Ceta maakt het verschil niet

Als Paul Magnette er niet was geweest, konden gepluimde kalkoenen straks vlotter verhandeld worden tussen Europa en Canada. De toegestane volumes zijn in het handelsverdrag exact vastgelegd. Datzelfde verdrag zegt ook hoeveel kalkoenpastei er kan gekocht en verkocht worden, met een onderscheid tussen pastei in blik en in bokalen. Het Ceta-verdrag telt 230 pagina’s, gevolgd door meer dan 1.300 bladzijden met uitzonderingen, toelichtingen, verklaringen, protocollen en kleine letters. Zelfs voor liefhebbers van het genre, onder wie academici en gespecialiseerde advocaten, is het zware kost.

Er zijn voor- en tegenstanders in alle maten en gewichten. Niet elke criticus is een wereldvreemde nostalgicus of een Waalse socialist, en niet elke aanhanger behoort tot de duistere elite of heet De Gucht.

Voorvechters van Ceta zwaaien met groeicijfers en extra banen, maar kunnen niet bewijzen dat de tewerkstellingstoename het verlies aan arbeidsplaatsen zal overtreffen. Tegenstanders laten zich dan weer snel ophitsen. Vorige week namen ze de verdediging van de Geraardsbergse mattentaarten op zich, terwijl die door Ceta niet bedreigd worden: namaakmattetaarten zijn en blijven in Europa illegaal. Geen Canadees kan daar iets aan veranderen.

Het is lastig om dit soort verdragen te beoordelen, omdat alles nog moet blijken. Europese milieustandaarden blijven overeind en de Unie moet haar sociale normen nergens naar beneden bijstellen. Wel leeft de vrees dat het in de toekomst moeilijker wordt om nieuwe regels op te leggen. In een vrijhandelszone gebeurt dat het best gezamenlijk, en het is de vraag of de Canadezen hetzelfde willen als de Europeanen.

In het Europese model, zoals dat vooral in de jaren negentig werd uitgewerkt, zijn regels belangrijk. De Unie is een markt zonder slagbomen tussen lidstaten, maar er gelden vele wetten. Zo blijft globalisering binnen de lijntjes. Bedrijven moeten hoge milieustandaarden respecteren, voedsel moet gezond zijn en producten veilig. Tot in de kleinste details is dat vastgelegd. Bedrijven mogen hun afvalwater pas lozen nadat ze het gezuiverd hebben, het gebruik van risicovolle additieven in het voedsel is verboden en een Europese regel schrijft voor hoe sterk het touwtje moet zijn waarmee de ogen aan een teddybeer bevestigd zijn. Bovendien moet concurrentie eerlijk verlopen en mogen bedrijven hun machtspositie niet misbruiken. Toen Microsoft de Europese regels overtrad, kreeg het een miljardenboete.

De Ceta-tegenstanders hebben schrik dat vrijhandelsakkoorden de markt de kans geven om zich van regels te bevrijden. Europa moet zich schrap zetten, klinkt het dan. Neen dus aan de uitholling van onze bescherming, neen aan de bedrijven die bij speciale rechtbanken schadeclaims willen indienen tegen overheden. Zo staat het op de website van de Waalse socialisten en vele organisaties.

Ontwikkelingen in de Unie zelf worden vandaag met veel minder expliciet protest geconfronteerd. In Europa wordt tegenwoordig nochtans meer vergaderd over bestaande regels afschaffen dan over nieuwe normen stellen. Cutting red tape is codetaal voor het verschijnsel om het mes te zetten in de wetgeving, en dat gebeurt niet op vraag van Canada.

Er zitten vandaag amper voorstellen voor nieuwe Europese normen in de besluitvormingsmolen, zeker in vergelijking met één of twee decennia geleden. Engagementen inzake klimaat blijven vaag en als er concrete maatregelen worden voorgesteld, botsen ze intern op veel weerstand. Het zijn bovendien Europese lidstaten zélf die bedrijven momenteel toelaten om miljarden weg te halen bij de overheden. De Europese Commissie toonde het voorbije jaar een paar keer aan hoe sommige belastingafspraken flagrant botsten met het Europese recht. In Ierland had Apple voor 13 miljard belastingen ontweken, in België ontsnapte een dertigtal bedrijven voor 700 miljoen aan de fiscus ten gevolge van een constructie die trouwens mee door de Waalse socialisten werd ontworpen. De landen kregen de opdracht om het ontdoken geld terug te eisen van de bedrijven, maar Ierland en België tekenden verzet aan bij het Hof van Justitie en willen niets terugvorderen. Daar komt geen Canadees aan te pas, ook geen schimmig arbitragehof.

Onheil komt dus niet alleen van de andere kant van de oceaan. Bedrijven als Primark of H&M zijn trouwens geen Canadese of Amerikaanse ondernemingen, maar respectievelijk Iers en Zweeds. Ze nemen het niet zo nauw met de internationale arbeidsrechten, maar we vinden ze wel terug in Europese steden die zich trots TTIP-vrij verklaarden.

De protesten tegen de dictatuur van de globalisering richten zich momenteel op vrijhandelsakkoorden. Of die negatief zullen uitpakken, is echt moeilijk te voorspellen. Het Europese model staat onder druk, dat wel. Maar de grootste bedreiging komt daarbij van binnenuit.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s