Het venijnig mechaniekje

Als het van Theo Francken (N-VA) afhangt, mag Radio 1 een muziekzender worden. ‘De muziek maakt gelukkig veel goed’, tweette hij vorige week op woensdagochtend. Een paar minuten eerder was hij minder welgezind. Vanuit het vluchtelingenkamp in Duinkerke bracht Marjan Temmerman verslag uit. Dat beviel Francken niet en Twitter moest het weten: ‘Is dit een journaliste of een activiste? Of is dat tegenwoordig hetzelfde bij de VRT? Onvoorstelbaar.’ Hij ergerde zich ook aan het gebruik van het woord ‘vluchteling’. Over dat laatste kan je een semantische discussie voeren, maar die was in dit geval irrelevant. Temmerman gebruikte dat woord immers geen enkele keer, niet in het nieuws, niet in haar reportage achteraf. Ze had het telkens over ‘mensen’. Mensen die bij min vier in barakken zitten van twee op drie meter, zonder elektriciteit en stromend water. Ze houden zich warm tussen planken met kieren en stinkende petroleumkachels waaruit rare dampen komen.

Misschien was het vooral het consequente gebruik van het woord ‘mensen’ dat Francken op de zenuwen werkte. Als staatssecretaris wil hij vooral scoren met een goed werkend ontmoedigings- en uitzettingsbeleid. Als hij dat mag toelichten met grafieken en tabellen is hij trots. Hoe meer verwijderingen van het grondgebied, hoe meer hij gaat blinken. Vanuit die optiek wordt het vervelend als er medeleven ontstaat. Het is prettiger om de betrokkenen te portretteren als criminelen, illegalen of terroristen. Het mogen vooral geen mensen zijn. In de groep die de voorbije periode in Europa aanspoelde, zitten ongetwijfeld louche figuren met eigenaardige bedoelingen. Af en toe één geval op de heel erg veel. Als er zich wat voordoet in de criminele sfeer zullen we het wel weten. Volg de Twitterfeed van Francken en u blijft perfect op de hoogte van elk gerucht dienaangaande.

Maar op Radio 1 ging het daar niet over. Het trieste relaas werd er verteld, niet van een gestoorde enkeling, maar van een grote groep mensen, vaak naïef en dom, in erbarmelijke omstandigheden. Een indringend verhaal met ingewikkelde kantjes en veel pijnlijk lijden. Het werd beschreven zonder dat iemand werd veroordeeld. Als er zich al iemand aangesproken mocht voelen, dan waren het de Fransen. Hun president en regering, tot nader order socialistisch, organiseren deze schande. Dit is rauwe realiteit, het leven zoals het ginds is, scherp, bijtend en beklijvend.

De journaliste ziet die gore bagger op het scherm verschijnen, net als de staatssecretaris

Journalisten die zoiets verslaan, zijn geen activisten. Dit zijn professionals die werken volgens een strakke deontologie, in een omgeving die daar soigneus en scrupuleus mee omgaat. Bij de VRT is dat ingekapseld in charters en codes en finaal kijkt de Vlaamse regering er via een beheersovereenkomst op toe. Als de VRT werkelijk aan activisme doet, of aan framing om van te kotsen, zoals een partijgenoot van Francken zich eens liet ontvallen, dan zou dat een lompe schending zijn van die overeenkomst. Dat moet dan op hoog niveau worden aangepakt. Maar de regering doet het niet, omdat ze weet dat het niet zo is.

Gelukkig voor Francken is er ook Twitter. Daar geldt geen hinderende deontologie. Politici met lange tenen en een korte lont zijn van alle tijden en gezindten. Vroeger maakten ze vooral zichzelf belachelijk als ze scholden op de media. Maar de sociale media veranderden het veld. Twitter is een megafoon en vooral een splinterbom, uitermate geschikt om gezag, integriteit en geloofwaardigheid te ondermijnen. Nu eens wordt het ingezet tegen wereldvreemde rechters, dan weer tegen activistische journalistes. Er speelt een venijnig mechaniekje en niemand kent de dynamiek zo goed als Theo Francken.

Van aan de ontbijttafel mikt hij een paar tweets de wereld in. Vervolgens brengt hij de kindjes naar school en laat Twitter zijn werk doen. De kanonnade begint. Er wordt gedeeld, geliket, gevolgd en ge­retweet in alle richtingen. Wat later, op weg naar Brussel, overschouwt hij het gesplinter. Er zijn de tegenstanders die hem vast verkeerd begrepen hebben, maar er zijn vooral de driftige bewonderaars, die er nog een schep bovenop doen, en goddank ook de schoften die het nog eens goed op scherp zetten. En elk hebben ze weer een hoop volgers. ‘Het moet zijn dat die journaliste een echte vent mist. Daarom bericht ze zo welwillend over zwarte mannen. Ze wil ze allen in haar bed.’ Zij ziet die gore bagger op haar scherm verschijnen, net als de staatssecretaris.

Die is intussen op weg naar zijn kabinet en leunt tevreden achterover. De nuance is weg, de journaliste geschandaliseerd en de geloofwaardigheid van de VRT verder ondermijnd. Missie geslaagd.

Advertisements

De treurige tragiek van de Brexit

De Britten krijgen minder chocolade voor hun geld. Dat is voorlopig het meest concrete gevolg van de Brexit. Het zit zo: enkele weken geleden besliste de fabrikant van Toblerone om op de Britse markt de vorm van de chocoladereep te veranderen. Ze lijkt nu meer op een fietsenrek dan op een bergketen, omdat er tussen de chocoladepunten veel meer ruimte zit. Dit heeft alles te maken met de waardedaling van het Britse pond na het referendum. De ingrediënten voor de chocoladereep werden duurder en de fabrikant had de keuze: ofwel de prijs van de reep verhogen, ofwel er minder chocolade in stoppen. Het werd het laatste.

Vorig weekend raakte ook bekend dat zes restaurants van Jamie Oliver sluiten wegens de Brexit. Het Italiaanse lekkers waarmee Jamie kookt, werd te duur om de zaken winstgevend te houden, liet hij weten. Een streep door de rekening van Britten die dachten dat alles wat in een kookpot verdwijnt ook wel in Groot-Brittannië groeit.

Voor het overige hebben we ruim een halfjaar na het fameuze referendum nog niet veel Brexit gezien. Wat we wel zien, is een regering die van geen hout pijlen weet te maken. ‘Theresa Maybe’, staat in dikke letters op de cover van The Economist, boven een foto van de Britse premier die veel weg heeft van een doodsprentje. Het land weer in eigen handen nemen, is zo te zien nog zo eenvoudig niet.

Terwijl het land zich opmaakt voor kolossaal ingewikkelde onderhandelingen, verdampt de meest cruciale expertise

De Brexiteers, die tijdens de campagne nog met veel bombarie hadden beloofd dat de onderhandelingen over de scheiding de dag na het referendum al konden beginnen, bleken niet in het bezit van een plan. Kreten en absurde beloftes hadden ze genoeg, maar aan een draaiboek dachten ze nooit.

Migratie domineert nog altijd het debat. Polen en Roemenen moeten het land uit, klinkt het dagelijks in de populaire pers. Polen en Roemenen werken nochtans alleen in Groot-Brittannië omdat ze daar zijn aangeworven. Bijvoorbeeld door Britten die hun badkamer goedkoop laten renoveren, of die naar warenhuizen gaan waar alles een paar cent goedkoper is omdat een Oost-Europeaan er de rekken vult voor een belachelijk laag loon.

Vrij verkeer van werknemers is een hoeksteen van de Europese integratie. Door dit te betwisten, zetten de Britten het ontrafelingsproces in gang. In maart starten onderhandelingen die twee jaar mogen duren. Door hun migratie-obsessie zullen de Britten de vrije toegang tot de Europese eenheidsmarkt verliezen. Ze moeten nieuwe handelsakkoorden sluiten, ook met de rest van de wereld. Invoertarieven, hoeveelheden, speciale regelingen: voor duizenden producten is er een beslissing nodig, telkens weer met andere partners. En wat met het Erasmusprogramma? De landbouwsubsidies? Visserijafspraken? Wat met de Europese ambtenaren met Britse nationaliteit? Wie betaalt straks hun pensioen? Het beoordelen van de veiligheid van chemicaliën, voedsel of geneesmiddelen: het gebeurt nu door Europese agentschappen. Is het de bedoeling dat de Britten dit straks overdoen met eigen instellingen? Dan moeten ze die misschien maar eens beginnen oprichten. Het zal snel 2019 zijn.

Ontelbaar veel kwesties moeten in recordtempo geregeld worden. De Britse regering kampt bovendien met braindrain: Britten met kennis van Europese zaken nemen ontslag of worden buitenspel gezet. Vorige week nog verdween Ivan Rogers, de ambassadeur van het Verenigd Koninkrijk bij de Europese Unie. Terwijl het land zich opmaakt voor kolossaal ingewikkelde onderhandelingen, verdampt de meest cruciale expertise. Er zitten nu ambtenaren, diplomaten en politici aan het roer die de Europese codes niet kennen, de ongeschreven regels die een succesvol onderhandelaar in de vingers moet hebben.

Men zal zich te pletter vergaderen, hijgend en hyperventilerend. Alle Britse politieke energie wordt besteed aan de afwikkeling van de Brexit. In het beste geval vinden ze in 2019 de achterdeur van de Europese Unie. Dan staan ze buiten, zogezegd baas over eigen eiland. Ze moeten zich vervolgens eens afvragen of er intussen één wezenlijk probleem is opgelost. Stopte het klimaat met opwarmen? Wordt er geen aanslag meer gepleegd? Is geen vluchteling nog onderweg? Wordt geen belasting nog ontdoken? Delokaliseert er geen bedrijf meer? Zijn armoede en werkloosheid miraculeus verdwenen?

Politieke fut is niet eindeloos recycleerbaar. De Brexitonderhandelingen slurpen straks alles op. Die energie kan niet dienen voor wat anders. Dat is de treurige tragiek van dit maffe avontuur. Binnen twee jaar komen de Britten onvermijdelijk tot de conclusie dat de uitdagingen die er het meest toe doen niet zelfstandig kunnen worden aangepakt. Het zal nog het gemakkelijkst gaan met de buurlanden. En vormen die niet een club, genaamd de Europese Unie?