Jolien, onderweg met de fiets

De laatste keer dat Jolien verjaarde was op paasdag. Het was 2006 en ze werd negentien. Ze studeerde politieke wetenschappen bij ons, ze speelde piano, ze deed ballet, ze hielp soms in de Wereldwinkel. Ze had vrienden, een lief, een zus, ouders. Bijzondere plannen had ze nog niet. Ze wilde reizen en ontdekken en de toekomst zou wel komen. Maar de toekomst kwam niet. Op 9 december fietste Jolien door de Nieuwevaart in Gent, in een jurk met sterren op. Ze werd door een auto weggemaaid. Ze spartelde tussen leven en dood, urenlang op intensieve verzorging. Ze was broos en erg gehavend. Ze gleed weg naar de foute kant. De machines werden stilgezet, de draden losgemaakt. Het was diep in de nacht toen en de dag zou nooit meer komen. Wie haar het meest dierbaar was, stond aan het bed. Ze hielden haar allemaal nog vast. De dood was rauw en koud, zoals ze dat altijd is. Maar ze kwam voor Jolien vooral te vroeg, te vals, te vuig.

Ik zal het maar zeggen zoals het is: ik rij graag met de auto, en wellicht meer dan nodig. Maar auto’s kunnen vreselijke dingen aanrichten. Gemiddeld wordt in Vlaanderen meer dan een keer per week een fietser doodgereden. Bestuurders hebben een verpletterende verantwoordelijkheid, maar het laat velen onverschillig. Ze rijden te roekeloos, te snel, te nonchalant, te opgefokt, te dronken.

Auto’s verpesten de lucht, ze stinken en ze zijn lawaaierig. Ze blokkeren trams en nemen plek in. De stad, met zijn smalle straten, is er niet voor gemaakt. In Gent is er nu een circulatieplan. Het bestuur wil meer zuurstof in de wijken, meer plaats voor wandelaars, fietsers en voetballende kinderen, meer warmte dan blikken dozen op vier wielen kunnen bieden. Of het plan goed werkt, zal moeten blijken. Het verdient alleszins beter dan boegeroep op een nieuwjaarsreceptie, een referendum of een petitie die de auto weer dwars doorheen het centrum wil.

Het is dwaas en droef dat Jolien in deze rubriek verrijzen moet, zij moest niet dood zijn

Auto’s zijn een geweldige vondst, maar ze brengen narigheid mee, en soms ravages. Dat besef moet bestuurders aanzetten tot bescheidenheid en voorzichtigheid. In de plaats daarvan is er vaak overmoed en arrogantie. Vorige maand fietste ik nabij Sint-Jacobs langs een auto die in de file stond. De chauffeur was boos en opgenaaid. Hij kocht geen wagen om vervolgens door fietsers te worden ingehaald. Aan zijn frustratie hield ik een hersenschudding over, een gezwollen gezicht, een groot blauw oog, schrammen en wat builen. Zo gaat dat dan. Het is klein bier in vergelijking met wat Jolien overkwam.

Straks, bij toeval opnieuw op Pasen, zou Jolien dertig worden. Haar beste vriendin trouwde vorige week. De broer van haar lief studeert nu politieke wetenschappen. Haar zus heeft een fijne baan. Haar ouders maken er het beste van, er zit niks anders op. Het is dwaas en droef dat Jolien in deze rubriek verrijzen moet. Zij moest niet dood zijn. Ze moest dit weekend gewoon vieren met taart en chocolade-eieren, narcissen in een vaas en hyacinten in een potje. Verjaren met Pasen is altijd speciaal. Maar er is geen feest voor Jolien. Er is wel een gedenksteen aan de Nieuwevaart, met kaarsen, een zon, wat plantjes en een foto. En er zijn de stille, donkere ogen bij al wie achterbleef. Er is de pijn, tot op het bot, die snijdt en nooit zal overgaan.

Laten we Jolien nooit vergeten, laten we dat afspreken. Laten we ook nooit die vele anderen vergeten wier leven ruw en abrupt en te vroeg stopte, langs de kant van de weg, tussen scherven, een kapotte fiets en een gescheurde jurk met sterren op.

Slimmer dan Mark Rutte

Het politieke landschap is in Nederland fors dooreengeschud. De eerste regeringspartij verliest ruim vijf procent. De sociaaldemocraten, met Europabonzen als Frans Timmermans en Jeroen Dijsselbloem, bestaan amper nog. De tweede partij is een racistische club met een A4’tje als beleidsprogramma. Thierry Baudet, de meest narcistische mens ter wereld, behaalt met zijn anti-Europa- en anti-islampartij twee zetels. De versnippering is totaal, de polarisering gaat benauwend ver en de coalitievorming wordt buitengewoon moeilijk.

In normale omstandigheden zou men elders in Europa beducht en gespannen reageren, maar dat lag nu anders. Blijdschap spatte van de felicitatietelegrammen en Mark Rutte werd uitgebreid gecomplimenteerd. Hij was de ster die de populistische pletwals tegenhield.

Het valt nog te bezien. Het parcours van Rutte vertoont menige gelijkenis met dat van de voormalige Britse premier, David Cameron. Als die met zijn kiezers sprak, viel er nooit een goed woord over Europa. In Brussel vergaderde hij met andere leiders, en dat deed hij constructief. Maar als hij na zo’n Europese vergadering in Londen uit het vliegtuig stapte en de pers toesprak, was het altijd om te zeggen dat ‘ze’ in Brussel weer wat dwaze dingen hadden bedacht. Alsof hij twee uur eerder niet zelf mee aan tafel zat. Natuurlijk haalde hij zelden over heel de lijn zijn gelijk, zoals ook de andere leiders nooit altijd en overal scoren.

Het ‘goede populisme’ komt hierop neer: clichés herhalen, simpele analyses maken en in slogans praten

Door zich altijd te distantiëren van de compromissen waaraan hij zelf meewerkte, fabriceerde Cameron het beeld dat Brussel een vreemde plek is waar niemand greep op heeft en waar idiote aliens mallotige beslissingen nemen. Het legde hem geen windeieren: uithalen naar de waanzin van Europa, maakte hem in Engeland populairder. In 2015 won hij met een straat voorsprong de verkiezingen. Toen later de Brexitcampagne begon, besefte hij wat er op het spel stond. In overdrive vertelde hij het omgekeerde van alle voorbije jaren: het verlaten van de Unie zou honderd miljoen miljard kosten, de Derde Wereldoorlog zou uitbreken en het licht zou uitgaan. Deze pirouette moest wel slecht aflopen. Achteraf bekeken is het verbazend dat de voorstanders van de Europese Unie in het referendum nog aan 48 procent raakten. Cameron nam ontslag en verdween van de aardbodem.

Dat laatste zal met Rutte voorlopig niet gebeuren. Hij kopieert de techniek die Cameron initieel ook succes bezorgde. Daarbij suggereert Rutte dat dit het ‘goede populisme’ is. In de praktijk komt het hierop neer: clichés herhalen, simpele analyses maken en in slogans praten. Over de Europese Unie vertelde Rutte de voorbije jaren dat ze te veel kost en bemoeiziek is, dat de prioriteiten verkeerd liggen en dat er geen cent meer naar Griekenland mag gaan. Daarmee spreidt hij het bed van Wilders en Baudet, die de redenering maar moeten afmaken: als er dan toch zoveel ellende uit Europa komt, waarom stappen we er dan niet uit?

Er is, voor alle duidelijkheid, niets mis met kritiek op Europa. De Unie neemt nooit voor iedereen de perfecte beslissing. Er zijn haast dertig lidstaten en in elk land zijn er vele strekkingen. Die mogen best voor hun overtuiging uitkomen. Maar finaal zetten ze zich aan de tafel. Daar treffen ze ook naarlingen en lastigaards aan die elders verkozen raakten. Samen wordt dan beleid gemaakt en dat vraagt altijd water bij de wijn. Ook Rutte en Cameron deden eraan mee: gemeenschappelijke problemen hebben een gezamenlijke aanpak nodig. Ook al ligt die finaal in het modderige midden en ziet hij er niet te fraai uit. Dat belangengroepen daar soms hard tegen protesteren, is legitiem. Dat politieke partijen in de verf zetten wat ze liever anders willen, is hun recht en zelfs hun plicht.

Maar als regeringsleiders de goede populist uithangen en consequent afstand nemen van al wat er uit Brussel komt, dan staan ze op een hele slappe koord. Het is geoorloofd om het oneens te zijn met een beslissing, maar een leider moet ook uitleggen waarom ze dan toch genomen werd, en al zeker als hij erbij betrokken was.

Het is eerder ondanks Rutte dan dankzij Rutte dat de eurosceptici onder de verwachtingen bleven. Als het populisme werd ingedamd, heeft dat meer te maken met het gezond verstand van de kiezers dan met Ruttes slimmigheid. Als de minister-president anti-Europese voorzetten blijft geven, is er vroeg of laat iemand die de bal binnenkopt. Met een betere campagne dan Wilders, met minder arrogantie dan Baudet. Ook in goed populisme rijdt men zich ooit vast. Verkiezingshelden van vandaag kunnen snel vallen. Dat Rutte het maar vraagt aan Cameron. Als die ooit nog durft op te duiken.

Doe maar voort

Stel: een Griekse en een Italiaanse student worden verliefd, terwijl ze op Erasmus zijn in Duitsland. De liefde is groot en grensoverschrijdend. Wat later huwen ze in Parijs. Ze vinden allebei een baan in België en wonen in Brussel. Daar raakt de Griekse gecharmeerd door een Spanjaard die haar meeneemt naar Madrid. Het Grieks-Italiaanse sprookje is voorbij en vanuit Spanje begint zij met de echtscheidingsprocedure. Vraag: volgens welke wetgeving wordt de scheiding geregeld? De Griekse? De Italiaanse? De Duitse misschien? De Franse toch maar? Zou het de Belgische zijn? Of is het een Spaanse rechter die mag oordelen? Het verhaal klinkt een tikkeltje exotisch, maar u zou ervan versteld staan hoe vaak zulke situaties zich voordoen, ook buiten de context van Temptation Island.

Sinds 2010 is er een Europese regel die vastlegt welke rechter bevoegd is. Voor wie ermee te maken krijgt: het is de Belgische wetgeving die telt, omdat het koppel daar zijn laatste verblijfplaats had. Het is markant dat die afspraken niet gelden voor alle lidstaten, maar slechts voor zestien landen. Bij gebrek aan brede overeenstemming namen zij het voortouw. Onder meer Zweden en Nederland doen niet mee. Het is een voorbeeld van wat men in Europees jargon ‘nauwere samenwerking’ noemt. De procedure staat sinds 1999 in het verdrag: een groepje lidstaten kan afspraken maken en moet niet meer wachten op de traagste.

Vorige week presenteerde Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker verschillende toekomstscenario’s voor de Unie: een grote sprong vooruit, een ferme stap achteruit, een kleine pas naar achteren en voortdoen zoals we bezig zijn, dus ploeterend en met schokjes. In een vijfde en meest besproken voorstel werken lidstaten voortaan in kleinere groepen samen. ‘Briljant! Dat we dat niet eerder hebben bedacht!’ klonk het in de media. Insiders bevestigden dat dit laatste scenario Junckers voorkeur wegdraagt.

De Unie hangt aan elkaar met compromissen, maar het was nooit anders

Nieuw is dat geniale idee dus in geen geval: nauwere samenwerking bestaat haast twintig jaar. Maar in al die tijd ontstonden er slechts twee kopgroepen: er is de kliek die grensoverschrijdende echtscheidingen regelde, en er is er eentje die een gemeenschapsoctrooi invoerde. Voor de volledigheid kunnen we nog de financiële transactietaks vermelden: tien landen onderhandelen er momenteel over, maar weinigen geloven in een goede afloop. De kans is gering dat zij een afspraak maken die slecht uitvalt voor hun beleggers. Die kunnen gemakkelijk uitvlaggen naar een buurland dat ook deel uitmaakt van de Europese kapitaalmarkt, maar waar ze geen trans­actietaks moeten betalen.

In de feiten zijn er daarnaast wel andere groepjes ontstaan. Er is de Schengenclub, met ook Noorwegen en Zwitserland, er zijn de landen die de euro hebben ingevoerd en bij militaire operaties onder Europese vlag doet nooit iedereen mee. Sommige lidstaten hebben mogelijkheden voor opt-ins of opt-outs. Dappere specialisten proberen het allemaal samen te vatten in gedeeltelijk overlappende venndiagrammen die niemand nog verstaat.

De praktijk wijst dus uit dat het niet eenvoudig is om een Europa met verschillende divisies te organiseren. Als het toch lukt, worden het altijd ingewikkelde toestanden. Het is ook niet zonder risico’s. In eenzelfde beleidsdomein kunnen twee verschillende kopgroepen ontstaan. Een schare landen kan een vluchtelingenbeleid uitwerken op basis van wir schaffen das, terwijl een andere verzameling inzet op een grote prikkeldraad. Dat zou nogal splijtend werken.

Het plan met de meerdere snelheden werkt pas echt goed als er een vaste ­coalition of the willing komt die in elk domein de leiding neemt. Maar dat ligt niet in de lijn van de verwachtingen. Wie willing is op het ene front, is unwilling op het andere. De meest stabiele kern zit wellicht rond de eurozone, maar Centraal-Europese lidstaten zullen er zich niet bij neerleggen dat zij dan in tweede klasse spelen.

Met zijn vijf scenario’s brengt Juncker meer structuur in het debat over Europa’s toekomst. Een resolute keuze voor één plan zal er evenwel niet komen. Ambities en prioriteiten verschillen sterk van land tot land en daarom zal ook de ene avant-garde zich niet vormen. De integratie gaat straks verder op diverse sporen en soms met verschillende snelheden, zoals het nu ook gebeurt. De Unie hangt aan elkaar met compromissen en dat is vaak verwarrend en lastig om te volgen. Maar het was nooit anders, en al spartelend doorheen crisissen doet de Unie het niet slecht in vergelijking met de rest van de wereld. Het meest waarschijnlijke scenario is bijgevolg dat van de persistentie: in schokjes vooruit, en doe maar voort. De prijs van de elegantie zal Europa er nooit mee winnen. Maar daarom is het nog al niet naar de wuppe.

De grand écart van de eurorealist

Liberaal fractieleider Guy Verhofstadt kroop vorige week in het Europees Parlement weer eens op zijn luchtfiets. Op het grote blad trok hij goed door: er moet een verdragswijziging komen, de Commissie verdient meer slagkracht, er is extra Europese capaciteit nodig in de strijd tegen terreur, een echt buitenlands beleid dringt zich op en de verlammende unanimiteitsregel moet de vuilnisbak in.

Een paar weken geleden was Verhofstadt nog in Amerika, waar hij zijn jongste boek voorstelde, Europe’s last chance. Ruim tien jaar geleden schreef hij al De Verenigde Staten van Europa. Ook toen bepleitte hij een grote sprong voorwaarts, ook toen moest het onmiddellijk gebeuren, ook toen was het de laatste kans. Intussen maakten we een bankencrisis mee, een schuldencrisis, een vluchtelingencrisis, een terreurcrisis en een hoop andere existentiële ellende. En steeds bleef Verhofstadt druk gesticuleren dat het nu of nooit was.

Het werd niet nu, maar ook niet nooit. De sprong naar een federaal Europa komt er niet, maar de Unie klapt evenmin in elkaar. Het project is taai en plakkerig, en overleeft op minder elegante wijze, met kleine stapjes, strompelend van deeloplossing naar deeloplossing. Het gaat wel in de richting van Verhofstadts visioenen, maar altijd traag en sloom, en zonder de eindbestemming te bereiken. Het zijn immers de leiders van de lidstaten die beslissen over Europa’s pad. Zij klampen zich vast aan laatste restjes soevereiniteit, zolang het kan.

Wil de N-VA meer of minder Europa?

Belgische regeringen wijken af van die norm. Zij zagen er de voorbije decennia weinig graten in om ongegeneerd te pleiten voor extra Europese bevoegdheden. Problemen zijn grensoverschrijdend en vragen om een aanpak die dat ook is. Niet met dichtgeknepen remmen, maar met werkelijke soevereiniteitsoverdracht.

In het Europees Parlement kreeg Verhofstadt scherpe kritiek van de N-VA, net als Open VLD een regeringspartij. Voor Sander Loones, Europarlementslid en ondervoorzitter van de partij, was het rapport van Verhofstadt politieke masturbatie. Niemand zit te wachten op een Europese superstaat, wist hij.

N-VA’ers noemen zichzelf graag eurorealisten. Ze willen sommige Europese bevoegdheden terughalen naar de lidstaten. Maar een concreet lijstje maakte de N-VA nog niet. De Nederlandse regering pleitte in 2013 ook voor minder Europese regelingen en voerde een studie uit. De denkoefening leverde bitter weinig op: de voornaamste conclusie was dat de competentie voor schoolmelk terug naar de lidstaten moest, en dat lidstaten weer zelf bevoegd moesten worden voor overstroomde rivieren, als die tenminste niet grensoverschrijdend zijn. Andere regels bleken bij nader inzien zinvoller dan oorspronkelijk gedacht.

Wat voor de N-VA in de toekomst niet meer Europees moet worden aangepakt, blijft onuitgesproken. Wat de partij wel van de Unie verwacht, is duidelijker. Dat staat in het programma. Er is een pleidooi voor begrotingsnormen die strikt moeten worden toegepast, ook door grote lidstaten. Er moet meer centraal toezicht zijn op banken. De uitvoering en handhaving van bestaande regels moeten strenger worden gecontroleerd. Oneerlijke concurrentie en sociale dumping moeten worden aangepakt en de strijd tegen sociale fraude moet worden opgedreven. Lidstaten die de armoededoelstelling niet halen, verdienen straf. Er is strakke controle nodig, om te vermijden dat lidstaten verdoken barrières op de eengemaakte markt oprichten. Samengevat: de landen moeten meer in het gareel lopen.

Tegelijk roept Loones in het Europees Parlement dat de lidstaten in geen geval verzwakt mogen worden. De Unie moet dus veiligheid, banen, een interne markt en een handelsbeleid voorzien. Ze moet armoedenormen afdwingen, een stem in de wereld hebben en grensbewaking zelf regelen in plaats van die uit te besteden aan de Turken. Zolang het maar geen superstaat wordt.

Er zit een eigenaardige zwieper in de redenering. Op de terreinen waar de N-VA meer van de Unie verwacht, loopt het moeizaam omdat 28 lidstaten ruziën tot ze het eens raken over de laatste komma of omdat ze niet gestraft willen worden bij overtreding van de afspraken. Om de Europese dromen van de N-VA te realiseren is er een strenger Hof van Justitie nodig, een sterkere Commissie en minder unanimiteit. Instellingen met ballen dus, we zeggen het maar zoals het is. De plannen van Verhofstadt zullen niet eens volstaan.

Als regeringspartij bepaalt de N-VA nu mee de Belgische Europadoctrine. Maar haar mening is niet uitgekristalliseerd. Het is het een of het ander. Ofwel wil ze de grote ambities uit haar partijprogramma waarmaken, en dat vraagt sterke instellingen die lidstaten kunnen dwingen om in de pas te lopen. Ofwel wil ze minder Europa dan vandaag. En dan moet ze eens zeggen wat ze daarmee bedoelt.

Libië, het Mexico van Europa

Ze noemen mij nu ‘onze Donald’, liet Europees president Donald Tusk weten na een bijeenkomst van de leiders van de Unie in Malta. Met het groepsgevoel zit het dus goed, wilde hij zeggen. Het valt te hopen. Een paar dagen eerder had hij een brief geschreven waarin hij de nieuwe Amerikaanse regering een bedreiging noemde. In dezelfde zin ging het over radicale islam, Russische agressie en anarchie in Afrika. Dat kan tellen. Er is veel aan te merken op Tusk, maar van linkse hypocrisie of hysterie heeft hij nog nooit in zijn leven last gehad. Het moet dus zijn dat hij zich oprecht grote zorgen maakt over de ontwikkelingen in de Verenigde Staten.

De voorbije zeventig jaar waren de Amerikanen meestal een soort grote broer. We maakten dikwijls ruzie, maar er was ook de overtuiging van de gelijklopende belangen. Er was vooral het besef dat de sterkte van de ene bijdroeg tot de sterkte van de ander.

De nieuwe Amerikaanse president ziet het anders: je kunt maar sterk zijn als de ander zwak is. Dus speelt hij stokebrand, juicht de Brexit toe en hoopt op het vertrek van nog allerlei landen. Hij speculeert op het uiteenspatten van de euro en geeft steun aan radicaal-rechtse partijen die er hun hobby en beroep van maken om de Unie onderuit te halen. Ted Malloch, de kerel die gesuggereerd wordt als Amerikaans ambassadeur bij de Unie, wil Europa ‘temmen’. Je kunt de Europese Unie met van alles vergelijken, maar met een wild beest, dat is toch nieuw. Misschien moeten we het als een compliment beschouwen?

Trump ziet het zo: je kunt maar sterk zijn als de ander zwak is

Het is goed dat de Europese president niet zomaar over zich heen laat lopen. À la guerre comme à la guerre. De boodschap had trouwens nog krachtiger gemogen, want Tusk las zijn brief mompelend en stamelend voor, met de blik beurtelings naar het plafond en naar zijn schoenen, in plaats van uitdagend in de camera. Maar bon, dat is de stijl van onze Donald.

Wat er daarna in Malta gebeurde, is veel treuriger. Eerst zetten de leiders zich resoluut af tegen Trump, om vervolgens diens beleid nogal klakkeloos te imiteren. De Unie sloot namelijk een akkoord met Libië, zogezegd om te vermijden dat er nog mensen verdrinken in de Middellandse Zee. Bogdan Vanden Berghe van 11.11.11 nam de deal al op de korrel (DS 4 februari) . De werkelijke bedoeling is natuurlijk om vluchtelingen buiten te houden. Zoals UGent-politicoloog Thibaut Renson opmerkte op Knack.be: als het niet problematisch zou zijn voor het toerisme, we zouden overwegen om een muur te bouwen langsheen de hele zuidelijke kustlijn, van de Costa del Sol, over de Côte d’Azur, tot Chalkidiki. Het voornaamste verschil met wat de Amerikanen uitspoken aan de Mexicaanse grens, is dat wij niet gezegd hebben dat de Libiërs ervoor moeten betalen. We draineren wat geld van ontwikkelingssamenwerking naar de Libische diensten voor grensbewaking. Niemand weet waar die fondsen terechtkomen en wat ermee zal worden uitgespookt, want er is ginds geen stabiele regering. Er zijn er minstens drie, naast een hoop milities die stukken land controleren en elkaar bekampen. Uit alle rapporten blijkt dat Libië een verschrikkelijk land is, dat de toestanden in de kampen mensonwaardig en gevaarlijk zijn, en daarbuiten nog erger. De enige bedoeling van de afspraak is om de miserie uit ons zicht te houden.

Als Europa werkelijk verontwaardigd is over de Amerikaanse politiek, moet er uit een ander vat getapt worden. In Malta spraken de leiders af om een verklaring voor te bereiden naar aanleiding van de zestigste verjaardag van de Verdragen van Rome, straks in maart. Tien jaar geleden vierden ze de vijftigste verjaardag, en het was ook met een verklaring: ‘Wij staan voor grote uitdagingen, die niet stoppen bij nationale grenzen. Wij zullen de burgerlijke rechten en vrijheden verdedigen. De Europese Unie wil armoede, honger en ziekten terugdringen. Wij willen gezamenlijk onze bijdrage leveren tot het afwenden van de mondiale dreiging van klimaatverandering.’

En zo ging het toen maar door, drie bladzijden lang, allerlei fraais op een hoopje. Diplomatiek gepalaver over een nieuwe verklaring is nu echt niet nodig. Het zou goed zijn om de zestigste verjaardag eens niet te vieren met alweer een verklaring, maar met een actieplan. In de deal met Libië heeft de Unie nog het meeste weg van een struisvogel die de ellende niet gezien wil hebben. Het komt me voor dat een struisvogel makkelijker te temmen en in elk geval te domineren valt dan een beest dat de uitdagingen meer onverschrokken en met open vizier te lijf gaat.

Het venijnig mechaniekje

Als het van Theo Francken (N-VA) afhangt, mag Radio 1 een muziekzender worden. ‘De muziek maakt gelukkig veel goed’, tweette hij vorige week op woensdagochtend. Een paar minuten eerder was hij minder welgezind. Vanuit het vluchtelingenkamp in Duinkerke bracht Marjan Temmerman verslag uit. Dat beviel Francken niet en Twitter moest het weten: ‘Is dit een journaliste of een activiste? Of is dat tegenwoordig hetzelfde bij de VRT? Onvoorstelbaar.’ Hij ergerde zich ook aan het gebruik van het woord ‘vluchteling’. Over dat laatste kan je een semantische discussie voeren, maar die was in dit geval irrelevant. Temmerman gebruikte dat woord immers geen enkele keer, niet in het nieuws, niet in haar reportage achteraf. Ze had het telkens over ‘mensen’. Mensen die bij min vier in barakken zitten van twee op drie meter, zonder elektriciteit en stromend water. Ze houden zich warm tussen planken met kieren en stinkende petroleumkachels waaruit rare dampen komen.

Misschien was het vooral het consequente gebruik van het woord ‘mensen’ dat Francken op de zenuwen werkte. Als staatssecretaris wil hij vooral scoren met een goed werkend ontmoedigings- en uitzettingsbeleid. Als hij dat mag toelichten met grafieken en tabellen is hij trots. Hoe meer verwijderingen van het grondgebied, hoe meer hij gaat blinken. Vanuit die optiek wordt het vervelend als er medeleven ontstaat. Het is prettiger om de betrokkenen te portretteren als criminelen, illegalen of terroristen. Het mogen vooral geen mensen zijn. In de groep die de voorbije periode in Europa aanspoelde, zitten ongetwijfeld louche figuren met eigenaardige bedoelingen. Af en toe één geval op de heel erg veel. Als er zich wat voordoet in de criminele sfeer zullen we het wel weten. Volg de Twitterfeed van Francken en u blijft perfect op de hoogte van elk gerucht dienaangaande.

Maar op Radio 1 ging het daar niet over. Het trieste relaas werd er verteld, niet van een gestoorde enkeling, maar van een grote groep mensen, vaak naïef en dom, in erbarmelijke omstandigheden. Een indringend verhaal met ingewikkelde kantjes en veel pijnlijk lijden. Het werd beschreven zonder dat iemand werd veroordeeld. Als er zich al iemand aangesproken mocht voelen, dan waren het de Fransen. Hun president en regering, tot nader order socialistisch, organiseren deze schande. Dit is rauwe realiteit, het leven zoals het ginds is, scherp, bijtend en beklijvend.

De journaliste ziet die gore bagger op het scherm verschijnen, net als de staatssecretaris

Journalisten die zoiets verslaan, zijn geen activisten. Dit zijn professionals die werken volgens een strakke deontologie, in een omgeving die daar soigneus en scrupuleus mee omgaat. Bij de VRT is dat ingekapseld in charters en codes en finaal kijkt de Vlaamse regering er via een beheersovereenkomst op toe. Als de VRT werkelijk aan activisme doet, of aan framing om van te kotsen, zoals een partijgenoot van Francken zich eens liet ontvallen, dan zou dat een lompe schending zijn van die overeenkomst. Dat moet dan op hoog niveau worden aangepakt. Maar de regering doet het niet, omdat ze weet dat het niet zo is.

Gelukkig voor Francken is er ook Twitter. Daar geldt geen hinderende deontologie. Politici met lange tenen en een korte lont zijn van alle tijden en gezindten. Vroeger maakten ze vooral zichzelf belachelijk als ze scholden op de media. Maar de sociale media veranderden het veld. Twitter is een megafoon en vooral een splinterbom, uitermate geschikt om gezag, integriteit en geloofwaardigheid te ondermijnen. Nu eens wordt het ingezet tegen wereldvreemde rechters, dan weer tegen activistische journalistes. Er speelt een venijnig mechaniekje en niemand kent de dynamiek zo goed als Theo Francken.

Van aan de ontbijttafel mikt hij een paar tweets de wereld in. Vervolgens brengt hij de kindjes naar school en laat Twitter zijn werk doen. De kanonnade begint. Er wordt gedeeld, geliket, gevolgd en ge­retweet in alle richtingen. Wat later, op weg naar Brussel, overschouwt hij het gesplinter. Er zijn de tegenstanders die hem vast verkeerd begrepen hebben, maar er zijn vooral de driftige bewonderaars, die er nog een schep bovenop doen, en goddank ook de schoften die het nog eens goed op scherp zetten. En elk hebben ze weer een hoop volgers. ‘Het moet zijn dat die journaliste een echte vent mist. Daarom bericht ze zo welwillend over zwarte mannen. Ze wil ze allen in haar bed.’ Zij ziet die gore bagger op haar scherm verschijnen, net als de staatssecretaris.

Die is intussen op weg naar zijn kabinet en leunt tevreden achterover. De nuance is weg, de journaliste geschandaliseerd en de geloofwaardigheid van de VRT verder ondermijnd. Missie geslaagd.

De treurige tragiek van de Brexit

De Britten krijgen minder chocolade voor hun geld. Dat is voorlopig het meest concrete gevolg van de Brexit. Het zit zo: enkele weken geleden besliste de fabrikant van Toblerone om op de Britse markt de vorm van de chocoladereep te veranderen. Ze lijkt nu meer op een fietsenrek dan op een bergketen, omdat er tussen de chocoladepunten veel meer ruimte zit. Dit heeft alles te maken met de waardedaling van het Britse pond na het referendum. De ingrediënten voor de chocoladereep werden duurder en de fabrikant had de keuze: ofwel de prijs van de reep verhogen, ofwel er minder chocolade in stoppen. Het werd het laatste.

Vorig weekend raakte ook bekend dat zes restaurants van Jamie Oliver sluiten wegens de Brexit. Het Italiaanse lekkers waarmee Jamie kookt, werd te duur om de zaken winstgevend te houden, liet hij weten. Een streep door de rekening van Britten die dachten dat alles wat in een kookpot verdwijnt ook wel in Groot-Brittannië groeit.

Voor het overige hebben we ruim een halfjaar na het fameuze referendum nog niet veel Brexit gezien. Wat we wel zien, is een regering die van geen hout pijlen weet te maken. ‘Theresa Maybe’, staat in dikke letters op de cover van The Economist, boven een foto van de Britse premier die veel weg heeft van een doodsprentje. Het land weer in eigen handen nemen, is zo te zien nog zo eenvoudig niet.

Terwijl het land zich opmaakt voor kolossaal ingewikkelde onderhandelingen, verdampt de meest cruciale expertise

De Brexiteers, die tijdens de campagne nog met veel bombarie hadden beloofd dat de onderhandelingen over de scheiding de dag na het referendum al konden beginnen, bleken niet in het bezit van een plan. Kreten en absurde beloftes hadden ze genoeg, maar aan een draaiboek dachten ze nooit.

Migratie domineert nog altijd het debat. Polen en Roemenen moeten het land uit, klinkt het dagelijks in de populaire pers. Polen en Roemenen werken nochtans alleen in Groot-Brittannië omdat ze daar zijn aangeworven. Bijvoorbeeld door Britten die hun badkamer goedkoop laten renoveren, of die naar warenhuizen gaan waar alles een paar cent goedkoper is omdat een Oost-Europeaan er de rekken vult voor een belachelijk laag loon.

Vrij verkeer van werknemers is een hoeksteen van de Europese integratie. Door dit te betwisten, zetten de Britten het ontrafelingsproces in gang. In maart starten onderhandelingen die twee jaar mogen duren. Door hun migratie-obsessie zullen de Britten de vrije toegang tot de Europese eenheidsmarkt verliezen. Ze moeten nieuwe handelsakkoorden sluiten, ook met de rest van de wereld. Invoertarieven, hoeveelheden, speciale regelingen: voor duizenden producten is er een beslissing nodig, telkens weer met andere partners. En wat met het Erasmusprogramma? De landbouwsubsidies? Visserijafspraken? Wat met de Europese ambtenaren met Britse nationaliteit? Wie betaalt straks hun pensioen? Het beoordelen van de veiligheid van chemicaliën, voedsel of geneesmiddelen: het gebeurt nu door Europese agentschappen. Is het de bedoeling dat de Britten dit straks overdoen met eigen instellingen? Dan moeten ze die misschien maar eens beginnen oprichten. Het zal snel 2019 zijn.

Ontelbaar veel kwesties moeten in recordtempo geregeld worden. De Britse regering kampt bovendien met braindrain: Britten met kennis van Europese zaken nemen ontslag of worden buitenspel gezet. Vorige week nog verdween Ivan Rogers, de ambassadeur van het Verenigd Koninkrijk bij de Europese Unie. Terwijl het land zich opmaakt voor kolossaal ingewikkelde onderhandelingen, verdampt de meest cruciale expertise. Er zitten nu ambtenaren, diplomaten en politici aan het roer die de Europese codes niet kennen, de ongeschreven regels die een succesvol onderhandelaar in de vingers moet hebben.

Men zal zich te pletter vergaderen, hijgend en hyperventilerend. Alle Britse politieke energie wordt besteed aan de afwikkeling van de Brexit. In het beste geval vinden ze in 2019 de achterdeur van de Europese Unie. Dan staan ze buiten, zogezegd baas over eigen eiland. Ze moeten zich vervolgens eens afvragen of er intussen één wezenlijk probleem is opgelost. Stopte het klimaat met opwarmen? Wordt er geen aanslag meer gepleegd? Is geen vluchteling nog onderweg? Wordt geen belasting nog ontdoken? Delokaliseert er geen bedrijf meer? Zijn armoede en werkloosheid miraculeus verdwenen?

Politieke fut is niet eindeloos recycleerbaar. De Brexitonderhandelingen slurpen straks alles op. Die energie kan niet dienen voor wat anders. Dat is de treurige tragiek van dit maffe avontuur. Binnen twee jaar komen de Britten onvermijdelijk tot de conclusie dat de uitdagingen die er het meest toe doen niet zelfstandig kunnen worden aangepakt. Het zal nog het gemakkelijkst gaan met de buurlanden. En vormen die niet een club, genaamd de Europese Unie?

Majeur probleem van schijnheiligheid

Er ligt een bom onder de regering en ze heet niet Kris Peeters. Het is eens wat anders. De N-VA betwist de juridische beslissingen in de visumkwestie en stelt terstond de hele rechterlijke orde in vraag.

Als straks in hoger beroep de beslissing van de lagere rechters wordt gevolgd, dan is er, aldus Bart De Wever, een majeur politiek probleem. Dat klinkt bombastisch en dat is het ook. Het dreigement is bovendien scabreus. Een eventuele regeringscrisis wordt nu de schuld van de rechters. Als ze niet de ‘juiste’ beslissing nemen, wat dan? Moeten ze worden afgezet? Vervangen door soortgenoten die wél doen wat De Wever wil? Moet het recht voortaan gesproken worden door de vierschaar van de N-VA? Tot zover dan de ongebonden rechtspraak, tot daar de scheiding der machten.

Dit dossier legde al een heel juridisch traject af, zowel administratief als burgerlijk. Het gaat dus niet om één Franstalige rechter die een grote kemel schoot en de zaak, met de woorden van De Wever, ‘niet correct’ en ‘niet wettelijk’ aanpakte. Anders was die rechter wel teruggefloten. Zo te zien zijn er juridische argumenten voor een visie die niet voor de volle honderd procent samenvalt met die van De Wever. Blijft die visie straks overeind? Dat weten we niet.

Voor we onze humanitaire kant tonen, vragen we vluchtelingen hun leven te riskeren

In Gent wordt het Lam Gods gerestaureerd, maar de Rechtvaardige Rechters duiken niet op. Schappelijke rechters zijn kennelijk moeilijk te vinden. Niet elke rechterlijke beslissing staat iedereen aan. Daarom spreken we over onafhankelijke rechtspraak, los van de waan van de dag, maar altijd binnen het kader van de wet. Soms is dat kader vaag of zitten er tegenstellingen in. Dan gaan rechters aan de slag, en ja: zij interpreteren.

Wat de visumkwestie warrig maakt, en vatbaar voor allerlei interpretaties, is dat onze aanpak van de vluchtelingen misvormd en verwrongen is. Langs de ene kant is er het beleid ten aanzien van degenen die hier aankomen. Zodra ze hun asielaanvraag indienen, worden ze correct behandeld. Maar langs de andere kant maken we het hen wel onmogelijk om hier op legale wijze te raken. Ze worden afgezet door mensensmokkelaars, moeten in kaduke boten kruipen en strompelen over prikkeldraad. Voor wie de tocht overleeft, zetten we dan ons liefdadigste gezicht op.

Dat is hypocriet en pervers: we hangen de Pater Damiaan uit door mensen in nood op te vangen in onze asielcentra. Maar er is geen kanaal om menswaardig naar hier te komen. Voor we onze humanitaire kant tonen, vragen we aan vluchtelingen om wetten te overtreden en hun leven te riskeren. Dit is een majeur probleem van schijnheiligheid. Logischerwijs botsen er dan allerlei principes en voorschriften, ook juridisch.

Het vluchtelingenvraagstuk is niet eenvoudig op te lossen. Het is wankelen van deeloplossing naar deeloplossing. Nu ligt er dus een vraag voor over het toekennen van een humanitair visum om legaal naar Europa te reizen. Zo’n visum kan consequent worden voorbehouden voor specifieke gevallen. Er zijn heus geen duizenden Syriërs die er dan voor in aanmerking komen. Met de gevreesde precedentswaarde valt het dus wel mee.

Toch wordt kwistig geklaagd. Wat denkt de rest van de wereld eigenlijk?! Straks reist iedereen zomaar naar Europa, hallo zeg! Zelf vinden wij, Europeanen, het vanzelfsprekend dat we de hele wereldbol rondtoeren, te land, ter zee en in de lucht. Voor wat euro’s en twee pasfoto’s kopen we een visum voor elk land. Voor het overgrote deel van de wereldbevolking is dat ondenkbaar: een gemiddelde Afrikaan of Aziaat raakt nooit aan een visum om naar hier te reizen. We weigeren het botweg in onze ambassades. Visa zijn altijd een gunst. We zijn van mening dat wij er voor elk land een moeten krijgen, maar willen er geen geven.

We wentelen ons graag in zelfbeklag. De boze wereld doet ons veel onrecht aan. Met de truc van het humanitaire visum komen profiteurs de zaken hier ontwrichten. Het grootste slachtoffer van het conflict in Syrië is tegenwoordig Theo Francken. Foute rechters dwarsbomen zijn plannen om de Vlaming voor vluchtelingen te behoeden. Dus moeten we Francken helpen, met hashtag en al. In het kader van de warmste week moeten we misschien een activiteit verzinnen om geld in te zamelen voor de dwangsom. Solidariteit, daar draait het in deze dagen voor kerst tenslotte om.

Wanneer macht vloeibaar is

Hebt u toevallig een mening over de uitvoer van cultuurgoederen? Of wil u wat kwijt over wilde dieren in dierentuinen? Over veiligheid in de zeevaart misschien? Wat denkt u van een vrijhandelszone met Tunesië? Accijns op tabaksproducten?

Op de website ‘uw stem in Europa’ kan u over deze en veel andere thema’s uw gedacht zeggen. Ongeveer alles wat de Europese Unie in de komende maanden wil uitspoken, wordt er aangekondigd. U kunt reageren door een vragenlijst in te vullen, waarna u via e-mail wordt bedankt voor uw bijdrage tot de democratie. Soms krijgt u nadien nog een samenvattend overzicht van alle reacties. Het aantal bezoekers van de site is beperkt, wat meteen de voornaamste reden is waarom de Europese Commissie zich deze dialoog met de bevolking kan permitteren.

Natuurlijk heeft Vincent Stuer gelijk als hij vertelt dat de Europese democratie misbegrepen is (DS 26 november) . Er zijn talrijke mogelijkheden om de politiek van de Unie te beïnvloeden. Het probleem is echt niet dat er een gebrek aan inspraak is. Er is eerder een tekort aan tegenspraak. Uiteenlopende meningen en invalshoeken worden vermalen tot er finaal een deal uit de machine rolt. De ene keer leunt die wat dichter aan bij de standpunten van de ene, een andere keer weegt een alternatieve strekking zwaarder. Haast altijd zoekt men een brede consensus en trekt men zo veel mogelijk lidstaten en parlementsfracties mee in bad. Het gevolg: niemand herkent zich echt in het beleid, maar het is lastig om er afstand van te nemen.

In een burgercongres is de kans reëel dat de ene helft voorstander is van een forse prikkeldraad à la Orban, en de andere helft van een humaan beleid à la Merkel

Coalities en allianties zijn breed en tegelijk erg vloeibaar. Ze stollen altijd net iets anders. Er is dus niet één speler die het laken altijd naar zich toe trekt. Wie zou denken dat finaal toch steeds de Duitsers winnen, moet eens kijken naar de stemmingen in de Raad: haast geen enkele lidstaat werd de voorbije jaren zo vaak in de minderheid gestemd als Duitsland. Er is in de Europese Unie geen aanwijsbaar machtscentrum. Dat maakt het project kwetsbaar.

Wie het in de Verenigde Staten niet eens was met het establishment in Washington koos voor Donald Trump. Waar die precies voor staat, is nog niet zo duidelijk, maar hij wil in geen geval de Verenigde Staten afschaffen. De boze Europeaan die niet meer wil weten van de eindeloze sliert van compromissen, komt tegenwoordig terecht bij partijen die de Unie zelf willen opdoeken.

Misschien is het veiliger als die Unie zou beschikken over een aanwijsbare regering die duidelijke keuzes maakt. Meer smoel, minder overleg. Na een legislatuur beslist de Europese kiezer: nog eens hetzelfde, of tijd voor wat anders.

Het burgercongres waar David Van Reybrouck voor pleit (DS 19 november)gaat nog een stap verder. Het zou ook een machtscentrum worden, maar dan eentje met uitgelote deelnemers die zo objectief mogelijk geïnformeerd worden en vervolgens beslissingen nemen.

Maar hoe gaat zo’n burgercongres om met bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek? De kans is reëel dat de ene helft voorstander is van een forse prikkeldraad à la Orban, en de andere helft van een humaan beleid à la Merkel. De lotelingen bijten elkaar de strot af en één strekking wint. Of ze zoeken een oplossing in het modderige midden. In elk scenario zullen er Europeanen zijn die zich niet in de beleidskeuze herkennen. De vraag blijft waar zij met hun wrevel en frustratie terechtkunnen. Wachten tot zij uitgeloot worden om de zaken over te nemen?

De democratie, als zijnde dat systeem waarbij het volk zichzelf regeert, is minstens aan een evaluatie toe, zeker op Europees niveau. Het debat wordt nu gevoerd en elk voorstel tot verbetering is welkom, hoe creatiever hoe liever. Maar in al die vindingrijkheid wordt de inherente kracht van de politiek weleens overschat. Belangrijke beslissingen worden genomen in cenakels waar beroepspolitici of lotelingen weinig greep op hebben. Er worden knopen doorgehakt in de hoofdkwartieren van Caterpillar of ING, de oorlog in Syrië jaagt vluchtelingen naar Europa en de fratsen van Trump kunnen ons straks diepgaand beïnvloeden. Maar wij beslissen niet wie er in de bestuursraden van Caterpillar of ING zit, wij kozen niet voor de oorlog in Syrië en evenmin voor Trump. We worden wel geraakt door de gevolgen.

De politiek zit dikwijls in het defensief, aanmodderend en soms tastend in het duister, met weinig middelen en onvolmaakt geïnformeerd. In een wereld waarin weinig vaste grond is, en de macht vloeibaar en verspreid, zal het debat over de redding van de democratie over meer moeten gaan dan over mechaniekjes en een update van technologie.

Bot en boertig. Yes, we can!

Hillary Clinton is een toffe madam. Dat waren zo ongeveer de eerste woorden van Donald Trump in zijn overwinningsspeech. We zijn haar dankbaarheid verschuldigd, voegde hij eraan toe. De verkiezingen waren nog maar net voorbij en het bedrog begon al. Hij had toch beloofd dat hij haar in de gevangenis zou stoppen? Hij kwam, hij zag, en hij begon zijn kar te keren.

Niemand kan vandaag voorspellen hoeveel verkiezingsbeloftes Trump zal houden, hijzelf vermoedelijk het minst van al. Miljoenen migranten deporteren? Een muur tussen Amerika en Mexico? Investeringen voor duizend miljard? De overheidsschuld laten verdwijnen? De klimaatakkoorden aan zijn laars lappen? Moslims buiten houden? Vrijhandel belemmeren? Misschien wel. Misschien ook niet.

In juni koos een meerderheid van de Britten voor het verlaten van de Europese Unie, na een campagne die even diep gedrenkt was in racisme en leugens, in lompheid en boertigheid. We zijn intussen bijna een half jaar later en veel Brexit zagen we nog niet. We zagen wel hoe politiek verantwoordelijken de achterdeur zochten en van het Britse toneel verdwenen. Voormalig Ukip-leider Nigel Farage stookt nu elders onrust. En we zien ook dat de Britse regering er geen flauw idee van heeft hoe ze straks de onderhandelingen moet aanpakken. Veel beleidsdaden zijn er tot nu toe niet gesteld, en al zeker geen waar de Brexit-kiezers beter van werden. Toch blijkt uit onderzoek dat ze vandaag nog altijd hetzelfde zouden stemmen.

Of populisten ook wezenlijke verandering brengen, doet er niet toe en misschien rekenen die keizers daar niet eens op

Zij die in de dode hoek van de klassieke partijen belandden, maken in Amerika en Groot-Brittannië intussen de helft van de kiezers uit. De slachtoffers van de globalisering, worden ze genoemd. Grenzen vervagen, handelsstromen worden intenser, er is snelle communicatie, migratie, en aan nationale soevereiniteit wordt geknabbeld. De ene wint meer bij die globalisering dan de andere. Wie hooggeschoold is en wat talen spreekt, ziet mogelijkheden om er zijn profijt mee te doen. Sommigen doen dat arrogant en schaamteloos. Meer herverdeling met minder gefortuneerden zou een allergrootste prioriteit moeten zijn. Maar is het werkelijk zo dat intussen de helft van de Amerikanen of de Britten als slachtoffer moet worden beschouwd? Wonen zij collectief in meer miserabele huizen dan een of twee generaties geleden? Werken zij in gevaarlijkere omstandigheden? Hebben ze minder toegang tot gezondheidszorg? Rijdt de helft van het electoraat ginds met een tweedehands Fiat Panda?

Feiten doen er niet meer toe, zo leren de recente campagnes. Als de sfeer doordrenkt is van pessimisme en het gevoel overheerst dat alles bergaf gaat, heeft dat zijn gevolgen. Massaal wordt dus de kant gekozen van een miljardair die geen belastingen betaalt, maar tegelijk ook een paljas is met een vranke muil en een rood petje. Of van Farage, die over elk debat een scheut goor racisme giet.

Dit is een beweging, riep Trump, niet een campagne. Vermoedelijk heeft hij gelijk en is het ook besmettelijk. Het wordt een mechaniekje, aangedreven door de successen in Amerika en Groot-Brittannië. Niemand kan vandaag nog uitsluiten dat Marine Le Pen president wordt van Frankrijk of dat Geert Wilders incontournabel wordt in Nederland. Huidige machtshebbers worden publiek te kakken gezet en daarin zit voor velen al de grootste pret. Zij die altijd het hoge woord voerden, staan ineens te stotteren, kijken ontredderd om zich heen of vluchten de nacht in. Dat het volk zoiets kan klaarspelen, is nu wel duidelijk. Yes, we can, het motto van Barack Obama, krijgt plots een aparte betekenis.

Of populisten ook wezenlijke verandering brengen, doet er niet toe. Mogelijk rekenen veel van die kiezers daar niet eens op. Intussen zijn er wel grenzen verlegd. Nieuwe gezagsdragers baanden zich een weg naar de top door vrouwen te affronteren, moslims te beledigen, homo’s te krenken, gehandicapten uit te lachen en voor de rest maar wat te roepen. Na de Brexit namen de aanvallen op migranten fors toe. In Lincolnshire, waar het aantal Brexit-kiezers het grootst was, verdrievoudigde het aantal haatmisdrijven. Ook elders in het land worden Polen en Roemenen zonder scrupules in elkaar geklopt. We zijn met velen en de wind zit ons in de zeilen, is er de teneur. Politieke leiders bepalen in grote mate wat er maatschappelijk hoort, en wat niet. Deze golf van populisme voorspelt weinig goeds. Vroeg of laat gaat ze aan eigen contradicties ten onder, maar intussen richt ze veel ellende aan. Misschien met dwaze beleidsmaatregelen, maar in elk geval, en meer diepgaand, door de ontwrichting die ze veroorzaakt. Plat en grof, bars en meedogenloos, dat dreigt voortaan de norm te zijn.