwam veel te vroeg. Hij had in de huidige omstandigheden zijn stem nog moeten verheffen. Hij kon mensen wakker schudden, in alle partijen. Het Europadebat van vandaag mist zijn scherpte, zijn inzicht, zijn doorzicht, zijn verontwaardiging en zijn klasse. En in elk geval zijn rechtlijnigheid.