Doe maar voort

Stel: een Griekse en een Italiaanse student worden verliefd, terwijl ze op Erasmus zijn in Duitsland. De liefde is groot en grensoverschrijdend. Wat later huwen ze in Parijs. Ze vinden allebei een baan in België en wonen in Brussel. Daar raakt de Griekse gecharmeerd door een Spanjaard die haar meeneemt naar Madrid. Het Grieks-Italiaanse sprookje is voorbij en vanuit Spanje begint zij met de echtscheidingsprocedure. Vraag: volgens welke wetgeving wordt de scheiding geregeld? De Griekse? De Italiaanse? De Duitse misschien? De Franse toch maar? Zou het de Belgische zijn? Of is het een Spaanse rechter die mag oordelen? Het verhaal klinkt een tikkeltje exotisch, maar u zou ervan versteld staan hoe vaak zulke situaties zich voordoen, ook buiten de context van Temptation Island.

Sinds 2010 is er een Europese regel die vastlegt welke rechter bevoegd is. Voor wie ermee te maken krijgt: het is de Belgische wetgeving die telt, omdat het koppel daar zijn laatste verblijfplaats had. Het is markant dat die afspraken niet gelden voor alle lidstaten, maar slechts voor zestien landen. Bij gebrek aan brede overeenstemming namen zij het voortouw. Onder meer Zweden en Nederland doen niet mee. Het is een voorbeeld van wat men in Europees jargon ‘nauwere samenwerking’ noemt. De procedure staat sinds 1999 in het verdrag: een groepje lidstaten kan afspraken maken en moet niet meer wachten op de traagste.

Vorige week presenteerde Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker verschillende toekomstscenario’s voor de Unie: een grote sprong vooruit, een ferme stap achteruit, een kleine pas naar achteren en voortdoen zoals we bezig zijn, dus ploeterend en met schokjes. In een vijfde en meest besproken voorstel werken lidstaten voortaan in kleinere groepen samen. ‘Briljant! Dat we dat niet eerder hebben bedacht!’ klonk het in de media. Insiders bevestigden dat dit laatste scenario Junckers voorkeur wegdraagt.

De Unie hangt aan elkaar met compromissen, maar het was nooit anders

Nieuw is dat geniale idee dus in geen geval: nauwere samenwerking bestaat haast twintig jaar. Maar in al die tijd ontstonden er slechts twee kopgroepen: er is de kliek die grensoverschrijdende echtscheidingen regelde, en er is er eentje die een gemeenschapsoctrooi invoerde. Voor de volledigheid kunnen we nog de financiële transactietaks vermelden: tien landen onderhandelen er momenteel over, maar weinigen geloven in een goede afloop. De kans is gering dat zij een afspraak maken die slecht uitvalt voor hun beleggers. Die kunnen gemakkelijk uitvlaggen naar een buurland dat ook deel uitmaakt van de Europese kapitaalmarkt, maar waar ze geen trans­actietaks moeten betalen.

In de feiten zijn er daarnaast wel andere groepjes ontstaan. Er is de Schengenclub, met ook Noorwegen en Zwitserland, er zijn de landen die de euro hebben ingevoerd en bij militaire operaties onder Europese vlag doet nooit iedereen mee. Sommige lidstaten hebben mogelijkheden voor opt-ins of opt-outs. Dappere specialisten proberen het allemaal samen te vatten in gedeeltelijk overlappende venndiagrammen die niemand nog verstaat.

De praktijk wijst dus uit dat het niet eenvoudig is om een Europa met verschillende divisies te organiseren. Als het toch lukt, worden het altijd ingewikkelde toestanden. Het is ook niet zonder risico’s. In eenzelfde beleidsdomein kunnen twee verschillende kopgroepen ontstaan. Een schare landen kan een vluchtelingenbeleid uitwerken op basis van wir schaffen das, terwijl een andere verzameling inzet op een grote prikkeldraad. Dat zou nogal splijtend werken.

Het plan met de meerdere snelheden werkt pas echt goed als er een vaste ­coalition of the willing komt die in elk domein de leiding neemt. Maar dat ligt niet in de lijn van de verwachtingen. Wie willing is op het ene front, is unwilling op het andere. De meest stabiele kern zit wellicht rond de eurozone, maar Centraal-Europese lidstaten zullen er zich niet bij neerleggen dat zij dan in tweede klasse spelen.

Met zijn vijf scenario’s brengt Juncker meer structuur in het debat over Europa’s toekomst. Een resolute keuze voor één plan zal er evenwel niet komen. Ambities en prioriteiten verschillen sterk van land tot land en daarom zal ook de ene avant-garde zich niet vormen. De integratie gaat straks verder op diverse sporen en soms met verschillende snelheden, zoals het nu ook gebeurt. De Unie hangt aan elkaar met compromissen en dat is vaak verwarrend en lastig om te volgen. Maar het was nooit anders, en al spartelend doorheen crisissen doet de Unie het niet slecht in vergelijking met de rest van de wereld. Het meest waarschijnlijke scenario is bijgevolg dat van de persistentie: in schokjes vooruit, en doe maar voort. De prijs van de elegantie zal Europa er nooit mee winnen. Maar daarom is het nog al niet naar de wuppe.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s