Wanneer macht vloeibaar is

Hebt u toevallig een mening over de uitvoer van cultuurgoederen? Of wil u wat kwijt over wilde dieren in dierentuinen? Over veiligheid in de zeevaart misschien? Wat denkt u van een vrijhandelszone met Tunesië? Accijns op tabaksproducten?

Op de website ‘uw stem in Europa’ kan u over deze en veel andere thema’s uw gedacht zeggen. Ongeveer alles wat de Europese Unie in de komende maanden wil uitspoken, wordt er aangekondigd. U kunt reageren door een vragenlijst in te vullen, waarna u via e-mail wordt bedankt voor uw bijdrage tot de democratie. Soms krijgt u nadien nog een samenvattend overzicht van alle reacties. Het aantal bezoekers van de site is beperkt, wat meteen de voornaamste reden is waarom de Europese Commissie zich deze dialoog met de bevolking kan permitteren.

Natuurlijk heeft Vincent Stuer gelijk als hij vertelt dat de Europese democratie misbegrepen is (DS 26 november) . Er zijn talrijke mogelijkheden om de politiek van de Unie te beïnvloeden. Het probleem is echt niet dat er een gebrek aan inspraak is. Er is eerder een tekort aan tegenspraak. Uiteenlopende meningen en invalshoeken worden vermalen tot er finaal een deal uit de machine rolt. De ene keer leunt die wat dichter aan bij de standpunten van de ene, een andere keer weegt een alternatieve strekking zwaarder. Haast altijd zoekt men een brede consensus en trekt men zo veel mogelijk lidstaten en parlementsfracties mee in bad. Het gevolg: niemand herkent zich echt in het beleid, maar het is lastig om er afstand van te nemen.

In een burgercongres is de kans reëel dat de ene helft voorstander is van een forse prikkeldraad à la Orban, en de andere helft van een humaan beleid à la Merkel

Coalities en allianties zijn breed en tegelijk erg vloeibaar. Ze stollen altijd net iets anders. Er is dus niet één speler die het laken altijd naar zich toe trekt. Wie zou denken dat finaal toch steeds de Duitsers winnen, moet eens kijken naar de stemmingen in de Raad: haast geen enkele lidstaat werd de voorbije jaren zo vaak in de minderheid gestemd als Duitsland. Er is in de Europese Unie geen aanwijsbaar machtscentrum. Dat maakt het project kwetsbaar.

Wie het in de Verenigde Staten niet eens was met het establishment in Washington koos voor Donald Trump. Waar die precies voor staat, is nog niet zo duidelijk, maar hij wil in geen geval de Verenigde Staten afschaffen. De boze Europeaan die niet meer wil weten van de eindeloze sliert van compromissen, komt tegenwoordig terecht bij partijen die de Unie zelf willen opdoeken.

Misschien is het veiliger als die Unie zou beschikken over een aanwijsbare regering die duidelijke keuzes maakt. Meer smoel, minder overleg. Na een legislatuur beslist de Europese kiezer: nog eens hetzelfde, of tijd voor wat anders.

Het burgercongres waar David Van Reybrouck voor pleit (DS 19 november)gaat nog een stap verder. Het zou ook een machtscentrum worden, maar dan eentje met uitgelote deelnemers die zo objectief mogelijk geïnformeerd worden en vervolgens beslissingen nemen.

Maar hoe gaat zo’n burgercongres om met bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek? De kans is reëel dat de ene helft voorstander is van een forse prikkeldraad à la Orban, en de andere helft van een humaan beleid à la Merkel. De lotelingen bijten elkaar de strot af en één strekking wint. Of ze zoeken een oplossing in het modderige midden. In elk scenario zullen er Europeanen zijn die zich niet in de beleidskeuze herkennen. De vraag blijft waar zij met hun wrevel en frustratie terechtkunnen. Wachten tot zij uitgeloot worden om de zaken over te nemen?

De democratie, als zijnde dat systeem waarbij het volk zichzelf regeert, is minstens aan een evaluatie toe, zeker op Europees niveau. Het debat wordt nu gevoerd en elk voorstel tot verbetering is welkom, hoe creatiever hoe liever. Maar in al die vindingrijkheid wordt de inherente kracht van de politiek weleens overschat. Belangrijke beslissingen worden genomen in cenakels waar beroepspolitici of lotelingen weinig greep op hebben. Er worden knopen doorgehakt in de hoofdkwartieren van Caterpillar of ING, de oorlog in Syrië jaagt vluchtelingen naar Europa en de fratsen van Trump kunnen ons straks diepgaand beïnvloeden. Maar wij beslissen niet wie er in de bestuursraden van Caterpillar of ING zit, wij kozen niet voor de oorlog in Syrië en evenmin voor Trump. We worden wel geraakt door de gevolgen.

De politiek zit dikwijls in het defensief, aanmodderend en soms tastend in het duister, met weinig middelen en onvolmaakt geïnformeerd. In een wereld waarin weinig vaste grond is, en de macht vloeibaar en verspreid, zal het debat over de redding van de democratie over meer moeten gaan dan over mechaniekjes en een update van technologie.

Bot en boertig. Yes, we can!

Hillary Clinton is een toffe madam. Dat waren zo ongeveer de eerste woorden van Donald Trump in zijn overwinningsspeech. We zijn haar dankbaarheid verschuldigd, voegde hij eraan toe. De verkiezingen waren nog maar net voorbij en het bedrog begon al. Hij had toch beloofd dat hij haar in de gevangenis zou stoppen? Hij kwam, hij zag, en hij begon zijn kar te keren.

Niemand kan vandaag voorspellen hoeveel verkiezingsbeloftes Trump zal houden, hijzelf vermoedelijk het minst van al. Miljoenen migranten deporteren? Een muur tussen Amerika en Mexico? Investeringen voor duizend miljard? De overheidsschuld laten verdwijnen? De klimaatakkoorden aan zijn laars lappen? Moslims buiten houden? Vrijhandel belemmeren? Misschien wel. Misschien ook niet.

In juni koos een meerderheid van de Britten voor het verlaten van de Europese Unie, na een campagne die even diep gedrenkt was in racisme en leugens, in lompheid en boertigheid. We zijn intussen bijna een half jaar later en veel Brexit zagen we nog niet. We zagen wel hoe politiek verantwoordelijken de achterdeur zochten en van het Britse toneel verdwenen. Voormalig Ukip-leider Nigel Farage stookt nu elders onrust. En we zien ook dat de Britse regering er geen flauw idee van heeft hoe ze straks de onderhandelingen moet aanpakken. Veel beleidsdaden zijn er tot nu toe niet gesteld, en al zeker geen waar de Brexit-kiezers beter van werden. Toch blijkt uit onderzoek dat ze vandaag nog altijd hetzelfde zouden stemmen.

Of populisten ook wezenlijke verandering brengen, doet er niet toe en misschien rekenen die keizers daar niet eens op

Zij die in de dode hoek van de klassieke partijen belandden, maken in Amerika en Groot-Brittannië intussen de helft van de kiezers uit. De slachtoffers van de globalisering, worden ze genoemd. Grenzen vervagen, handelsstromen worden intenser, er is snelle communicatie, migratie, en aan nationale soevereiniteit wordt geknabbeld. De ene wint meer bij die globalisering dan de andere. Wie hooggeschoold is en wat talen spreekt, ziet mogelijkheden om er zijn profijt mee te doen. Sommigen doen dat arrogant en schaamteloos. Meer herverdeling met minder gefortuneerden zou een allergrootste prioriteit moeten zijn. Maar is het werkelijk zo dat intussen de helft van de Amerikanen of de Britten als slachtoffer moet worden beschouwd? Wonen zij collectief in meer miserabele huizen dan een of twee generaties geleden? Werken zij in gevaarlijkere omstandigheden? Hebben ze minder toegang tot gezondheidszorg? Rijdt de helft van het electoraat ginds met een tweedehands Fiat Panda?

Feiten doen er niet meer toe, zo leren de recente campagnes. Als de sfeer doordrenkt is van pessimisme en het gevoel overheerst dat alles bergaf gaat, heeft dat zijn gevolgen. Massaal wordt dus de kant gekozen van een miljardair die geen belastingen betaalt, maar tegelijk ook een paljas is met een vranke muil en een rood petje. Of van Farage, die over elk debat een scheut goor racisme giet.

Dit is een beweging, riep Trump, niet een campagne. Vermoedelijk heeft hij gelijk en is het ook besmettelijk. Het wordt een mechaniekje, aangedreven door de successen in Amerika en Groot-Brittannië. Niemand kan vandaag nog uitsluiten dat Marine Le Pen president wordt van Frankrijk of dat Geert Wilders incontournabel wordt in Nederland. Huidige machtshebbers worden publiek te kakken gezet en daarin zit voor velen al de grootste pret. Zij die altijd het hoge woord voerden, staan ineens te stotteren, kijken ontredderd om zich heen of vluchten de nacht in. Dat het volk zoiets kan klaarspelen, is nu wel duidelijk. Yes, we can, het motto van Barack Obama, krijgt plots een aparte betekenis.

Of populisten ook wezenlijke verandering brengen, doet er niet toe. Mogelijk rekenen veel van die kiezers daar niet eens op. Intussen zijn er wel grenzen verlegd. Nieuwe gezagsdragers baanden zich een weg naar de top door vrouwen te affronteren, moslims te beledigen, homo’s te krenken, gehandicapten uit te lachen en voor de rest maar wat te roepen. Na de Brexit namen de aanvallen op migranten fors toe. In Lincolnshire, waar het aantal Brexit-kiezers het grootst was, verdrievoudigde het aantal haatmisdrijven. Ook elders in het land worden Polen en Roemenen zonder scrupules in elkaar geklopt. We zijn met velen en de wind zit ons in de zeilen, is er de teneur. Politieke leiders bepalen in grote mate wat er maatschappelijk hoort, en wat niet. Deze golf van populisme voorspelt weinig goeds. Vroeg of laat gaat ze aan eigen contradicties ten onder, maar intussen richt ze veel ellende aan. Misschien met dwaze beleidsmaatregelen, maar in elk geval, en meer diepgaand, door de ontwrichting die ze veroorzaakt. Plat en grof, bars en meedogenloos, dat dreigt voortaan de norm te zijn.