Als de supermarkt maar open blijft

De Britten en Europa, meer dan een verstandshuwelijk is het nooit geweest. Ze vroegen korting op hun bijdrage, ze wilden niet meedoen met de euro, ze stapten nooit in de Schengenovereenkomst en ze kregen het recht op een opt-out voor asiel, migratie en andere thema’s die ze liever zelfstandig regelden. Toen er een spreidingsplan voor vluchtelingen werd afgesproken, bleven ze aan de kant. Als de Unie al te snel zou gaan en te veel zou doen, dan hebben de Britten er in elk geval niet veel last van gehad. Viel er eigenlijk nog wel iets te Brexiten, vraagt een mens zich af.

De Brexit zal bij nader inzien voornamelijk betrekking hebben op één project, en dat is – hoe absurd kan het worden? – datgene waar de Britten zich van oudsher volop in engageerden: de interne markt. De Europese Unie werd de voorbije decennia een grote supermarkt. Bedrijven zijn alom actief, consumenten kijken over de grenzen, leveranciers van diensten opereren op het hele continent, producten belanden overal, zonder obstakels, tarieven of beperkingen.

Maar op die eengemaakte markt gelden er ook regels, die moeten garanderen dat de concurrentie fair verloopt, bedrijven geen onterechte voordelen krijgen, voedsel veilig is, het milieu beschermd wordt en consumenten geen ongelukken tegenkomen. Veruit de meeste Europese wetten hebben alles te maken met de werking van de interne markt. Sommigen vinden dat er te weinig afspraken zijn, anderen zuchten bij elke nieuwe regel. Wie het Brexit-kamp bezig hoorde, zou denken dat de ene na de andere wet door de Britse strot geduwd werd. Maar wie de feiten checkt, stelt vast dat de Britse regering sinds 2004 met meer dan 97 procent van de Europese regels heeft ingestemd.

De interne markt willen de Britten uiteraard liefst niet verlaten: het verlies van 450 miljoen potentiële kopers van Britse auto’s, Schotse whisky, Engelse vliegtuigonderdelen kunnen ze zich niet permitteren. Maar Europa zal hen die toegang niet geven als ze zich niet houden aan de Europese regels. Mogelijk gaat men dit nu product per product beginnen bekijken. Dat wordt een van de belangrijkste onderdelen van de gesprekken die er aankomen.

Die onderhandelingen zullen vooral technisch zijn, maar ze kondigen zich aartsmoeilijk aan. Aan de ene kant is er Groot-Brittannië, een land dat nu onder extreme spanning staat. Politieke partijen zijn intern radicaal gespleten, er is een kloof tussen generaties, er is de regionale verdeeldheid. De Brexiteers proberen tijd te winnen, wellicht geschrokken van het eigen signaal. Ze sleurden het land in een blind avontuur met vage praatjes over soevereiniteit, met halve waarheden en hele leugens. Maar nu moeten ze zeggen wat ze concreet willen en de Europese regeringen zullen niet even naïef en emotioneel zijn als het Britse volk.

Hoe ontkluts je een omelet?

Aan de andere kant van de tafel zal het ook verward en lastig zijn. Deze krant meldde dat het geen kinderspel is om een scheiding te regelen met 27 exen tegelijk (dS Avond 23 juni). Wat de complexiteit nog versterkt, is dat die exen onderling goed ruzie kunnen maken. Officieel treuren ze allemaal, maar de ene doet het wellicht harder dan de andere.

Er zijn er vast die nu niet veel meer van de Britten moeten weten en een punt achter de relatie willen zetten. Maar traditionele bondgenoten, zoals de Nederlanders, willen allicht nog vrienden blijven en zo veel mogelijk samen doen. Er zijn ook landen die de Britten nodig hebben. De Belgen bijvoorbeeld, want wij verkopen er tapijten en veel koekjes en zouden dat liefst ook blijven doen.

De EU beschikt over het talent om zich al onderhandelend een weg te improviseren uit de moeilijkste situaties. Er is geen signaal dat het dit keer niet zou lukken. Maar een zachte landing wordt het toch niet. Na ruim veertig jaar lidmaatschap is de Britse wetgeving sterk afgestemd op de Europese. Financiële, economische en commerciële aderen lopen over grenzen heen en laten zich niet zomaar doorknippen. Die verwevenheid is minder groot dan tussen pakweg landen die ook de euro hebben ingevoerd, maar ze blijft intens. En ze verdwijnt niet met een spectaculaire stemming, zo net voor de vakantie. In de EU raakten 28 landen als eieren door elkaar geklutst. Nu wil één ei er ongeschonden worden uitgehaald. Maar ontklutsen is geen keukenterm, en zit ook niet in het politiek jargon.

Baas over eigen eiland

Het zit de Engelsen niet mee. Voetbalgewijs houden ze het hoofd nog boven water, maar hun supporters kregen op dag één al slaag van de Russen. Die mepten erop los als waren ze olympisch geprepareerde boksers. In de Engelse fanzone schenken de Fransen slechts frisdrank en mineraalwater. Het gevoel van vernedering moet reëel zijn. En wat is het een rare gewoonte dat de strafschopstip op 11 meter ligt, in plaats van op 433 inches. Maar nu donderdag dient zich dus dé gelegenheid aan om het lot weer geheel in eigen handen te nemen.

In de aanloop naar het Brexit-referendum hebben feiten allang geen belang meer. Cijfers zeggen niks, want niemand gelooft ze nog. Het gaat over migratie, zeer zeker, maar bovenal over soevereiniteit en zelfbeschikkingsrecht. Er is gejoeld en geroepen, gelogen en gefantaseerd, geassumeerd en gespeculeerd, aangedikt en opgeblazen. Bootjes werden nat gespoten, debatten werden plomp en rauw. Er is in naam van de Brexit wellicht ook gemoord.

Politicologen die beroepshalve referenda bestuderen zeggen dat kiezers, als het erop aankomt, conservatief zijn en niet geneigd om in het ongewisse te springen. Maar diezelfde politicologen weten ook dat het al vele jaren haast onmogelijk is om een referendum over Europese politiek te winnen. Er is een substantiële kans dat de Britten straks vertrekken. Dan mogen ze weer baas spelen over het eigen eiland, of althans een paar dagen die illusie koesteren.

Buiten Groot-Brittannië zullen velen de aandrang voelen om het signaal van de kiezer uit te leggen. Zowel links als rechts zal de verklaring met dezelfde vier woorden starten: Europa is verkeerd bezig. Liberaal fractieleider Guy Verhofstadt zei het in De zevende dag, N-VA-Europarlementslid Sander Loones schreef er vorige week nog over (DS 17 juni) en Yanis Varoufakis, de voormalige Griekse minister van Financiën, mocht het hier gisteren in het lang en het breed uitleggen (DS 20 juni).

De Europese Unie luistert niet naar de mensen, zeggen zij en vele anderen van diverse pluimage. Wat ze eigenlijk bedoelen, is: ‘De Europese Unie luistert ook naar andere mensen dan naar ons.’

Volgens Verhofstadt willen de mensen dat de Unie met springveren vooruit schiet, volgens Loones moeten de lidstaten daarentegen weer sterker worden, en Varoufakis zegt dat de Europeanen willen dat de Unie radicaal de koers naar links gooit. Allemaal dragen ze legitieme redenen aan voor het eigen gelijk.

Maar de essentie gaat klaarblijkelijk aan iedereen voorbij: de Europese Unie is een optelsom van 28 landen die niet overeenkomen en van 750 Europarlementsleden met de meest uiteenlopende ideeën. Maar ze organiseerden wel samen een markt, die hen veel welvaart bracht. Hun economieën raakten diep verstrengeld. En vooral, elk apart hebben ze amper impact op de uitdagingen van de 21ste eeuw: terreur, vluchtelingen, klimaatverandering of grootschalige belastingontwijking. En dus werken ze node samen. Ze stellen regels op die de markt doen werken en vergaderen zich te pletter om oplossingen te zoeken voor problemen die de grenzen overstijgen. Want elk voor zich, dat lukt niet meer.

Wat elk land op zijn eigen soevereinste zelve beslist, heeft onmiddellijk gevolgen voor de andere. Als kanselier Merkel in Berlijn Wir schaffen das! roept, dan landen de Syriërs niet met een parachute in Berlijn. Ze komen aan op Griekse kusten, wandelen door Hongarije en door Oostenrijk. Als premier Viktor Orbán prikkeldraad rond Hongarije spant, dan voelen de buurlanden daar de impact van. Als een land zijn banken niet goed controleert, raakt heel het continent in diepe trubbels. Wat in één land gezegd, gedaan of nagelaten wordt, dat voelt de rest. Dat geldt ook voor lidstaten die omgeven zijn door een grote plas water.

We hangen op dit kleine continent dus sterk aaneen. Dat besef houdt, alvast tot donderdag, iedereen aan tafel. Dus worden er beslissingen genomen, waarbij rekening wordt gehouden met allerlei belangen, tendensen en strekkingen. Compromissen zijn daarvan het resultaat, vermaledijd, te laat, te traag en menigmaal te weinig. Soms briljant, maar vaak ontgoochelend. Toch zijn ze tegelijk een teken van wederzijds begrip, van tolerantie en daarmee ook van beschaving. Niemand haalt zijn gelijk ten volle, maar iedereen is wel betrokken.

Veel Britten kunnen niet verdragen dat hun zogenoemde soevereiniteit wordt afgepakt en dat er daarna in Brussel vreemde dingen mee gebeuren. Ze willen niet dat 450 miljoen Europeanen meebeslissen over het leven van 60 miljoen Britten. Ze zouden het ook anders kunnen zien: 60 miljoen Britten beslissen mee over het lot van 450 miljoen mensen op het continent. Toch nog tot donderdag.

De Brexit bestaat niet

De prijs van de eurofilie gaat deze maand eens niet naar Guy Verhofstadt. De meest fervente apostel van de Europese Unie woont nu in Downing Street 10 en hij beschikt over nul geloofwaardigheid.

Als Groot-Brittannië uit de Unie stapt, breekt Wereldoorlog III uit! De inflatie zal pieken! De groei stuikt in elkaar! Er zullen geen banen meer overschieten! De kostprijs voor het land loopt op tot honderd miljoen miljard! Met al zijn hyperbolen lijkt premier David Cameron geplukt uit een aflevering van Kabouter Wesley. Diezelfde Cameron heeft jarenlang niets anders gedaan dan van zijn oren maken over Brussel: bemoeizuchtig, een kwelling voor de bedrijven, een rem op de groei, veel te duur. Onlangs kwam dan de bocht. Het is voor ­Cameron dat het woord flipflopper is uitgevonden.

In de aanloop naar het Brexit-referendum van 23 juni hebben we intussen elke overtreffende trap gehad. In het Brexit-kamp vergeleken ze de Europese leiders met Hitler, ze verspreidden het gerucht dat de helft van Syrië op het punt staat om via de Kanaaltunnel naar Engeland te kruipen en dat miljoenen Bulgaren de Britse gezondheidszorg zullen ontwrichten als het land in de Unie blijft. Ze sleurden er nog hun negentigjarige koningin bij, omdat die zogezegd ook uit Europa wil.

Daarnaast zijn er deftige denktanks en respectabele instituten die met cijfers aan de slag gaan en uitrekenen hoeveel een Brexit kosten zou. De voorspellingen lopen uiteen. Een enkel rapport ziet vooral voordelen, maar over het algemeen variëren de prognoses van gematigd tot dramatisch negatief. Ook achtenswaardige instituten zijn niet vies van krasse verklaringen. Het blijft allemaal moeilijk in te schatten omdat niemand weet hoe de financiële markten zullen reageren, hoeveel bedrijven zullen aarzelen om te investeren en of handelsstromen zich zullen verleggen. Het is in elk geval duidelijk dat er grote risico’s plakken aan een Brexit. Politici met beleidsverantwoordelijkheid willen niet in het ongewisse springen. Daarom doet ­Cameron zo zijn best om er de Britten van te overtuigen in de Unie te blijven. Een moeilijke klus, want jarenlang scoorde hij electoraal door te zeggen dat Europa voor niets deugde. Gefrustreerd stelt hij nu vast dat velen hem zijn gaan geloven.

Er staat wat op het spel in dit referendum. Tijdens een gewone verkiezing kan de kiezer zich nog een folietje permitteren. Als het tegenvalt, kan hij vijf jaar later weer voor wat anders kiezen. Maar met deze volksraadpleging is het anders: er komt geen tweede zit.

Toch is het de vraag waar het verschil zal zitten tussen leave en remain. De Brexit-liefhebbers denken dat hun eiland weer een zelfstandige natie kan worden. Ze dwalen. We gaan niet terug naar nederzettingen, stadsstaten of vorstendommen, en evenmin naar volkomen soevereine natiestaten. De geschiedenis stottert weleens, maar ze keert nooit op haar stappen terug. De wereld organiseert zich intussen in grotere blokken. Als de Britten voor de Brexit kiezen, dan zullen ze toch moeten praten met het vasteland. Wij zijn hun belangrijkste handelspartner. Gaan we de Britse bedrijven toegang geven tot onze markt en tegelijk aanvaarden dat ze zich niet meer aan onze regels houden? Gaan we de Britse universiteiten laten deelnemen aan de grote Europese onderzoeksprojecten zonder dat ze daar financieel toe bijdragen? Gaan we studenten uitwisselen, zonder dat zij daar mee voor betalen? Gaan we toelaten dat zij hun spullen exporteren naar groeimarkten in Oost-Europa, terwijl ze niet mee investeren in de grote infrastructuurwerken ginds? Gaan wij hard onderhandelen over handelsakkoorden met de rest van de wereld en Groot-Brittannië daar gratis van laten meeprofiteren?

De zevenentwintig andere lidstaten zijn naïef noch imbeciel. Er zijn allerlei varianten denkbaar, maar in essentie zal er met de Britten een deal gesloten worden die erg lijkt op de afspraken tussen de Unie en Noorwegen of Zwitserland. Op papier zijn dat geen lidstaten, maar in de praktijk zijn ze dat wel. Ze nemen haast alle regels automatisch over, ze dragen bij tot de Europese begroting en ze zijn zelfs lid van de Schengenzone. Dat overkwam hen niet per ongeluk – het is essentieel voor hun overleven.

Als het straks een Brexit wordt, dan rollen er in Groot-Brittannië koppen, en vooral die van de premier. Er zijn grenzen aan politieke acrobatie. Toch zal finaal de vraag blijven of het alle hysterie wel waard was. Er zullen ingewikkelde regelingen met de Unie worden getroffen, vol clausules en protocollen. Er zal kostbare politieke energie verspild worden, dat zeker. Maar de kans is groot dat de Britten in de Unie blijven, ook als ze eruit stappen.